Rondje Nederland

Rondje Nederland
Ik heb een nieuw project gestart onder de naam, ‘Rondje Nederland’. Ik fiets langs de grens van Nederland en probeer altijd binnen vijf kilometer van de ene of andere kant van de grens te blijven. Mijn Project wil ik in 2010 en 2011 afmaken. Steeds fiets ik twee dagen van 80 tot 100 km per dag.
Na twee dagen ga ik met de trein (fiets in de trein) naar huis. Als ik weer twee dagen heb,
reis ik met de trein naar de laatste stopplaats. Ik ben nu tot Heerlen gekomen.
…………………………………………………………………………………………………………………………………
25 aug 2010,
Babberich – Winterswijk ‘t Woold’
zonnig, ca 20 graden.
Dagafstand 80 km

De slagers
In goed overleg met mijn vrouw ga ik weer twee dagen fietsen. Ze heeft woensdag de hele dag een vriendin op bezoek en dan weet ik het, die vrouwen willen ‘beppen’ over dingen waar ik niks van snap, of mij niet mee mag bemoeien. Ook heb ik daar een heel ander gevoel bij. Je hoort dan vaak:“ Je ziet dat anders of begrijpt het niet.” Nou, ik heb ook van die dingen die ze niet begrijpen of snappen.
Wat is nou de lol aan een tentje van 1,5 x 2,3 m. Alles nat en eten uit een pannetje waarvan je weet dat het weer spaghetti zal zijn. Ik hoef niks uit te leggen, ik ga fijn twee dagen fietsen onder mijn motto,“Ik zie wel weer ik kom.” Dat blijkt toch wel een goede instelling te zijn, want je hoeft niets en waar het leuk is blijf je gewoon langer. Toch is er wel weer dat gevoel van een prestatie leveren. Ik heb dacht vandaag naar Winterswijk, in de buurtschap ’t Woold, te fietsen. Of ik het zal halen? Ik weet het niet.

Kalverende koe waar de pootjes al uit komen.

Kalverende koe waar de pootjes al uit komen.

De omstandigheden zijn vandaag ideaal. Er is een zuidwesten wind en een zonnetje. Dus wind in de rug en ‘gaan met die banaan’. Vanaf mijn woonplaats Duiven moet ik ca 10 km tot de grens, in het plaatsje Babberich, wat al een aardige Duitse naam heeft. Ik heb mij voorgenomen om altijd binnen 5 km van de grens te blijven fietsen, en dat mag dan zowel aan de Nederlandse als Duitse kant van de grens zijn. In Babberich begin ik aan de Nederlandse kant. Hoewel de grens hier na de 2e wereldoorlog nog anders liep omdat Elten toen bij Nederland hoorde.
Vlak voor Beek zie ik in een weiland een koe op een wat vreemde manier liggen. Daar komt de achtergrond uit de biologie weer naar voren. Die koe ligt niet normaal! De koe is aan het kalven en de twee pootjes komen er al achter uit. Er is niemand bij en het lijkt mij verstandig om iemand te waarschuwen. Ik fiets naar de dichtstbijzijnde boerderij en de boer zegt dat de koeien van zijn buurman zijn. Hij zal hem bellen. Ik kijk nog een keer en de bevalling is nog niet veel verder, wel komen de persweeën steeds vaker. Ik fiets verder, in de wetenschap dat de koe hulp krijgt.

Ouderwetse handrichtingwijzer.

Ouderwetse handrichtingwijzer.

De route die ik naar ‘s Heerenbergh fiets, is een route met herinneringen. In 2008 maakte ik mijn eerste oefentocht naar ‘s Heerenbergh. Bij Beek moest ik de heuvel bij uitspanning ‘t Peeske op om over de heuvels van het Montforland te komen. Nu fiets ik de 5% heuvels zonder een enkel probleem naar boven. Je merkt dat je nog de conditie in de benen heb. De heuvels nu meer ‘veredelde molshopen’ . Heuvel af naar ‘s Heerenbergh is genieten. Uitzicht op het kasteel en de door bossen omzoomde velden zijn een prachtig gezicht. Dit is het begin van de Achterhoek met veel natuurschoon. Het koren is van de velden en alleen de maïs staat er nog. Veel huizen zijn de laatste jaren verbouwd. De Achterhoek is niet arm. Prachtige landhuizen zijn ontstaan. Vanaf ‘s Heerenbergh ga ik langs de autosnelweg, over Duits gebied naar Netterden. Hier is alleen maar landbouw. Dicht tegen de grens, nog op Duits gebied staan vier windmolen. De Duitsers hebben naar mijn idee veel windmolens dicht bij de grens geplaatst, omdat ze dan van de Nederlandse kant geen bezwaren krijgen. Lekker makkelijk.

Na Mechelen slinger ik af en toe wisselend door Nederland en Duitsland. Ik kom in Anholt. Het Wassersloss is een van de mooie bewaarde oude gebouwen en het oude raadhuis zet ik ook maar op de foto. Bij de VVV probeer ik een wat betere kaart te kopen, maar de dame die er zit is alleen maar ‘oppas op de winkel’ Ik fiets aan de Duitse kant van de grens maar Suderwick bij Dinxperlo. De dorpen Dinxperlo en Suderwick lopen in elkaar over, de grens weg loopt midden door de dorpen. Ik verbaas mij er over dat aan de ene kant van de weg metzgereij Baumann zit en aan de overkant, aan de Nederlandse kant, slagerij van Schie. Hier was al een eenheid voor de euro werd uitgevonden. Hier en daar wordt met plusjes en streepjes aangegeven waar de grens loopt.

Boerderij in 't Woold bij Winterswijk.

Boerderij in ‘t Woold bij Winterswijk.

In het centrum koop ik bij C1000 mijn boodschappen. Op het kerkplein maak ik een pauze. Een echtpaar op de fiets komt bij mij zitten en we praten over het fietsen. Ze hebben een Koga fiets. De vrouw zegt dat ze er niet lekker op zit. Ik leg uit dat wij twee zitbeentjes in ons achterwerk hebben ( ik wijs ze uit voorzorg maar bij mij zelf aan) en daar behoren wij op te zitten. Dat zijn we gewend en kunnen we lang volhouden.
De vrouw, ca. 65 jaar, heeft haar zadel te hoog en teveel naar voren staan. Ik adviseer haar het zadel iets te laten zakken en vlakker te zetten. Om dat uit te voeren sleutelen we wat aan het zadel. Ik ben overtuigd dat ze er nu beter op zit. Van Dinxperlo maak ik een korte rit naar IJzerloo waar ik bij manege het ‘Hoftijzer’ nog een kennis heb. Ik vind Eddie Stikker die samen met Alies de manege runt. We praten onder het genot van een kop koffie over de begin jaren van hun manege en de camping, waar we toen te gast waren. Ik moet verder want ik wil nog naar ‘t Woold. Ook deze route langs de grens is weer prachtig met veel afwisseling van bossen en landbouw.

In het Woold moet ik een camping zoeken. Het wordt minicamping Damkot. Een oude naam van een boerderij waar bij het varkenskot een dam in het veen was. Veel plaatsen in ‘t Woold herinneren nog aan het veengebied rond Winterswijk. Ik plaats mijn tentje en in de nacht breekt de hemel open. De regen komt met bakken uit de lucht. Een heftig onweer barst los. Er is totaal ander weer op komst.

…………………………………………………………………………………………………………………………………………..
25 aug 2010,
Winterswijk ‘t Woold’ naar Glanerbrug
regen, ca 18 graden.
Dagafstand 72 km

Totaal in twee dagen 152 km

Steengroeve Winterswijk

Steengroeve Winterswijk

Wateroverlast
Gisteravond begon het al vroeg te regenen. Ook het onweer barstte los en het werd een hevige nacht. In de morgen regent het nog steeds. Rond 09.00 uur is het even droog en ik neem de kans waar om de tent in te pakken. De tent is nog steeds kletsnat, maar wachten tot de tent droog is kan niet, er dreigt nog steeds regen. Ik rijd door het de buurtschap ‘t Woolden via Kotten gaat het naar Ratum. Ik kom langs de steengroeve van Winterswijk. Ik had er wel eens van gehoord maar de omvang van de groeve overtreft mijn verwachtingen.

De groeve werd in 1932 in gebruikgenomen om kalksteen te delven. Van de drie groeven is er nog een in gebruik bij de firma Ankersloot. Blijkbaar had ik even meer aandacht voor de groeve en niet op de weg gelet want ik kom in de bebouwde kom van Winterswijk. Ik pas mijn route aan en ga naar Meddo om daar over de grens naar Zwillbrock te gaan. Het is een klein fietspad wat langs het veen loopt. Het Zwillbrockerven is een natuurgebied waar veel flamingo’s broeden. Ik heb de regenkleding weer aangedaan en de regen komt met bakken uit de lucht. De broek en schoenen zijn al door en door nat. Soms is het weer even droog maar het is een echte regendag. Als ik mijn vrouw aan de telefoon heb zegt ze:“Stop er toch mee want er komt nog veel meer regen.” Stoppen komt niet in mij op. Je kunt maar een keer nat worden. Ik vind een soort overdekte picknickplaats waar ik een poosje droog kan zitten. Ik vind daar een folder van een Irgarten. Dat blijkt het Duitse woord voor een maisdoolhof te zijn. In de plaats Zwilbrock staat een prachtige barokkerk. De parochiekerk St. Franziskus was tot 1811 de kerk voor het aangrenzende franciscanenklooster. Ik geniet van deze prachtige kerk

De prachtige barokkerk in Zwilbrock.

De prachtige barokkerk in Zwilbrock.

Verder door het Duitse gebied en ga ik langs Rekken waar een jeugd detentie inrichting is. Het begint weer te regenen en in Haaksbergen koop ik een kaart van Twente. Helaas ben ik vergeten om in Haaksbergen eten te kopen.

Na een nacht met overvloedige regen op de camping.

Na een nacht met overvloedige regen op de camping.

Ik besluit naar Buurse te fietsen en daar boodschappen te doen, maar er blijkt in Buurse geen winkel te zijn. Vlak bij de grens is een heel grote supermarkt. Ik blijf wat langer in de supermarkt want het regent nog steeds. Ik bekijk in Buurse een camping maar ik vind het niks en besluit richting Glanerbrug te fietsen. In de stromende regen kom ik aan. Ik mag een plek op het tententerrein uitzoeken naar dat is door de regen een modderpoel geworden. Als ik bij het toiletgebouw sta te schuilen zegt een man van een stacaravan dat ik wel naast hun caravan op een hoge plaats mag staan. ‘s Avonds ga ik bij de familie op de koffie. De man is vrachtwagenchauffeur en rijdt elke dag van Enschede naar Schiphol. Hij brengt daar schone dekens die in vliegtuigen naar Amerika ‘s nachts worden uitgedeeld. Je staat er niet bij stil maar de dekens moeten na een vlucht wel weer gereinigd worden. Na de koffie ga ik mijn tentje in, alles is nat en klam en die nacht blijft het regenen. ‘s Morgens staan grote delen van de camping blank.

Mijn tweedaagse fietstocht langs de grens stopt in Glanerbrug. Later zal ik hier de tocht weer oppakken. Ik hoop wel dat het dan beter weer is. Eerst moet ik thuis alles weer eens drogen. Later blijkt dat er zoveel regen is gevallen dat de Slinge buiten de oevers is getreden en op verschillende plaatsen in Twente wateroverlast is.

