2010 Tochten

 

16 feb. 2010,
Duiven-’s Heerenbergh v.v.
50 km

Mijn vrouw zegt:“Jij bent gek om met dit weer te gaan fietsen”. Ik moet haar gelijk geven het is ‘hondenweer’. Regen en wind en ik stap op de fiets om een dagje rond te rijden. Maar ik heb er al zoveel dagen naar uitgezien om weer eens op de fiets te zitten. De route voor vandaag is een verkenning voor de rit van zaterdag 13 maart 2010. Op die datum gaan we met het Jacobsgenootschap een dagje fietsen en ze hebben mij gevraagd om een tocht uit te zetten. Het Jacobsgenootschap is een pelgrimsgenootschap van wandelaars en fietser naar Santiago de Compostela. Wij behoren bij het gewest Gelderland en meestal doen zo‘n 10 tot 20 fietsers aan de tocht mee. Nu is 13 maart nog wel vroeg in het seizoen, maar we zien wel. De start is bij het clubgebouw van korfbalvereniging Duko in Park de Nieuweling in Duiven. Daar zet ik de kilometerteller op nul en begin aan de tocht die ik op Google-maps heb voorbereid. Ik weet al dat de gehele route ca. 45 km is.
Het bordeel
Via de Nieuweling ga ik naar de spoorweg overgang in Groessen. Daar wil ik de mannen vragen of ze het alleenstaande gebouw rechts kennen. Ik ben benieuwd, als ze het kennen durven ze het toch niet te zeggen. Het gebouw staat op het industrieterrein en is ons lokale bordeel. Vroeger zat het bordeel in de woonwijk de Eltingerhof gewoon in een woning. De buurt zei, dat er overlast was van vertrekkende mannen was, maar ik betwijfel dat. Ik geloof er niks van. Die toeteren niet als ze weg rijden. Nee, de buurt vond het maar niks in de wijk en klaagde om zo het bordeel kwijt te raken. Ik was in die tijd wethouder en had goede ‘zakelijke’ contacten met de eigenaar Rob Teuben. Het was begin 2000 toen de bordelen als bedrijf werden aangemerkt. Ik had toen een gesprek met Rob en heb hem gezegd:“ Jij hoort hier niet meer thuis in een woonwijk. Je moet naar het industrieterrein.” Rob keek mij wat vreemd aan, maar hij heeft het wel in zijn oren geknoopt.
Het was de gemeente wat waard om het bordeel te verplaatsen en toen er overeenstemming was, was het bordeel het eerste bedrijfpand op de industrieterrein de Nieuweling. Dat is ook altijd de bedoeling geweest. Als je er als eerste zit kan niemand klagen. Rob Teuben heeft mij later nog wel eens bedankt en gezegd:“Het is aan jou te danken dat we hier zitten.” En zo kreeg ik een uitnodiging van Rob om ter gelegenheid van de opening, zijn bedrijfpand te bekijken. Uit voorzorg heb ik mijn vrouw naar de opening meegenomen. Dat is ook de enige keer geweest dat we samen in een bordeel waren. Maar laat ik er geen doekjes om winden, het is ook het enige bordeel wat ik ooit heb bezocht. Toen wij tijdens de opening wat te drinken aangeboden kreeg, vroeg de vrouw van Rob iedereen:“Wat wilt u drinken? ̶ Toen ze bij mij was zei ze,“Net als altijd?” Ja dat was natuurlijk lachen, net als altijd.

Betuwelijn
Na de spoorwegovergang gaan ik links de Berenclauwstraat in. Vroeger heette de straat Groeneweg. Dat was de weg waar de weilanden aan lagen. Omdat in Loo ook een Groenweg was gaf dat veel verwarring en is de straat omgedoopt tot Berenclauwstraat naar de gelijknamige havezate De Berenclauw waarvan de geschiedenis terug gaat tot 1300. Het huis het kantelen dakranden staat er nog.
Verderop kom ik bij de geluidschermen van de Betuwelijn die in Zevenaar in de tunnel gaat. Door Zevenaar heen is niks meer te zien van de Betuwelijn en het fietspad ligt nu boven op de tunnel. Bij de afslag naar Oud Zevenaar ter hoogte van de oude Turmac sigarettenfabriek eindigt de tunnel, of als je van Duitsland af komt, begint daar de tunnel. Dan fiets je langs de geluidschermen. Die zijn geheel uit glas. Ik zie een goederentrein rijden maar kan hem nauwelijks horen.