………………………………………………………………………………………………………………………………………………………..
2 sep 2010,
Gronau- Erica
‘s Morgens droog- ‘s middags regen, ca 18 graden.
Dagafstand 82 km

Een prachtige minicamping.
Het verkeer raast over de A12. Bij het Velperbroekverkeersplein ontstaat een file want daar komt het verkeer uit de richting Dieren en Arnhem erbij. Ik fiets fluitend over de A12 brug over de IJssel. Ik mag weer twee dagen fietsen.
Het weer is prima en mijn ‘Rondje Nederland’ ga ik afmaken. Vorige week kwam ik tot Glanerbrug. Nu ga ik naar Enschede en vervolg daar de route langs de grens van Nederland. Ik reis met een dalurenkaart met de trein naar Enschede en mag pas na 09.00 uur met de trein, dus fiets ik van Duiven naar Velp, waar ik 09.03 uur met de trein kan. De aansluitingen zijn goed en 10.26 uur stap ik in Enschede uit.

Typisch Saksi boerderij

De typische Saksische boerderij in Twente.

Door de stad gebruik ik de TomTom en al snel zit ik op de routerichting Losser. Het verbaast mij dat direct na de stad de bossen al beginnen. Er staan zeer grote landhuizen en het typische Twentse parklandschap met weilanden, bosjes en hagen maken dit gebied zo leuk.

Na Losser zoek ik de grens weer op en fiets door de bossen van het Lutterzand. Er loopt een prachtig fietspad door het bos en ik fiets niet alleen! het is een genummerde fietsroute met knooppunten en alle dagjesmensen op de fiets gebruiken ook dit fietspad wat vlak bij Denekamp eindigt. In Denekamp is het mooie weer op en begint het te regenen. Uit voorzorg trek ik maar direct regenkleding aan. Ja, dan is fietsen ook wel leuk maar nu is het doorzetten, want je kunt wel wachten tot het droog is maar je hebt kans dat je dan de hele dag zit te wachten. Vanaf Ootmarsum wil ik door Duitsland richting Schoonebeek. Het landschap in Duitsland is toch weer anders met meer bossen en de heuvels worden ook hoger. Ik fiets langs de LF14 fietsroute. Na de grensovergang heb ik weer eens niet goed opgelet en kom van de mij geplande route in Neuenhaus. De route naar Wilsum gaat via de LF14. Ik word ingehaald door een man en vrouw die ook op de fiets een ‘Rondje Nederland fietsen’. Ze komen uit Zeeland uit de buurt van Goes en het is hun fietsvakantie. We rijden een tijdje samen op en praten over de fietsen en het fietsend onderweg zijn. Na enige tijd moet ik de fietskaart wisselen en ik wens ze een goede reis en we nemen afscheid.

ja

Een ‘jaknikker’ bij Schoonebeek.

Het blijft regenen en de kleding is al behoorlijk nat van het zweten of de regen. In Schoonebeek kom ik over de grens en je wordt verwelkomd door de ‘Jaknikkers’ die de olie uit de grond oppompen. In een klein gebied langs de grens staan tientallen Jaknikkers en er staat ook een fabriek.

In de buurt van Erica moet een camping zijn. Ik gebruik de TomTom om de straat en het adres te vinden. Zonder dat ik precies weet waar ik ben kom ik op een heel leuke kleine boerencamping in het Amsterdamseveld. De camping lijkt op een grote tuin met bloemen en kleine bosjes. Wat mij vooral opvalt, is de rust en stilte. Je hoort niets. Ik zet mijn tentje op en begin met het inrichten. Alles is klam en vochtig. Gelukkig is er een kantine waar ik ‘s avonds nog enige tijd droog kan zitten. Daar kom ik in gesprek met Jan en Jannie die ook op de camping staan. Ze komen uit Hengelo. Jan was vroeger wielrenner en hij verteld hoe hij helemaal in de sport op ging. “ Met een kleine beker of prijzengeld van twee gulden vijftig waren we al heel gelukkig en daar reden we dan heel Overijssel voor door”, zegt Jan. Hij zou nog steeds graag fietsen maar op 52 jarige leeftijd, 18 jaar geleden, kreeg hij een hersensbloeding. Nog steeds heeft hij hinder met spreken en kan soms bepaalde woorden niet vinden. Ook is hij eerder vermoeid. We drinken een biertje maar om 21.30 uur is het bedtijd voor Jan en zijn vrouw Jannie. Ik praat nog even met Coby die boven de kantine woont. Coby kwam jaren geleden met een vriendin uit de omgeving van Delft in Drenthe wonen. Ze werkt bij een rozenkweker maar ze wil graag in de zorg gaan werken. Ze woont nu tijdelijk boven de kantine in afwachting van de oplevering van haar nieuwe woning. ‘s Nacht merk ik dat het kouder word. ‘s Morgen hangt de mist laag over de velden. De tent is wel helemaal nat, dus het wordt nat inpakken

…………………………………………………………………………………………………………………………………………..
3 sept 2010,
Erica- Nieuweschans’
zonnig, ca 20 graden.
Dagafstand 93 km

Moderne grenspalen.
Langs het kanaal richting Weiteveen is het sprookjesachtig stil, de zon komt net boven de laaghangende mist en het water van het kanaal dampt. De ‘Witte Wieven’ hangen boven het veld. De blauwe lucht wordt doorklieft door een witte streep van een vliegtuig. Er is rust en stilte! Waar vind je nog zoiets? Nou, dat is duidelijk in Drenthe.
Aan het kanaal is het smalspoormuseum. Het is pas 08.00 uur en er is nog geen activiteit in het museum. Na Weiteveen fiets ik door het Bargerveen. Ook hier rust, stilte en de opkomende zon. Helemaal alleen fiets ik over het fietspad richting Zwartemeer.

kanaal

Het kanaal bij Weiteveen in de ochtend nevel.

keuze

Keuze genoeg voor fietsers, langs de grens van Drenthe en Groningen.

De grens met Duitsland is weer duidelijk herkenbaar. Al vanaf ‘s Heerenbergh staan langs de grens windmolens. Heel duidelijk steeds op ca 1 km van de grens. Het lijken wel de moderne grenspalen. Als je de windmolens zou volgen zou het geen probleem zijn om de grens met Nederland en Duitsland te volgen.
Bij Zwartemeer steek ik de grens over en blijf tot Sellingen in Duitsland fietsen. De route loopt tientallen kilometers langs een kanaal. De dorpen zijn stil en ik zie bijna geen mensen. In tegenstelling tot Nederland, wordt in Duitsland het veen nog steeds afgegraven. Maar, in Duitsland hebben ze natuurlijk veel meer veengebieden dan in Nederland.

In Sellingen doe ik boodschappen en besluit in Bourtange een langere stop te maken. Op weg naar Bourtange kom ik over een fietspad tussen de berken door. Wat een prachtig laantje kort voor de vestingstad Bourtange! Soms kom je nog dit soort verrassingen tegen.

berken

Een berkenlaantje bij Boertange om van te genieten.

Het vestingplaatsje is nog geheel in stijl en veel toeristen bezoeken de vesting. Het pleintje is gezellig druk en de terrasjes zitten, met dit zonnige weer vol. Ik zoek een bankje en neem na ongeveer 60 km een uurtje rust. Helemaal alleen blijf ik niet want regelmatig komt iemand even een praatje maken. Het begint meestal met: “Heeft u al ver gefietst?” Of:“Waar komt u vandaan?” Een man uit Steinfurt komt mij vertellen dat je daar ook zo mooi kunt fietsen. Leuk, maar daar heb ik nu even niks aan, want ik fiets een ‘Rondje Nederland’. Daarna komen nog een paar mensen buurten en zo geniet je weer volop en al die mensen verbazen zich dat je alleen rond trekt. “Altijd alleen”, zegt men verbaast. En ik leg weer uit dat ik veel eerder contact heb omdat ik alleen ben. Ben je met twee of meer dan word je niet aangesproken. Ik ben nooit alleen. Als ik op een pleintje ga zitten heb je zo aanspraak.

boer

Ik het centrum van de vestingplaats Boertange

Na Bourtange moet ik nog ongeveer 30 km naar Nieuweschans waar ik met te trein naar huis kan. Nu kom ik op het Groningerland en je ziet de omvang van de boerderijen en de landbouwpercelen toenemen. De boeren zijn volop met de aardappeloogst bezig. Je kunt zien dat het nog erg nat is. In de voren staat soms water en de kopeinden zijn door de tractoren diep omgeploegd. Af en toe slaat men een paar rijen over waar het nog te nat is.

Prachtige wolken boven het Groningerlandschap.

Prachtige wolken boven het Groningerlandschap.

Soms moet ik wel even lachen. Als je er oog voor hebt zie je leuke dingen. Zo kom ik langs de ‘Korte laan’ wat een doodlopende weg blijkt te zijn. Bij een boerderij hangt een grote poster van de SP met de tekst: ‘Grote schoonmaak’, terwijl de tuin met een omgevallen boom een grote rotzooi is. Dan denk je ook, begin eerst eens in de tuin met de grote schoonmaak.

Ruim eerst de troep in de tuin eens op!

Ruim eerst de troep in de tuin eens op!

Ik kom om 17.17 uur op het station en de volgende trein gaat pas over een uur. Ik zoek maar weer een bankje. Het is nog drie uur reizen en mijn volgende tocht zal weer in Nieuweschans beginnen.
……………………………………………………………………………………………………………………
30 sep 2010,
Nieuweschans – Pieterburen
zonnig, ca 18 graden.
Dagafstand 93 km

Ik ga weer op weg richting NieuweSchans de laatste stop in mijn ”Rondje Nederland”. De hele week heb ik naar de weersverwachtingen gekeken en donderdag en vrijdag lijken gunstig. Vandaag is er nog wel kans op regen en morgen moet een zonnige dag worden. Maar wat belangrijker is; De wind komt uit het oosten. Als je langs de kustlijn van Groningen en Friesland fietst, is de wind in de rug wel lekker. Als je een windkracht 4 tot 5 uit het westen hebt is het echt hard werken. Uiteindelijk maak je een dergelijk tocht voor je plezier. Ook nu ga ik om 09.03 met de trein uit Velp. Dat wil zeggen 08.20 uur thuis weg en ca. 08.45 uur bij het station in Velp. Daar pak ik de Sprinter stoptrein naar Dieren en daar stap ik uit waarna ca. acht minuten op het zelfde perron de sneltrein naar Zwolle komt. Dan is het even haasten om de trein naar Groningen op het andere perron te halen. Het lukt en ik zit naast een dame die ook met de fiets naar Groningen rijdt. Ze woont bij Zwolle en samen met haar man beheren ze een trekpontje over de Overijsselse Vecht. Verder komt het gesprek niet echt op gang. In Groningen moet ik nogmaals overstappen op de trein naar Nieuweschans. Een vrouw zit te lachen als ze de aanduiding van de eindbestemming ziet; Bad Nieuweschans. Het lijkt wat vreemd om Nieuweschans een badplaats te noemen. De zon schijnt uitbundig. Dit is meer als waar ik op had durven hopen. Om 12.00 uur kom ik in Bad Nieuwe Schans aan. Voor ik aan de tocht begin ga ik eerst bij de Coop een voorraad eten kopen. Ik kan nu in ieder geval twee dagen verder. Van Nieuwe Schans zoek ik de dijk van de Dollard op om richting Termunten te fietsen. Op weg naar de dijk kom ik door Drieborg , er staan prachtige statige boerderijen naar ook de kleine arbeiders huisjes staan langs de weg.

In de Carel Coenraadspolder kom ik bij de dijk. Wat vreemd staat daar in het open Groningerland een bosje. Er staat een bordje bij dat hier van 1953 tot 1960 een Ambonezenkampje was waar 311 mensen woonden. Op het bordje staat ook een plattegrond. Als herinnering heeft men het bosje aangeplant. Ik moet denken aan de mensen die uit het warme Nederlands Indië in dit koude open Groninger land, vlak achter de dijk werden gehuisvest.
Langs de zeedijk loopt aan de binnenkant een fietspad. Het fietspad is allen voor werkverkeer van Rijkswaterstaat en fietsers toegankelijk. Om op het fietspad te komen moet ik door een draaihekje. Dit hekje is berekend op gewone fietsen, maar met de fietstassen aan de fiets zit ik even later muurvast in het draaihekje. Ik wurm mij uit het hekje en bekijk een wat de beste oplossing is. Uiteindelijk lukt het uit het hekje te komen.

Fiets klem in een draaihekje.

Fiets klem in een draaihekje.

Mijn enige gezelschap op het fietspad langs de dijk zijn de schapen. Soms liggen ze midden op het pad en blijven rustig liggen. Ga je langzaam fietsen dan staan ze op, lopen weg en beginnen direct te plassen. Het zijn bijna allemaal ooien. De meeste ooien hebben een geel of blauw gekleurde plek op de rug. Deze dieren zijn gedekt. De ram heeft tussen de voorpoten een tuigje met een kleurblok. Als hij de ooien dekt blijft de kleur op de rug achter. Het enige wat tegen valt zijn de vele veeroosters waar ik over moet. Aan de andere kant, als het allemaal draaihekjes waren geweest was ik de hele dag bezig geweest. Bij Termunten heeft men binnendijks een natuurgebied met zout water. Je ziet hier een stukje wad binnen de dijk. Er zitten veel vogels en de zilverreiger is van verre te zien. Ik stop om wat foto’s te maken. Bij Termunten kom ik langs de woning van Lenie ‘t Hart van de zeehondencrèche Pieterburen. Ik heb Lenie, die een goede vriendin is, in Nieuwe Schans gebeld maar ze is de hele dag en avond in Pieterburen op de zeehondencrèche bezig. We spreken af dat wij elkaar daar zullen ontmoeten.

Mijn volgende stop is de begraafplaats in Oterdum, het verdwenen dorp wat plaats moest maken voor de industrie van Delfzijl. De begraafplaats heeft met toen op de dijk gelegd waardoor de doden toch hun laatste rustplaats konden behouden. Het merendeel van de graven is uit eind 1800 honderd en het is een vreemd gezicht een begraafplaats op de dijk.

De begraafplaats op de dijk bij Ooterdum

De begraafplaats op de dijk bij Oterdum

In Delfzijl fiets ik door het winkelcentrum. Het kan mij niet bekoren. Ik ken Delfzijl al jaren maar voor mij heeft het nog steeds geen sfeer. Ik verlaat de stad maar snel.
Bij het Eemshotel kom ik weer op de dijk. Het hotel staat op palen boven het wad. Ik heb er eens mogen overnachten en het is toch wel bijzonder omdat eb en vloed gewoon onder het hotel plaatsvinden. In de verte zie ik de windmolens bij de Eemshaven. Het is een bos van windmolens met daartussen de elektriciteitscentrale. De centrale ken ik goed uit de tijd rond 1975 toen wij een zeehond met zender op het wad bij Rottum hadden. Vele malen ben ik in de schoorsteen, waar een wenteltrap naar 125 m hoogte gaat, omhoog geklommen. Toen stond de Eemscentrale nog verlaten in de Eemshaven. Nu staan er veel meer bedrijven en tientallen grote windmolens.

Windmolens in de Eemshaven.

Windmolens in de Eemshaven.

De zeehondencreche in Pieterburen.

De zeehondencréche in Pieterburen.

Na de Eemshaven loopt het fietspad langs de dijk naar de haven van Noordpolderzijl in Usquert. Hier staat een heel oud huiskamercafé met de sfeer van vroeger. Aan de andere kant van de dijk ligt de getijde haven van Noordpolderzijl. Vroeger lag het hier vol met vissersschepen. Ook de Lemsteraak van Ko Teerling de robbenjager lag hier. Ko woonde in een klein huisje met vrouw en kinderen aan de dijk bij de haven. Voor het zeehonden onderzoek heb ik weken met Ko en de Lemsteraak op het wad gevaren. Prachtige dingen hebben we beleefd, wat een boek waardig zou zijn. Ko kende het wad als geen ander en ik heb veel van hem geleerd. Na een kort bezoek aan het café gaat de tocht verder naar Pieterburen. Het is bijna half zeven als ik door Lenie hartelijk word begroet. We praten over vroeger en over de crèche van nu. Er is veel veranderd. Hadden we rond 1965 nog maar 400 zeehonden in de Waddenzee. Nu zijn het er 4000. Wat natuurlijk ook gevolgen heeft voor het aantal zieke zeehonden. Hadden ze vroeger ca. 10 zieke zeehonden in de crèche, nu zijn het er 120 stuks. Lenie is druk met een groep die vanavond informatie over de crèche moet hebben. Ik besluit mijn tentje achter de bassins met zeehonden op te zetten. Het is al
donker en om 20 uur kruip ik in de slaapzak.Ik ben een tevreden mens. Ik heb van het Pietersplein naar Pieterburen gefietst. Rome Pieterburen. Daarmee heb ik ook het Pietenpad van de Pietersberg naar Pieterburen gehad. Rome Pieterburen, van de drukte naar de stilte.
………………………………………………………………………………………………………………………………………….
1 okt 2010,
Pieterburen-Harlingen
zonnig, ca 18 graden.
Dagafstand 93 km

Diep was ik in de slaapzak gekropen, maar het leek wel of ik in een hooiberg met hooibroei lag. Ik kreeg het warm en heb de rits maar open gemaakt. Geleidelijk aan lig je dan niet in, maar onder de slaapzaak. Je gebruikt de slaapzak als dekbed. Het was de eerste nacht op met mijn gerepareerde slaapmat. Er zat een flinke winkelhaak in de slaapmat. Eigen schuld, want ik lag met alle kleren aan op de slaapmat en toen ik omdraaide werkte de gesp van de broekriem als een mes. Ik heb de slaapmat met lijm voor plastic zwembaden gelijmd en dat houd zich goed. Ondanks dat ik de hele nacht op de luchtmatras lig, is er maar iets lucht uit. En dat kan zelfs nog suggestie zijn.

Mijn tentje staat naast het zeehondenbassin, vlak naast de windmolen, achter de zeehondencréche. Even hoor ik het zoemen van de windmolen, dan volgen de zoete dromen. Ik slaap weer als een os. Om 06.00 uur kijk ik buiten. Het is nog steeds donker. Het is mistig en nat. Terug in de slaapzak, maar 07.30 uur ben ik niet te houden. Om 08.00 uur fiets ik door een verlaten Pieterburen. Wat is een het dorp in de morgennevel mooi. In een enkel huis staat de TV aan op Nicolodium de stipfiguren dansen over het scherm. Ik dans mijn ochtendstrip door noord Groninger land.Kleine huisjes doet zijn naam als plaatsnaam eer aan. Er staan ook alleen maar kleine huisje. Uit de jaren 1970 -1980 weet ik nog dat hier in ‘Kleine Huisjes’ bij de bebouwde kom een bord stond:“pas op slangen”. Je denkt wat is dat? Je trapt op de rem, kijkt rond en dan zie je tuinslangen op het wegdek liggen. Een grapje van de bewoners.

Door de Julianapolder kom ik bij de afsluitdijk van de Lauwersmeer. Hier kan ik weer aan de Waddenkant op de dijk rijden. Vogels en bij Lauwersoog een zee-pieren-stekker waren de enige levende wezens die ik zag. De haven van Lauweroog ligt vol met vissersschepen. Daar zijn een paar vissers op de kade de netten aan het boeten. Rustig kijken een aantal mantelmeeuwen of er nog iets te eten in de netten zit.

De haven van Lauwersoog.

De haven van Lauwersoog.

Ik moet nog eten en op de spuisluizen maak ik ontbijt. De eb is voorbij en de vloed komt weer op. In de sluizen klinkt een signaal en de schuiven sluiten weer. Zonder al te veel moeite wordt het water uit de Lauwersmeer met eb in de Waddenzee geloosd. De tocht langs de dijk gaat verder. De Friese kant van de dijk bij Paesens/Moddergat is in zicht. Ik zie een kleine dijk die in die richting loopt. Mijn kaart geeft geen duidelijkheid. Ik vind het wel leuk en fiets de dijk op. Na ca. 2 km stopt de dijk en moet ik terug. Ben ik ook weer eens op een plek geweest waar je anders nooit komt. Het verschil tussen Groningen en Friesland is groot. De landbouwpercelen zijn kleiner en ook zie je meer weilanden. Paesens/Moddergat heeft een historie als vissersdorp. In de stormnacht van 5 en 6 maart 1883 verdronken 83 vissers uit Paesens-Moddergat. In die nacht werd de vloot van Paesens – Moddergat overvallen door een van de zwaarste voorjaarsstormen sinds mensenheugenis. Er kwamen 83 vissers om in de ijskoude golven van de zee ten noorden van de Waddeneilanden.

Het Friese platte land,

Het Friese platte land,

Ferwerderadee

Het Vrijhof in Ferwerderadeel

Ik volg de dijk en klaphekje na klap hekje passeer ik tot Holwerd. Mijn water is bijna op. Ik ben vanmorgen vergeten de flessen te vullen. Op de begraafplaats naast de kerk vind ik een kraan. Er is niemand op de begraafplaats en even wassen en scheren kan ook wel zonder iemand te storen. Na Holward volg ik de provinciale weg. Het valt mij op hoe gemakkelijk jongeren met toch hoge snelheid fietsen. Je merkt dat ze getraind zijn en dagelijks fietsen. In Ferwerderadeel maak ik weer een eetpauze. Er is een pleintje wat het Vrijhof heet. Dit Vrijhof is een stuk rustigere dan het Frijthof in Maastricht.Bij de plaatselijk Spar koop ik wat levensmiddelen. De Spar vind je in alle landen. Hier is het nog zo’n leuke winkel. Waar iedereen elkaar kent. Je hoeft hier ook geen munt in de winkelwagen te doen. Je zet de winkelwagen gewoon terug.Ik trek vanaf hier naar de Bilt een landbouwgebied bij Oude Bildtzijl en Oude Bildtdijk. Wat een prachtige dorpen met alleen maar huizen aan de dijk. Alleen de dorpskernen zijn wat groter. Deze streek staat bekend om zijn aardappelen. Bildtstar en Bintje komen uit deze streek. Hier zijn de akkers weer groter en naast bieten en granen worden hier veel aardappelen geteeld. De boeren zijn volop bezig op nog vaak natte akkers.
Een verrassing is de tuin met Boeddhabeelden. Zomaar ineens een tuin met rust.