Wat ik wel hoor is de regen. Het weer wordt er niet beter op en ik moet de poncho aan. Ik heb van het verleden geleerd. Meestal wachtte ik te lang en was al doornat. Dan begint het echt te zweten onder de poncho. Ondanks dat ik richting Babberich wel vaker op de fiets ben geweest, vind ik toch weer een nieuw fietspad en een tunnel onder de Betuwelijn door. Ik kom nu aan de noordkant van de Betuwelijn in de Sleegte. Het valt mij op hoeveel mensen die in het buitengebied wonen paarden hebben. Het merendeel van de weilanden zijn paardenweitjes. Het blijft regenen en bij Beek beginnen de heuvels van het Montferland. Prachtig de klim bij uitspanning ‘het Peeske’. Het stelt eigenlijk niks voor, maar ik moet weer denken aan mijn eerst tocht in omgekeerde richting, twee jaar geleden. Ik sukkelde naar boven en was kapot. Nu trap ik in een eigen tempo en kom goed boven. Niks meer uitgeput. Ik heb de kracht nog in de benen.

Omroep Gelderland
Dan gaat het heuvel af naar ‘s Heerenbergh. Ik fiets over de kasteelwal om dan via het brug op de binnenplaats van kasteel Bergh te komen. Op de brug is een cameraploeg van omroep Gelderland opnamen aan het maken. Een dame wordt geïnterviewd. Ik wacht het rustig af en als ze klaar zijn met de opnamen kan ik er langs. Ik spreek ze aan en ze vragen dan wat ik er van vind dat ‘s Heerenbergh heksenstad wordt? Nauw dat moet je niet aan mij vragen, ik heb altijd wel een mening. Voor ik het weet sta ik voor de camera en mag mijn mening geven. “Het is prachtig dat ’s Heeerenbergh heksenstad wordt, dan kan men ook hier een certificaat halen dat men niet te licht is en geen heks kan zijn. Heksen moeten heel licht zijn anders kunnen ze niet op een bezem rond vliegen.” De interviewster vraagt of er ook manlijke heksen zijn? “ Nee die zijn te zwaar voor de bezem.” Of ik weet hoe het ‘heksenlachje’ is? Ik probeer er wat leuks van de maken en daarna mag ik nog een keer recht naar de kamera fietsen. Vanavond om 18.00 uur komt het in het journaal van omroep Gelderland. Weer wat beleefd, op een dag waar alleen maar regen uit de hemel komt vallen.

100_6409n.

 

In de horecagelegenheid op de binnenplaats van het kasteel vraag ik of we daar de 13 maart terecht kunnen om koffie te drinken en wat te eten. Het is geen probleem en dame zet het in het reserveringsboek. Bij de Coop-supermarkt haal ik krentenbollen en wat te drinken. Ik zet mijn elektrisch fietsalarm aan en ga de winkel in. Als ik bij de kassa kom hoor ik het alarm en een blaffende hond. De dame bij de kassa zegt dat het alarm al verschillende keren is af gegaan. Of het door de hond of de regen komt weet ik niet.
Langs het kasteel volg ik ‘Het nachtegaalslaantje’ een zandpad richting Elten in Duitsland. Wat een leuke pad door de bossen. Aan het einde van het zandpad moet ik remmen voor een loslopende Boxer. Het is een nog jonge hond en de baas komt er achteraan. Ik spreek hem aan over de hond. Ik zeg dat je boxers niet meer zo vaak ziet. Het is zijn derde hond. “Ze worden niet zo oud”, zegt de man, “Mijn eerste hond werd maar drie jaar, toen kreeg hij tumoren in de longen en de hersenen. Ze zijn teveel doorgefokt. De tweede hond ging na acht jaar dood, ook aan kankertumoren.” Zomaar even een triest verhaal op een mooie route onder langs de Elterberg.

Ik kom door Stokkum. Niet te hard fietsen, anders ben je er door het dorp voor je er erg in hebt. Na Stokkum komen een aantal campings. Een mooie plaats in het Achterhoekse heuvelland. Dan gaat het door de bossen en over de autosnelweg naar Elten. Ik kon zonder aanwijzing in Duitsland en verderop langs de begraafplaats en de molen van Elten. Na de afdaling naar het centrum van Elten moet ik door de open polder naar Lobith. De wind en regen heb ik pal voor. De snelheid loopt terug tot beneden de 10 km. Niet aan denken! Gewoon doortrappen en ook niet kijken hoever Lobith nog is. Het einde van de weg komt vanzelf in zicht. Ik ben weer over de grens gekomen.