Bij Westhoek kan ik de dijk weer op naar Harlingen. Ik fiets aan de waddenkant van de dijk. Ik zie een strekdam met scholeksters en meeuwen. Ik blijf tijdens het foto’s maken op de fiets zitten. Ik sta op de schuine asfaltkant van de dijk. En dan ineens tijdens het foto’s maken loopt het voorwiel van de fiets van de schuine dijk af en binnen enkele seconden duikel ik van de dijk. Ik zie in een flits mijn fototoestel in onderdelen door de lucht vliegen en terwijl ik al op het asfalt lig zie ik nog de lensdop door de lucht gaan. Ik krabbel overeind. Gelukkig ik heb niks. En dat is echt gelukkig, want hier komt bijna nooit iemand. Ik raap mijn fototoestel op. De lenskap en de sluiting zijn weg. Een geluk, de camera werkt nog. Ik zoek de onderdelen bij elkaar en naar later blijkt heb ik niet alles teruggevonden. Met spanning pak ik de fiets op. Gelukkig zijn geen ernstige problemen, met uitzondering van een scheef stuur. Dit had heel wat minder kunnen aflopen. Ik vervolg mijn tocht over de dijk tot ik bij een hek kom wat op slot zit.

zo

Zo lag de fiets, nadat ik op de dijk onderuit ging.

Ik moet alle tassen er af halen en aan de andere kant van de dijk kan ik verder. Naar Harlingen gaat zonder problemen. Ik fiets zo naar het station en 18.03 uur kan ik met de trein naar Arnhem. Weer twee mooie dagen in het ‘Rondje Nederland’
………………………………………………………………………………………………………………………………………….

5 okt 2010
Harlingen-Den Oever/Stroe
zonnig, ca 18 graden. Oosten wind
Dagafstand 80 km

Harlingen Stroe ca 45 km. Harlingen is het beginpunt van de volgende etappes ‘Rondje Nederland’. Het wordt echter een reis met onderbrekingen richting Harlingen. Zoals bijna gebruikelijk vertrek ik met de trien om 09.03 uur uit Velp. Om 10.10 uur kom ik in Wijhe. Daar fiets ik 10 km naar Raalte en om 12.00 uur fiets ik, na een bezoek aan mijn moeder, weer terug naar Wijhe. Tijdens het bezoek krijgt mijn moeder telefoon, die ik bij toeval aanpak, dat haar hartoperatie voor woensdag 13 oktober 2010 , in het ziekenhuis in Zwolle staat gepland. Ze is blij met het bericht want ze is steeds moe en heeft gebrek aan zuurstof. Het hart kan het niet allemaal meer aan door een lekkende hartklep. Haar conditie en toestand zijn verder nog normaal. Ik neem afscheid en fiets terug naar Wijhe. Het is 12.45 uur en er is nog tijd genoeg om boodschappen voor vandaag te doen bij de Boni supermarkt in Wijhe. Om 12.10 uur gaat de reis zonder veel bijzonderheden naar Leeuwarden. Daar stap ik over op de trein naar Harlingen. Op de bank naast mij zitten twee vrouwen die elkaar kennen. Ik vang woordelijk hun gesprek op wat veel indruk op mij maakt. “Ben je nog op vakantie geweest deze zomer”, vraagt de ene vrouw. “ Nee”, zegt ze. “Ik had dit voorjaar op enig moment bloed bij het speeksel en direct heb ik naar de huisarts gegaan. Er is in het ziekenhuis onderzoek gedaan en direct kreeg ik van de huisarts het bericht dat ik longkanker had. Ik heb er tot dat moment nooit iets van gemerkt. Ik heb ook nooit gerookt. Het gebeurt je zomaar. Je voelt niets. Ik heb nu een aantal chemokuren gehad en het gezwel is minder geworden”. De ander vraagt of er een operatie mogelijk is. “ Nee”, zegt de vrouw. “Als men in de long zou gaan snijden zou de kanker zich nog sneller verspreiden.” “Maar zou je ook baat hebben bij alternatieve geneeswijze ”, vraagt de andere vrouw. “ Nee, ik moet er in berusten dat dit niet te genezen is. De behandeling is een verlenging van mijn leven, ik ben nu 52 jaar en berust in het gegeven dat ik niet oud zal worden. Dat is ook goed want de tijd die ik nog heb wil ik graag optimaal gebruiken en niet elke dag met het einde bezig zijn.” Ik luister met verbazing naar haar verhaal. Wat een wijsheid. Waar haalt ze de kracht vandaan om er in te berusten. Ze heeft gemerkt dat ik het verhaal heb kunnen horen. Als we in Harlingen aankomen en ze de trein verlaat kijken we elkaar aan. De blik duurt wat langer. Ze weet dat ik het verhaal gehoord heb. Wat een moedig karakter heeft deze vrouw. Haar verhaal houdt mij nog lang bezig.

Harlingen-haven is het eindpunt van de trein. Ik kijk even rond in de haven waar de boot naar Terschelling net vertrekt. Ik begin om 15.00 uur aan mijn tocht langs de dijk. Eerst maak ik bij de haven van Harlingen een foto van beeldje van het jongentje Hansje Brinker die een vinger in de dijk steekt en zo Nederland behoed voor een overstroming. Hansje Brinker is de held in de boeken van de Amerikaanse schrijfster Mary Dodge. Hansje Brinker was een onverbiddelijke bestseller.

Het standbeeld van Hansje Brinker.

Het standbeeld van Hansje Brinker.

Ik vervolg mijn tocht aan de Waddenkant van de dijk richting afsluitdijk. Ik ken de afsluitdijk uit mijn opleiding bij het Korps Commando Troepen in Roosendaal. In de laatste week van de opleiding liepen wij van Roosendaal naar Leeuwarden. Het was juli 1963 en de temperaturen waren dik boven de 20 graden. De afsluitdijk leek eindeloos. Het was vier tot vijf uur doorbijten voor we aan de andere kant waren. Toen kreeg ik de vrijdag na de overtocht, als blijk van mijn doorzetten: ‘De Groene Baret’. Morgen is het weer vrijdag en na mijn tocht over de afsluitdijk is er de voldoening en het plezier aan een mooie tocht.

Half weg de Afsluitdijk.

Half weg de Afsluitdijk.


 

Bij het monument op de afsluitdijk stop ik voor een paar foto’s. Het beeld van Ing. Lely torent hoog boven de dijk uit. Op de maquette met dijkwerkers staat de veel zeggende tekst;“Een volk wat leeft bouwt aan zijn toekomst”.
De overkant van de Afsluitdijk is het vroegere eiland Wieringen. Het begint tijd te worden voor een camping het is al 18.00 uur en ik heb nog geen idee waar ik zal overnachten. Zeker is wel dat het om 19.30 uur donker wordt. En zoals altijd na een aantal kilometers zie ik een bordje camping. De receptie is gesloten dus kijk ik op de camping rond. Ik vind het toiletgebouw en daar tegenover een leuke plek. Eerst maak ik warm eten en dan zet ik de tent op. Ik zie niemand van de camping en om 20.00 uur lig ik in de tent. Ik slaap heerlijk.

………………………………………………………………………………………………………………………………………….
6 okt 2010,
Den Oever-Stroe- Haarlem
bewolkt, ca 18 graden.
Dagafstand 123 km

De veerboot naar Texel.

De veerboot naar Texel.

Het is 05.45 uur en ik ben klaar wakker. Het is nog donker maar toch begin ik met inpakken. Ik zet mijn hoofdlampje op mijn fietshelm en zo kan ik de tent en tassen inpakken. Om 06.15 uur fiets ik van de camping, het blijkt camping Wiringherlant in het plaatsje Stroe te zijn. Na gisteravond heb ik niemand meer gezien, dus ik vertrek zonder te betalen, natuurlijk wel met dank voor de gastvrijheid. Het is weer een nieuwe ervaring om in het pikdonkere buitengebied te fietsen. Het valt mij op dat alle schapen rustig liggen te slapen. Een enkel schaap ligt zelf languit. Hypolitushoef is om 07.00 uur nog maar net wakker. Een enkeling laat de hond uit. Ik besluit eerst naar Den Helder te gaan, waar ik tegen 07.45 uur aan kom. Ik fiets de weg naar de veerboot van Texel. Er staan al veel auto‘s te wachten op de boot van 08.20 uur. Het is nevelig en ik maak op de pier van de veerboot haven een korte pauze.

De tocht gaat daarna over de dijk langs Den Helder naar Huisduinen waar de duinen beginnen. Hier loopt een prachtig fietspad door de duinen. Geleidelijk zijn er meer fietsers en trimmers op het fietspad. Bij Julianadorp volg ik de provinciale weg langs de duinen tot Petten waar de dijk van de Honsbossezeewering begint.

Ik krijg een telefoontje van mijn vrouw. Met mijn moeder gaat het niet goed. We bespreken de situatie en in gedachten ben ik daar de rest van de tocht mee bezig. Mijn moeder heeft een Tia gehad en moet naar het ziekenhuis in Deventer. Ik overleg of ik eerder met de trein naar huis moet komen, maar dat veranderd niks aan de situatie, daarom blijft het plan om naar Haarlem te fietsen gehandhaafd.

fietspad Den Helder- Zeeuws-Vlaanderen.

fietspad Den Helder- Zeeuws-Vlaanderen.

De blombollen worden geplant.[/caption]

In Schoorl doe ik nog wat boodschappen bij Super de Boer. Eigenlijk is Schoorl bekend terrein omdat we hier met de caravan wel eens op een camping hebben gestaan. Het was ook in Schoorl dat ik het boek “Trappen naar Santiago” las en waar ik het besluit nam; dat wil ik ook gaan doen. Bergen is een leuke plaats en prachtige villa’s staan er in alle vormen en maten. De rijkdom straalt er af. Op de landbouwgronden zijn de bollentelers bezig met het planten van de bloembollen.

Bij Beverwijk beginnen de staalfabrieken en is de route voor de fietsers richting Haarlem moeilijk te vinden. Ik vraag een paar keer de weg en kan met een vrouw mee fietsen die ook naar de veerpont moet. Als laatste fietsers komen we op de pont en direct ontstaat er een leuk gesprek met de andere fietsers, die deze fietser met alle zijn tassen wel vreemd vinden. Het gesprek is maar kort want aan de andere kant scheiden onze wegen. Ik fiets naar Haarlem. Kort voor Haarlem maak ik op een rustige plek warm eten. Om 18.02 uur kan ik met de trein richting Amsterdam en Arnhem. Door vertragingen kom ik later in Arnhem. De conductrice zegt dat er vertragen zijn door een aanrijding met een persoon.
Dat is dan een mooi woord voor mensen die zich zelf willen doden en voor de trein gaan staan. Ze zegt:“ De herfst is weer begonnen en dan hebben we soms dagen dat drie tot vier mensen zich voor de trein werpen. Dan is er van een dienstregeling geen sprake meer.” Je staat er niet altijd bij stil maar het gebeurt. Vreugde en verdriet liggen soms dicht bij elkaar. Mijn vrouw is blij als ik weer thuis ben.
………………………………………………………………………………………………………………………………………….

7-9 apr-2011
Haarlem-Europoort-Vlissingen
afstand 190 km

Ik heb er de hele winter naar uitgekeken, de vrouwen: mijn vrouw, dochter, schoonzus en haar dochter, gaan een weekeinde naar een hotel in Bolsward. Ik hoef geen hotel en wil mijn fietstocht rondje Nederland graag afmaken. Ik besluit op donderdag naar Haarlem te vertrekken. Om 17.00 uur stap ik in Duiven op de fiets naar het station in Arnhem. Met de fiets mag je pas om 18 uur met de trein en de eerste treingaat precies om 18.00 uur maar Amsterdam. Daar moet ik overstappen op de trein naar Haarlem. Er staan nog meer mensen met fietsen te wachten. Een NS-beambte komt nog even vragen of ik wel weet dat je pas om 18.00 uur nog vertrekken. “Ja, ik weet het”en dit is blijkbaar de aanzet voor een praatje, want hij wil weten waar de reis heen gaat . Het gesprek is echter gaat niet lang, de trein komt er aan en ik moet instappen. In de trein zoek ik via internet op de telefoon het reisschema. In Amsterdam heb ik 7 minuten om over te stappen van perron 8a naar perron 2b. Na aankomst in Amsterdam zoek ik de lift en kom in de centrale hal. Daar is echter geen lift naar perron 2b te vinden. Bij de informatie zegt de dame, dat links de hal, achterin, de lift is te vinden. Nu wordt het spannend of ik de trein nog wel kan halen. Ik moet wel 100 m door de hal en aan het einde is geen lift te vinden. Wel zie ik een korte trap naar perron 2. Ik beur de fiets met tassen en al op en begin de trappen te beklimmen. Ik beur toch gauw 40 kg op de schouder en loop de trap op. Op het perron zie ik de trein aan het einde van het perron staan. Steppend op de trappers, ga ik over het perron. Als ik de trein instap gaan vrijwel direct de deuren dicht. Tegenover mij zit een jonge dame en eet een koude maaltijdschotel. De snelle maatschappij vraagt een snelle maaltijd. Of het gezond is weet ik niet. Ze heeft de dopjes van de iPod in de oren en is geheel in zich zelf gekeerd. Ik weet nog dat ik de oordopjes voor het eerst zag. Dat heette toen een “walkmen’ en dan had je ook hoordopjes in de oren. Dat was nieuw en je viel op, want alleen als je ‘doofstom’ was had je dopjes in de oren. Nu hebben ze allemaal dopjes in de oren en zijn doof en stom voor alles wat in de directe omging gebeurt.

Om 19:27 uur kom ik op het station van Haarlem aan. Het is een voor mij bekende omgeving. Het is nog zijn ouderwets station met overkapping en wachtkamers eerste en tweede klas. Het zijn nog overblijfselen uit het tijdperk van de stoomtrein die dan met veel gepuf op het station tot stilstand kwam en de deuren van de coupes werden door de conducteur open gedaan. Nu gaan de deuren van een treinstel open en de reizigers haasten zich naar huis. Zelf begin ik met het zoeken van de lift. De lift brengt mij een verdieping lager in de tunnel onder de perrons. Ik check uit met mijn daluren voordeelkaart en kan aan de ca 15 km naar Vogelenzang beginnen. Helaas heb ik geen goede kaart maar ik weet dat ik langs de spoorlijn naar het zuiden moet. In de hoop dat ik deroute weer zal oppikken fiets ik verder. De TomTom kon ik ook niet aan de gang krijgen, dus fiets ik op het gevoel. Toch probeer ik het opnieuw en zowaar krijg ik deTomTom aan. Nu wordt het eenvoudig, de dames stem in deTomTom geeft de route aan. Even pruttelt ze tegen als ik in Haarlem zuid van de route af ga om de sint Bavo kathedraal te bekijken. Ik kende wel de naam, maar had de kerk nog nooit gezien. Van verre herkende ik de kathedraal Basiliek_Sint_Bavo. Het is een gebouw met uitstraling in jugendstil. Helaas is de kerk dicht, ik had wel eens binnen willen kijken. Na de Bavo kerk kom ik langs de Leidsevaart. Ik fiets aan de westkant en op diverse plaatsen zijn pompstations van de Amsterdamse Waterleiding Duinen te zien. Hier wordt water in de duinen geïnfiltreerd en daarna als drinkwater weer opgepompt. Aan de oostkant van de vaart ligt Heemstede, er staan huizen met de tuinen aan de vaart. Blijkbaar zijn het geliefde plaatsen, want de tuinen zijn rijk ingericht met zwembaden, buitenkeukens en natuurlijk een boot. Hoe groter de boot, hoe meer statis. Of ze er ook mee varen? Ik weet het niet. Mogelijk liggen ze er om te pronken. Bij Bennebroek moet ik van de weg af. Wegens werkzaamheden is de doorgang onderbroken. Met de fiets vind ik nog een paadje en bereik de weg waar ik rechtsaf naar Vogelenzang moet, richting duinen. De camping ligt tegen de duinen aan. Hoe dichter je bij de duinen komt hoe groter de woningen. In de weilanden tegen de duinen bij Vogelenzang ligt een prachtig landhuis. Een paar kilometer verder kom ik op camping Vogelenzang. Het is stil en uitgestorven. Ik heb gisteren mijn komst per telefoon aangekondigd en de dame zei dat ik maar moest bellen. Ik vind de bel en na enige tijd komt de eigenaar en begint met een uitgebreide inschrijving. Ik geef nog aan dat ik geen rekening hoef en morgen al weer vroeg vertrokken ben. De eigenaar gaat onverschrokken door en zegt dat de kosten 16.05 euro zijn. Direct vraag ik of de korting er af is en hij antwoordt dat ik dan een week moet blijven. Later vraagt hij toch wat ik gedacht had dat de prijs moest zijn. Nou, tussen de vijfen tien euro vind ik voor een klein tentje voor die paar uur veel. Als ik bereken dat ik van 21.00 tot 07.00 uur, dus 10 uur blijf, vind ik het meer een tarief voor een parkeergarage met 1,60 euro per uur.

De nacht begint helder, in de loop van de nacht zakt het volledig dicht met zeemist. ’s Morgens is mijn tent klets nat.

Bollenvelden bij Lisse.

Om acht uur zit ik op de fiets. Ik heb gisteren op de heenweg een paar leuke huizen gezien en daarom fiets ik een stukje terug om ze nog eens te bekijken. Het is helder weer en de huizen en het plaatsje Vogelenzang zien er leuk uit. Bij Hillegom kom ik bij de bollenvelden. Het zijn de kleuren blauw en geel die nog overheersen. Langs de weg staan kraampjes waar men tulpen kan kopen. Ze kosten 5 euro per 50 stuks. Hoe verder ik van de bollenvelden af kom hoe meer de prijs oploopt tot zeven euro voor 50 tulpen. In Schevenigen kosten ze al 7.50 euro per 50 stuks. Bij Noordwijkerhout maak ik een ochtendstop voor het ontbijt. Er staat een picknicktafel en daar zit ik rustig, tot tegen 9.30 uur een snack- en fietwagen op de locatie komt staan. De tafels behoren bij een verkooppunt. Gelukkig heb ik mijn ontbijt op en kan zonder te storen verder. De tocht gaat langs de duinen, het is onbewolkte, maar het veranderd in mist. De zeemist is het land in gedreven en de plaatsten Noordwijk en Katwijk moet ik in de mist fietsen. Na Katwijk kom ik in de Kennermerduinen. Het klaart het weer op. In de duinen ligt aan het fietspad een klein paviljoen. Het heeft een leuke inrichting met oude potten en ketels. Het ligt eenzaam stil in de duinen, toch komen er mensen om wat te drinken. Je moet wel zelf binnen je drankje halen. Achter de toonbank staat een jonge man, de muziek en hij zelf passen niet bij de inrichting. Buiten staat een afgedankte oude kassa met aan de zijkant een slinger. De koffie komt uit een koffiezetmachine, de zon schijnt en op het terras nuttig ik mijn kopje koffie. In de verte is Den Haag te zien. Ik fiets over de boulevard van Scheveningen en in de vissersplaats zelf ken ik een Jumbo supermarkt, waar ik de bootschappen wil halen. Het is even zoeken, maar toch vind ik de supermarkt. De fiets plaats ik weer vlak voor de ingang, waar een buitenlander de daklozenkrant staat te verkopen. Ik heb nu alle etenswaren voor vanavond bij mij. Ik heb nog geen vast omlijnd plan waar ik zou willen overnachten. De tocht van Den Haag gaat naar Kijkduin. Daar kan ik de duinen weer in, over het fietspad naar Hoek van Holland. De weg is wat moeilijk te vinden. Ik kom bij het eindpunt van de Haagse tram en moet erg oppassen dat ik niet met de banden in de tramrails kom. Bij de eindhalte is het fietspad richting monster. De tocht door de duinen verloopt voorspoedig en ik geniet van het uitzicht op de kassen van het Westland. Kas na kas staat langs het fietspad en bij momster is de dijk een groot bloemenveld met narcissen. Ik heb onderweg heel vaak zomaar narcissen in het wild zien staan. Blijkbaar kunnen narcissen het jaren uithouden.

De bestuurder zit nog van verbazing op de wal.

Bij ’s-Gravenzande zie ik bij een camping een golfkarretje in de sloot liggen. Tegen de dijk zit een kletsnatte man. Ik stop en er komen nog wat mensen bij. Hij was met het karretje naar de slootkant gereden en daar met werkzaamheden begonnen. Tijdens het werk begon het karretje het talud af te rijden. Wij wilde nog in het wagentje springen om het te stoppen, maar dat lukte niet meer, Drijfnat zit hij nu bij te komen. Alle kleding is nat en in de hand heeft hij een mobieltje. Of de telefoon ook onderwater is geweest weet ik niet. Toen de man aan het werk was is het golfkarretje spontaan van het talut gereden. Even later komt een andere man van de camping en begint te lachen. Hij kan de lol er wel van in zien. De natte man neemt zijn fiets over en gaat zich eerst verkleden.

Er is verder niets gebeurt en mijn reis kan weer verder richting Hoek van Holland waar ik rond 16 uur aan kom. Er komt net een containerschip de Nieuwe Waterweg in varen. Volgens de kaart kan ik bij Schiedam over varen. Als ik echter door de haven van Hoek van Holland fiets zie ik een snelboot naar de haven varen. Fietsers komen van de boot en als ik goed kijk zie ik RET op de boot staan. Dat moet een veerboot zijn. Ik draai om en rij aan boord zonder te weten waar de boot heengaat. Direct aan bord vaart de boot al weer weg en gaat richting Maasvlakte. Dan gaat mijn reis nu ook richting Maasvlakte. Ik vraag de kapitein of ik even boven nog kijken en we maken een praatje. Super snel varen we over de Nieuwe Waterweg en leggen aan bij een ponton. Ik bedank de kapitein en de dame van de kaartjes. De boot vaart direct weer weg. Boven staan twee mannen, ze komen uit Berkel en een van de mannen heeft een elektrische fiets, zijn gezondheid wordt minder, de mannen zijn begin zeventig en moeten alles van mijn fietstochten weten. We praten zolang dat de snelboot al weer terug is van de overtocht. Ik roep naar de kapitein, die buiten staat, dat ik nog niet ben opgeschoten. Waarom zou ik ook, ik hoef nergens heen. De Maasvlakte is niet de leukste plek om te fietsen. Grote opslagterreinen voor stenen met een hek er omheen en toch een bordje verboden toegang. Ik zou niet weten wat je hier moest weg halen. Groot staat de elektriciteitscentrale midden op de vlakte. Het waait op de open vlakte. Dan vind ik het fietspad van de Maasvlakte naar Voorne. Het loopt over de dam die het Oostvoornsemeer afsluit. Ik vind aan het meer een prachtige plek bij een steiger, waar je achter een houtenwand naar de watervogels kunt kijken. Langs het meer loopt een graspad en het lijkt mij een prima plek voor een overnachting. In het meer ligt een bootje met een paar vissers, in het water staat bij een stenen strekdam een visser met een waadbroek in het water te vissen. Zo heeft iedereen zijn eigen hobby. Ik richt mijn slaapplek in, om 21.00 uur is het donker en lig ik in mijn tentje. Ik luister nog wat muziek en om 22.00 uur ga ik slapen. Toch blijkt het niet een erg rustige plek. De chemische fabrieken en de elektriciteitscentrale maken lawaai. Sta je in een natuurgebied en dan is er ’s nachts nog lawaai!

………………………………………………………………………………………………………………………………………….

8 april 2010
Voorne – Oostkapelle

Tegen zeven uur stap ik weer op de fiets. Eigenlijk weet ik niet goed waar ik ben. Als in de dam af fiets kom ik op het eiland Voorne. Daar vind ik een richtingaanwijzer en een bordje met de Noordzeeroute van Den Helder naar Sluis in Zeeuws Vlaanderen. Het is de FL1 fietsroute. Ik besluit deze route te volgen. Het gebied achter de duinen van Voorne is een prachtig bosgebied met huisjes en kleine weilanden. Het is prachtig rustig fietsen, genieten van de bloesem van de Japensekers en bloeiende fruitbomen. De eerste plaats die ik aan doe is Rockanje. Ik weet dat het een toeristenplaats is, maar ik ben er nooit geweest dus wil ik de ervaring opdoen. En ja hoor, het is een echte toeristenplaats veel Duitse auto’s en volop terrasjes met niets doende mensen die alleen naar andere toeristen kijken. Ik fiets het dorp een keer op en neer en heb het wel gezien. Bij de plaatselijk Jumbo supermarkt haal ik mijn eten voor vandaag en zorg ook dat ik voor morgen krentenbollen en kaas heb. Op zondag kun je niets krijgen, maar met krentenbollen red ik het wel een tijdje. Van Rockanje ga ik over de Haringvlietdam. Na de dam maak ik een stop in het plaatsje Oostdijk op Goerree-Overflakkee een typisch plaatsje aan de kust, het ligt achter de duinen in het open land. De enige beschutting tegen de wind hebben de huizen aan elkaar. Een haventje is de centrale plaats. Hier komen de mannen bij elkaar en wordt over het laatste nieuws besproken. Na de stop ga ik verder over de LF1 en kom in Goedereede. Wat een leuke plaats met een stompe toren en een haventje in het centrum. Wegens het mooie weer zitten de mensen op het terrasje van café restaurant de Gouden Leeuw.

Mijn verblijf duurt niet lang en via leuke kleine straatjes fiets ik het dorp uit. via Ouddorp gaat het naar de Brouwersdam. Onderweg op het fietspad in de duinen ontmoet ik Maarten de Nijs uit Den Haag. Maarten is op een oude fiets aan het rondtrekken. Hij is zelfstandig loodgieter in Den Haag en heeft een paar dagen vrij om rond te fietsen. Ons contact ‘klikt” en al pratende fietsen we verder. Maarten is ook een ‘vrije vogel’ en ondanks dat we samen fietsen gaan onze wegen soms uit elkaar. In de duinen wil Maarten een vuurtoren bekijken en we nemen afscheid.

Via de Rampweg kom ik in Renesse. Ik wilde het plaatsje graag zien, maar ik vind het met al die toeristen al ‘een ramp”. In de plaatselijke supermarkt doe ik mijn boodschappen en daarna ga ik snel verder. Ik ben geen fan van toeristenplaatsen. In Burg-Haamstede tref ik Maarten, hij fietst in tegengestelde richting.

Op weg naar Burg-Haamstede passeerde ik een tweespan met Belgische trekpaarden. Later zal ik dat tweespan in het plaatsje Burg-Haamstede weer zie kom ik langs de woning van een dierenarts. Ik denk zou hier mogelijk Ken Buth de dierenarts van de Power Horse wonen. Ik ken kenth al jaren maar weet eigenlijk weinig over zijn privé. In gedachten fiets ik onder de bomen in ‘centrum’ van Burg-Haamstede in. Links van de weg zie ik ineens een bekende. Ik roep haar aan: ” Dag Marga” van verbazing valt ze bijna van de fiets. “Hoe kom jij hier”, ik moet haar uitleggen dat ik met mijn rondje Nederland bezig ben. Marga zegt dat ze vanmiddag van de menvereniging onderlinge wedstrijden hebben en ze zou zou het leuk vinden als ik daar even kwam kijken. “Er zijn een hele boel bekenden van de Power Horse” en haar man Joop is er ook. Ze legt uit hoe ik het terreintje in de duinen kan vinden. Dan bedenk ik dat de leukste dingen ontstaan door toeval en ik besluit om te keren en de wedstrijden te gaan kijken. Ik kom weer langs het huis van de dierenarts waarvan ik inmiddels weet dat het van Ken Buth is. Na het huis, aan de buitenkant van het dorp moet ik links een paadje de duinen in. Op het kleine weitje in de duinen tref ik veel bekenden. Henk van de Berg met zijn vrouw, de dierenarts Ken Buth met zijn partner en nog meer bekenden van de Power Horse. Vele malen moet ik uitleggen hoe ik zomaar bij de onderlinge wedstrijden van hun menvereniging kom. Na een half uur neem ik afscheid. Ken Buth gaat ook weg en vraagt of ik bij hem thuis nog op de koffie kom. Waarom niet? Ik heb tijd genoeg en in de tuin drinken we gezamenlijk de koffie. Toch komt de onrust weer over mij, ik wil verder en heb als einddoel een overnachting bij Andrie de Buck in Oostkapelle.

Het is vreemd maar onderweg tref ik Maarten weer en fietsen we samen over de Oosterscheldekering. In Breezand wil Maarten op een boerencamping overnachten. Hij vraagt of ik daar ook wil overnachten. Ik moet hem teleurstellen, mijn tocht gaat naar Oostkapelle. Ik wil de familie de Buck niet belasten en voor Oostkapelle maak ik aan een picknick tafel mijn beroemde spaghetti. Er staat een harde koude wind en het kost nogal wat moeite om de brander aan te houden. Toch lukt het en dan fiets is ik op de TomTom naar de Hogeduvekotseweg. De ontvangst is als vanouds hartelijk. Ik wil vannacht in mijn tentje slapen maar krijg een slaapplaats binnen aangeboden. Ik mag in het laboratorium van het paarden Ki-station slapen. We praten nog enige tijd maar de bijna 90 kilometer van vandaag doen zijn werk. Ik krijg slaap en besluit de slaapplaats in het laboratorium op te zoeken. Mijn slaapmat ligt op de grond, rechts staat een microscoop, aan aan de muur hangt een spermavanger. Ik slaap in het laboratorium van het paarden KI station. De aanvang van de nacht is onrustig. Het laboratorium ligt naast een paardenstal en paarden zijn ook ‘s nachts actief. Ik gebruik de oordoppen maar weer.

…………………………………………………………………………….
9 april 2011
Om 7.30 uur fiets ik weg. Mijn besluit is om vandaag naar Vlissingen te fietsen. Ik heb nog wel meer tijd, maar als ik verder ga in Zeeuws-Vlaanderen moet ik meer dan 100 km fietsen voor ik in Bergen op Zoom met de trein naar huis kan. Dat wordt te ver. Ik fiets in de vroege uren op Walcheren. Bij Westkapelle vind ik het fietspad langs de duinen. Dit fietspad heb ik eerder in tegenovergestelde richting gereden, op weg naar Domburg. Al om 9.00 uur kom ik in Vlissingen. In alle rust fiets ik over de bijna verlaten boulevard en kan om 9.50 uur met de trein mee. Het wordt wel een vreemde reis. Wegens werkzaamheden aan het spoor kan ik niet via Den Bosch, maar moet via Rotterdam en Utrecht naar Arnhem. De hele ochtend ben ik met de treinreis bezig en vanaf Arnhem neem ik de fiets om het laatste stuk naar Duiven te fietsen.
…………………………………………………………………………………………………………………………………

15 aug 2011

Vlissingen – Philipinne

70 km

Eindelijk is het zover, ik kan verder met mijn rondje Nederland. Dit voorjaar op 7 april 2011 eindigde de laatste etappe in Vlissingen. Dit voorjaar heb ik verder geen mogelijkheden gehad om meerdere dagen te fietsen. Het blijkt dat het wethouderschap toch de nodige tijd kost en meerdere dagen vrij moet ik van te voren plannen, want de agenda staat weer wekelijks van maandag tot donderdagavond vol. Maar nu gaan mijn vrouw en dochter samen op pad en kan ik ook mooi weg.

Ik heb het weekeinde mijn bepakking in de fietstassen, aan de hand van de paklijst nog eens gecontroleerd. Zondagavond heb ik de fiets met tassen al klaar gezet, want ik wil om 06.02 uur al met de trein uit Duiven naar Vlissingen. Als alles volgens plan loopt ben ik om 9.20 uur in Vlissingen. Ik moet in Arnhem, Nijmegen en Roosendaal overstappen en de tijd daar voor is soms beperkt tot zes minuten. In die tijd moet je vaak twee keer met de lift naar een ander perron. Vaak op het laatste moment haal je de trein. Maar het lukte allemaal. In juli en augustus mag je ook in de spits met de fiets in de trein en dat is te merken aan de drukte. De plaats voor de fietsen in de trein is vaak veel te klein. Met drie fietsen staat alles vol. In ’s Roosendaal staan al twee fietsen in de coupe en stappen nog twee dames met fietsen in de trein. Een conducteur ( een wat zwoel type) die ook instapte zei direct:” O, hier kan ik niet door.” Een van de dames zei direct:” Maar u kunt er toch zo overstappen.” “Nee daar begin ik niet aan. Dadelijk lig ik languit en bezeer mij. Nee, de fietsen moeten echt aan de kant” was zijn antwoord. Gelaten beginnen we de fietsen te rangschikken, maar de mevrouw blijft het onzin vinden. Als de conducteur naast de fietsen in een hokje verdwijnt zegt ze: “ Wat een type hé?”

De dames laten de fietsen staan en gaan in de coupe zitten. Als ik ook een plaats in de coupe zoek en langs de dames op loop kan ik het niet laten om te zegen; de conducteur wil de fietsen nog iets anders hebben. De dames kijken mij verschrikt en met een lach maak ik duidelijk dat het een grapje is.

Vlissingen stappen we uit en fietsen allemaal naar de snelboot naar Breskens. Op de boot kom ik met de dames aan de praat een van de vier dames is met de fiets gevallen en komt met een pijnlijke knie op de boot. Zelf het stukje van de trein naar de boot heb ik mijn helm nog opgezet. Maar wij Nederlanders vinden dat maar stom.  2011-08-15 005

In Breskens zoek ik de route naar het fietspad door de duinen. Eerst neem ik de tijd om een heerlijk over de Westerschelde te kijken. Het is prachtig weer en ik heb het idee, waarom zou ik mij haasten.

2011-08-15 010

Meest zuidwestelijke punt van Nedeland.
Het Zwin in Zeeuws-Vlaanderen

Na enige tijd wordt ik aangesproken door een fietser. Het is Paul Stoop uit Knokke. Hij fietst elke dag een stuk door Zeeuws-Vlaanderen en kent de weg feilloos. Hij vraagt of we samen zullen fietsen. Dat is natuurlijk leuk en Paul weet van alles te vertellen over plaatsen, het stand, de vuurtoren, de zwarte polder en het Zwin. Bij Het Zwin nemen we afscheid en scheiden onze wegen. De eerste plaats die ik bezoek is Retranchement. Wikipedia omschrijft Retrachement als volgt : Het omwalde dorp Retranchement is een overblijfsel van een veel groter geheel van versterkingen dat bedoeld was om de Staatse oever van het Zwin te beschermen. In 1604 werd er door Prins Maurits een bescheiden versterking aangelegd waar slechts enkele soldaten met hun gezinnen woonden. Dit geheel bestond uit het ‘Retranchement Cadsandria met Fort Oranje in het noorden en Fort Nassau in het zuiden, die op 1 km afstand van elkaar waren gelegen en omstreeks 1621 werden gebouwd. Het dorpje heeft nog steeds een intieme sfeer en een karakteristieke molen.Ik vertrek in oostelijke richting en kom door een landschap met veel wallen en bomen er op die Zeeuws-Vlaanderen zo karakteristiek maken.

Polderwegen in Zeeuws-vlaamderen

Polderwegen in Zeeuws-Vlaanderen

Ik fiets richting Sluis wat ik dan zie is een volslagen verrassing. Het is 15 augustus en dat is Maria hemelvaart of Maria tenhemelopneming. Het is voor de Belgen een feestdag en alle Belgen hebben vrij. Massaal komen ze Sluis om te winkelen maar vooral ook om mosselen te eten en slenteren door de stad. Op internet wordt Sluis omschreven als winkelstad die maar twee sluitingsdagen: 1e Kerstdag en Nieuwjaarsdag
Vroeger kwamen de belgen naar de seksshops in Sluis omdat men in België geen seksbladen en artikelen mocht verkopen. Ik loop met de fiets aan de hand door de stad bekijk Het belfort van Sluis. Het is een raadhuis waarvan de bouw mogelijk in 1386 is begonnen. Het is het enige belfort in Nederland, dat volgens sommigen thuishoort op de lijst van 56 belforten in België en Frankrijk die als werelderfgoed erkend zijn door de UNESCO.

De toeristen hebben er geen oog voor, ze flaneren rijen dik door de straten, of zitten met het prachtige weer op de terrasjes om naar de flanerende soortgenoten te bekijken. Ik voel daar niets voor en mijn volgende doel is Aardenburg. Het vreemde is, dat in deze mooie historische stad geen toerist is te zien. Aardenburg was al bewoond in de Middensteentijd, maar werd pas een werkelijk grote nederzetting in de Romeinse tijd, toen na 174 een castellum werd gebouwd voor de kustbewaking van de grenzen van het Romeinse Rijk. Aardenburg lag toen nog aan een riviertje, dat een verbinding met de zee gaf. Het oudste gebouw van Aardenburg is de Sint Baafskerk waar op Maria hemelvaart een tentoonstelling is. Ik zet de fiets voor de kerk en bekijk de tentoonstelling die bestaat uit beelden van de restauratie van de kerk. Indrukwekkend is de tentoonstelling niet te noemen. De stad uit is de juiste weg even moeilijk te vinden. Ik heb eigenlijk geen einddoel voor vandaag, maar geleidelijk begin ik te denken aan Filippine . Van Aardenburg loopt de route via Sint Magrieten in België. Direct zie je het verschil, want de woningbouw is veel vrijer als in Nederland. Vanaf sint Magrieten is het weer zoeken naar de beste route. Eigenlijk maakt het mij niet zoveel uit; het is allemaal leuk, in deze voor mij nieuwe omgeving. Bij Veldzicht kom ik Nederland weer binnen, IJzendijke, ook een oude vestingstad, wil ik de doodschappen doen. Na twee keer vragen ik vind de lokale C1000. Ik haal boodschappen en een biertje. Op het pad naar de stellingmolen neem ik een half uurtje rust. Het is nog 13 km naar Philippine, dus nog een uurtje fietsen.

Wie Philippine zegt, zegt mosselen. Een dorp met 2200 inwoners, maar wel met zo’n 800 restaurant-stoelen, verdeeld over acht restaurants. Vijf van de acht patrons zijn familie van elkaar. Ze hebben dezelfde grootvader: Arie Wiskerke. Een mosselvisser, die hier in 1949 een mosselrestaurant begon. http://www.mosselstad.nl/ De Belgische toeristen zitten vandaag met het mooie weer massaal op de terrasjes mosselen te eten. In het centrum zoek ik op mijn telefoon welke campings in de buurt zijn. 2011-08-15 025

Minicamping Sattva Braakmanweg 18 spreekt mij wel aan. Wat ik mij bij de naam Sattva moet voorstellen weet ik niet. Het blijkt maar een kilometer buiten het dorp te zijn. Op de TomTom fiets ik naar het adres. Als Eva in de TomTom, ‘bestemming bereikt”, roept zie ik niets wat op een mini camping lijkt. Ik vraag een passerende jonge dame of ze de minicamping weet. Ze zegt, kijk eens achter je”. Ik kijk en zie het boord minicamping op de schuur. Achter de schuur ligt een andere wereld. Een wereld van rust, stilte en samenhang. Een grasveldje onder de bomen en omgeven door struiken, vijver en overdekte picknicktafel, maken het een totaal rustpunt. Er zijn geen andere gasten op de camping. Hier kom je niet tot rust. Hier ben je rust. Rust met de omgeving. Rust als innerlijke uitstraling. Genieten is leuk, toch moet ik koken. Ik kan het niet laten om op internet te zoeken naar de betekenis van Sattva. Sattva staat voor evenwichtigheid – sat betekent zijn . In deze toestand van bewustzijn is er geen handelen meer in de geestelijke zin van het woord, hoewel de handen toch druk kunnen zijn. Sattva betekent harmonie – in handelen, en een stille geest die in evenwicht is. Sattva is dan ook te zien als het evenwicht tussen rajas en tamas. Sattva is een Indiase denkwijze, in het algemeen spelen drie begrippen een belangrijke rol: sattva, rajas en tamas. Zij worden samen de drie guna’s genoemd. Sattva is noch doodsstil, noch voortdurend druk. In een Sattvische toestand is elk bewustzijnsniveau rein op zijn eigen manier. Dit betekent juist handelen, juist spreken, juist denken en juist voelen. Deze voor de camping gekozen naam is geheel juist.

Phillipine- Baarle Nassau,
127 km.

Mijn vertrek is al redelijk vroeg en ik zie geen bekenden meer. Van Phillipinne vertrek ik richting Sluiskil.Net buiten Philipinne op de Zandstraat staat een bordje fietsfoute Sluiskil. Op goed geluk neem ik het weggetje de Vergeartpolderweg en kom weer door uitgestrekte polder gebieden. Ten noorden van Sluiskil moet een brug over het kanaal zijn, maar als ik in Sluiskil bij het kanaal kom, zie ik een pont die net aanlegt. Ik kan zo op de pont fietsen. De kapitein groet en als enigste klant brengt hij mij naar de overkant. Ik hoef ook niet te betalen. Maar dan, Nu sta ik op een industrieterrein en weet niet hoe ik naar Axel kan komen. Ik fiets langs het kanaal van Terneuzen naar Gent richting N61. Ik zie een bordje fietspad naar Axel maar men is het industrieterrein aan het uitbereiden waardoor het niet erg duidelijk is. Een passerende fietser vraag ik voor de zekerheid. “U kunt daar vis dat nieuwe betonpad en dan kom je langs de autosloperij naar de weg naar Axel”. Geeft de man in duidelijke uitleg weer. Ik volg zijn aanwijzingen op en kan de autosloperij en de weg naar Axel vinden. Eigenlijk fiets ik achter het industrieterrein langs over de Koegorsstraat. In de omgeving van de spoorwegovergang staan vijf windmolens. Op de N686, via Buthdijk moet ik linksaf naar Axel en kom daarbij langs een prachtig natuurgebied de Axelsekreek, vermoedelijk een oude zeearm. Axel ligt op een wat verhoging in het stadje telde in 2009 7923 inwoners (die Axelaars worden genoemd) en was tot 2003 een zelfstandige gemeente. Nu hoort het bij de gemeente Terneuzen. De stad vervult een de functie van streekcentrum, met betrekkelijk veel winkels. Ik fiets het stadje door maar het is rond 09,00 uur nog niet druk. Bij de kleine Kreek wat een onderdeel van de Axelsekreek is, maak ik een pauze voor het ontbijt. In de kreek spuit een fontein. Een jonge fuut roept permanent zijn ouders de verder op de plas drijven. Twee vissers zitten in een bootje. Ik eet mijn krentenbollen met kaas. Dan is het tijd om verder te gaan. Ik wil een kijken of ik de boerderij van ben Ysebaerd kan vinden. Ik weet het adres en volgens de gegeven van de TomTom ligt het redelijk in de route naar Hulst. Via de Linedijk kom ik in het plaatsje Kijkuit. Het is niet meer dan vijf huizen op een dijk. Een kilometer verder kom ik op de Reigerbossestraat. Het is 10 uur als ik bij Ben aan bel. Hij is thuis en natuurlijk is zijn verbazing groot. Hij zit in de kamer met twee jonge mannen te praten. De loonwerker heeft te kennen gegeven dat hij stopt en nu moet wil hij met de buren samen een nieuwe combine kopen. Ben heeft ca 250 ha land. De mannen maken duidelijke afspraken en vertrekken. Samen met Ben drink ik koffie en wij praten over de Power Horse Competition waarvan Ben de voorzitter is en ik de secretaris penningmeester. Tegen 10.45 uur vertrek ik richting Hulst. Ondanks het uitgebreide landbouwgebied kom ik toch langs natuurgebieden. Hulst is weer een oude vestingstad met stadwallen. In het centrum staat een bijzondere kerk. Op het plein is het gezellig druk op de terrasjes. Daar heb ik even gen zin in en zoek een plaatsje onder een boom en kan zo het hele plein bekijken. De toren van de kerk, die een basiliek blijkt te zijn, heeft een vreemde vorm. Internet geeft aan dat de toren van beton is en in 1957 is opgebouwd.

Na een half uur rust besluit ik via de N290 richting Sint Niklaas in België te gaan. Bij Kapelleburg passer ik de grens. Nu probeer ik gewoon een bordje fietspad naar Antwerpen te vinden. Dij de autoweg A11 zijn twee rotondes en zowaar vind ik een bordje fietspad Antwerpen. De afstand is ongeveer 25 km. Nadeel is dat de route langs de snelweg loopt. Toch houd ik die route maar aan omdat ik anders aan het dwalen kom. Op de gronden langs de A11 is veel fruitteelt met grote perenboomgaarden. De peren zien er verleidelijk uit en ik leen een peer de heerlijk smaakt. Nog twee maal passeer ik een boomgaard waar ik een peer leen. Het doet mij denken aan vroeger. Thuis kon je het fruit gewoon uit de kist pakken, maar ze bij de buurman uit de boomgaard halen was veel spannender. Vlak voor Antwerpen buigt de route af naar de Schelde Kennedytunnel.

De tunnel onder de Schelde

De tunnel onder de Schelde

De tunnel heeft een speciale tunnel voor fietsers en wandelaar. Het vreemde is dat je met de lift naar beneden moet. Het is een soort tandradbaanlift die 15 m schuin naar beneden gaat.

Fietsen in de Scheldetunnel, een langer gang onder de Schelde.

Fietsen in de Scheldetunnel, een langer gang onder de Schelde.

Dan heb je nog 690m tunnel van 4 m breed en dan kom je weer bij een tandradbaanlift. Nu volg ik de route naar het centrum en op de gezellige grote Markt neem ik een bolletje Dekoning bier. Op het terras zit ook … uit Amsterdam. Hij heeft een Japanse vriendin bij zich die aanzienlijk jonger is. De vriendin verstaat wel Nederlands maar spreekt het maar mondjes maat. Jan begint zelf over haar te vertellen. “Ik 69 jaar en heb in Amsterdam een café. Van oorsprong kom ik uit de Achterhoek en via Kleef waar ik een café had ben ik nu in Amsterdam gekomen. Samen met mijn vrouw runden wij het café. XXXX werkte in het Ocura hotel en ze was een vriendin van mijn vrouw. Helaas kreeg mijn vrouw kanker en ze daaraan overleden. Na het overlijden van mijn vrouw bleef xxx komen en de gezelligheid die wij aan elkaar hebben groeide. Ik haar gevraagd of ze het geen probleem vond dat ik bijna 30 jaar ouder ben. Ze heeft daar echter helemaal geen probleem mee en zo leven we nu samen en gaan soms op reis. Het houdt je jong.” Ik krijg van Jan een kaartje van zijn café in Amsterdam en de uitnodiging om op de koffie te komen. “Mensen uit de Achterhoek krijgen bij mij altijd gratis koffie”, zegt hij om de binding met zijn geboortestreek te benadrukken.

Het wordt tijd om de stad te verlaten. Het is nog 50 km naar Baarle-Nassau waar ik een camping ken. Dat wordt nog stug doortrappen. Ik volg de N115 tot Rijkevorsel. Daar kom ik op een route die ik nog ken van mijn tocht naar Santiago de Compostela. Zowaar herken ik de straf inrichting bij Merksplas ooit door de Nederlanders gebouwd om landlopers en vreemd volk op te bergen. Het lijkt heel veel op de strafinrichting in Veenhuizen in Friesland. Van Merksplas ga ik door het landelijk gebied en passeer tegen 19.00 uur de grens met Nederland.

Op de camping probeer ik mij aan te melden. Er is niemand thuis. Nog een keer ga ik kijken maar ook nu niemand dus duik ik na het eten mijn tentje in en slaap heerlijk. Camping Veldrust veldbraak 11, Baarle-Nassau. Voor die prijs is Veldrust een toepasselijke naam.

In het ochtendgloren fiets ik weg. Het is prachtig weer. Droog en voor de tijd van het jaar een goede temperatuur. Na een paar kilometer verder kom ik in een rustig landbouwgebied op de grens met België. Een bankje nodigt uit voor het ontbijt. In het weiland grazen vredig een paar koeien met kalveren. Stilte en rust, ver van de bewoonde wereld. Na het passeren van de grens kom ik in Poppel en Belgisch dorp. Van het dorp is niets bijzonders te vertellen, of het moet het gemeentehuis midden in Poppel zijn. Het is een oud pand met aan vier zijden trapgevels en in een van de hoeken een ronde toren.

Reusel is de volgende plaats in Nederland, Ik fiets in het Branbantseland maak kilometer na kilometer bezoek dorpen als Badel en fiets naar richting Bergeijk. Bergeijk is een wat grotere plaats en het wordt tijd om de boodschappen te doen. Ik schat in dat ik in de loop van de middag in Budel kan zijn. Dat lijkt me een mooie plaats om te overnachten. Ik zie wel waar ik een camping kan vinden, Via de Benadictusdijk kom ik op de grens van Nederland en België langs de Achelse Kluis een Trappistenklooster net over de grens. Helaas weet ik te weinig van dit klooster en neem niet de tijd om het nader te bezoeken. Het klooster ligt achter de muren. Het is er wel druk met auto’s. Via de bossen bij de Achelsekluis kom ik weer in Nederland in het centrum van Budel is een VVV. Ik ga daar meer een proberen of men een minicamping heeft. Een aller vriendelijkste jonge dame die echt geknipt is voor haar werk legt mij uit waar het is en hoe ik moet rijden, Ze is begin twintig maar je merkt aan alles dat ze op dienstverlening is ingesteld. Niets is haar te veel en ze wenst mij een goede reis.

Budel

Budel

Vanwege het mooie weer zit men nog op het terrasje op het plein van Budel. De camping is in Gastel, een klein plaatsje op ca drie kilometer van Buddel. Ondanks dat het dorp maar klein is moet bik wel even zoeken. De TomTom helpt mij maar als ‘Eva” roept bestemming bereikt sta ik in een woonstraat. Toch zie ik daar een bord minicamping. Achter het huis kom ik op een prachtig ingerichte camping. De eigenaar Bert komt mij verwelkomen. Ik krijg koffie en we praten over het ontstaan van de camping. Hij is pas een paar jaar bezig. Maar heeft er wel wat leuks van gemaakt. Bijna alle plaatsen zijn bezet maar ik kan op de kopsekant staan.

Met de campinggasten krijg ik bijna geen contact. Op zich niet erg. Ik kook mijn potje spaghetti en lees nog wat en dan moet ik de tent in. Nachtrust. Thuis zou ik er niet aan denken om 20 uur naar bed te gaan, maar na een dag fietsen slaap je altijd.

’s Morgens maak ik nog een rit van 15 km naar Weert. Via de TomTom kom ik bij het station van Weert en hier begint mijn terugreis, maar hier zal ik ook weer het vervolg van een rondje Nederland beginnen.
…………………………………………………………………………………………….

25 oktober 2011
Met de trein naar Weert
Weert – Samproy
4,8 km

Het is een wat vreemde reis met de trein. Ik moet eerst naar Utrecht, daar overstappen op de trein naar Eindhoven en dan naar Weert. Toch lukt het en rond 15.00 uur kom ik in Weert. Mijn eerste bezigheid is het op voorraad brengen van mijn eten. Van het station fiets ik de binnenstad van Weert in. Waaraan kun je beter de weg vragen dan aan een postbode. Een ja hoor, deze post bode weet wel waar een supermarkt is. “ Rechtdoor die straat in en dan zie je een draaideur van het winkelcentrum en daarin is de supermarkt”, vertelt de postbode. Onderweg vraag ik nog eens een dame en ook zij wijst in de zelfde richting. Dat is een truckje. Als je meerdere keren vraagt moet men steeds in de zelfde richting wijzen. Gaat het afwijken dan ben je te ver of de laatste persoon weet het niet. Dan moet je nog een keer ter controle iemand anders vragen. De gevraagde dame begint spontaan een gesprek over het fietsen, maar ook over de musical “Soldaat van oranje” die ze zo goed vindt en waar ik zeker heen moet gaan. Nu even niet, ik moet naar de supermarkt. Ik kom bij de genoemde draaideur, maar daar staat een bordje verboden voor fietsen. Net doen of ik het niet gezien heb en ik wandel de overdekte winkelpassage in. Ik vind de ingang van de supermarkt en stal de fiets duidelijk in het zicht. De fiets staat voor de ingang van de supermarkt met alle bepakking er op. Het is de enigste fiets. Geen wonder want er mogen geen fietsen in het winkelcentrum komen. Met 10 minuten ben ik weer terug met de boodschappen en de fiets staat er nog. Op de TomTom fiets ik de stad uit richting Stamproy waar een minicamping moet zijn. De camping is stil en verlaten. Toch is de camping nog open en ik betaal 4,60 euro voor de overnachting. Na het eten koken is het om 18.00 uur donker en kan ik de tent in gaan. Ik lees nog wat en zoals gebruikelijk maak ik na het eten een klein slaapje. Als ik waker wordt is het 20 uur ik lees nog wat en ga maar verder met slapen. ’s Nachts is het flink koud en ik moet dieper in de slaapzak.

…………………………………………………………………………………………………….

26 oktober 2011
Stamproy – Eperheide
72 km

De volgende morgen zit ik rond 7.45 uur op de fiets richting Maaseik in België. Het is ca 20 km naar Maaseik en ik besluit midden door de Stad te fietsen. Ik was in september ook in de stad maar een nader bezoek kan geen kwaad. In het centrum is markt. Een pracht van chrysanten geef de markt een fleurig aangezicht.

De markt in Maaseik (B)

Buiten de stad herken ik zowaar de route die ik eerder fietste en ik ga op zoek naar de dijk langs de Maas. De dijk loopt tot bijna aan Maastricht. Ik heb de wind pal tegen en ondanks het mooie uitzicht is het flink trappen. Bij het Maas Mechelen moet ik de dijk verlaten en gaat de route door de stad richting Maastricht. In Maastricht is het altijd leuk om het Vrijthof te bezoeken, maar nu mis ik de juiste weg en als ik het merk ben ik al weer bij de Maas aan de zuidkant van de stad. Dan maar door naar Margraten. De stad uit is een flinke klim naar Kadier en Keer. Een lange stevige klim van 4 tot 5 procent maakt duidelijk dat ik in de Limburgse heuvels ben. Ik besluit om te proberen naar Epen te rijden. Bij Margraten ga ik rechts naar Slenaken te gaan. In Slenaken is nog een stevige klim maar Eperheide. Ik begin in een rustig tempo aan de klim. Zeker 15 tot 20 minuten ben ik met de klim bezig. Ik hoef niet af te stappen. Als ik iets later op een minicamping in Eperheide ben zegt de buurman met een caravan:”Ik zag je de berg op fietsen. Ik heb bewondering voor je dat je dat kunt”. Ik bedank hem voor het compliment en probeer het wat af te zwakken door te zeggen dat ik nog best een goede conditie heb.
…………………………………………………………………………………………………….

27 oktober 2011
Eperheide- Heerlen
42 km

Morgenzon boven het Limburgse heuvelland

Ook deze avond is het weer om 18.30 uur donker. De nacht is nog kouder en ’s morgens is alles wit van de vorst. Ik fiets de heuvel af naar Epen. De vingers vriezen mij bijna van de handen. Het is nog enkele graden onder nul. De zon komt over de heuvelrand en ik stop voor een foto. In een wit gevroren weiland lopen paarden , wat weer een mooie foto geeft. Via Klein-Kullen fiets ik omhoog naar het Bovenste Bos. Als ik het later op de kaart goed bekijk ben ik maar een paar kilometer van de camping en was er ook een kortere weg. Via het bos kom ik in België en daar loopt een flink heuvel parcours naar Gemmenich, wat bij tegen het drielandenpunt Vaals ligt. Van Gemmenich naar Vaals is een klim van bijna 10% en dan moet ik toch een stuk lopen. Via Vaals wil ik naar de Dom in Aken en ook nu gaat het weer mis, omdat de TomTom problemen geeft. Ik mis de Dom en fiets dan maar richting Heerlen. Zonder haasten bereik ik de route. Ik fiets nu weer naar het noorden. Het rondje Nederland is bijna rond. Nog een keer twee dagen en ik ben helemaal rond. In Heerlen neem ik de trein naar Arnhem.

Het laatste stuk van Heerlen naar Duiven had ik al gedaan, toen ik in zomer 2010 uit Rome terug kwam fietsen. De route vanaf Maastricht loopt geheel langs de grens.

p5rn7vb