Langs de Rijn
Lobith en daarna de kade in Tolkamer. Bij zomerdag een prachtige plaats om eens te stoppen. Nu met de wind en regen geen pretje. Toch fiets ik even door Tuindorp. Het dorp wat men in de twintigerjaren van de vorige eeuw bouwde voor de Poolse werknemers van scheepswerf de Hoop. ( reisverslag nov. 2008). Na tuindorp loopt het fietspad langs het recreatiegebied de Bylandt. Ik ben de enige recreant. Ik zwoeg door en kom bij de Rijn waar het pontje naar Millingen over vaart. De krib is geheel onder water verdwenen. Vorig jaar naar Rome had ik hier mijn eerste stop. Toen was het weer stukken beter. Ondanks de regen en wind voel ik mij toch happy en vrij. Ik fiets langs de Rijn en wordt ingehaald door een vrachtschip wat stroom afwaart vaart. Nou dan weet ik het wel, ik ga heel langzaam. Pannerden en dan de dijk naar Loo. Ik denk niet meer aan het weer maar aan de mooie tocht.
Thuis schudt mijn vrouw het hoofd en zegt, “Jij bent gek!”
Ze heeft gelijk!
…………………………………………………………………………………………………………

17 februari 2010
Vlissingen-Oost Kapelle
Droog, sneeuwlaagje, ca 3 graden

18 februari 2010 Oostkapelle-Middelburg
Droog, sneeuwlaagje, ca 2 graden.
Totaal in twee dagen 57 km

Hoge nood.
In Roosendaal moest ik overstappen en in Vlissingen is het eindpunt van de trein. Het spoor houdt bij de Westerschelde op. Ik bezoek eerst het centrum van Vlissingen. Het valt wat tegen. Men heeft er een modern centrum van willen maken maar het heeft een uitstraling die niet past bij de oude gebouwen aan de haven. IkIk heb vanavond een vergadering in Woensdrecht. Nu kun je met de auto naar Woensdrecht rijden en midden in de nacht terug naar huis. Nu wil ik het combineren met een fietstocht op Walcheren. Dus
met de fiets naar Arnhem en dan met de trein naar Vlissingen. De treinreis loopt voorspoedig tot het moment dat ik naar het toilet moet. Ik zoek een toilet en de eerste zit dicht en de volgende toiletten ook. Ik ben net voorbij Den Bosch en de rit naar Roosendaal duurt nog even. Ik spreek de vrouwelijke conducteur aan en zij zegt dat wegens de vorst alle toiletten zijn afgesloten. Er is geen waterspoeling. Daar sta ik dan met ‘hoogwater’. Ik doe een argumenten aanval. “Het is toch gek dat op zo een lange treinreis helemaal geen toilet beschikbaar is. ” Ze is het me eens en merk op dat ze toch wel een sleutel heeft. Ze kijkt wat rond en zegt, “Ga maar gauw! “, terwijl ze de wc open doet. Van schrik krijg ik er bijna niks uit en dat in de wetenschap dat ze voor de deur staat te wachten. Ik druppel de hoogste nood weg en bedank haar voor de medewerking. Heb ik weer!, zoek Albert Hein op om wat boodschappen te doen. Voor AH staan volwassen mannen, ver over de zestig jaar,

voetbalplaatjes te ruilen. Ik kijk met verbazing naar deze gekte. Ik dacht dat kinderen de voetbal plaatjes verzamelden, maar hier staan de opa en kennen feilloos de ontbrekende nummers van de plaatjes die ze nog niet hebben. Ik denk even, Zou ik dat ook doen? Bij AH gaan staan en voetbalplaatjes ruilen? Misschien zeggen ze wel dat het voor de kleinkinderen is. Nou gezien het fanatisme sparen ze zelf de plaatjes. Vlissingen heeft wel een prachtige boulevard weer de zeeschepen van en naar Antwerpen, kort langs varen. Het is een prachtige wandel en flaneer boulevard. Het weer is echter niet van dien aard dat er veel mensen op de boulevard zijn. Aan het einde van de boulevard kun je op een nieuw duin over een asfalt weggetje. Het weggetje is helemaal nieuw en al snel merk ik dat het duin ook nog nieuw is en er veel zand op het asfalt ligt. Na 3 km houdt het weggetje op en moet ik een trap af. Het is een hele tour met de fiets met alle tassen er aan. Het lukt. Via de Duinen kom ik in Dishoek en klein Valkenisse. Ik verbaas mij over de bunkers en tankverdedigingslijn die de Duitser in de oorlog hebben aangelegd.
Zoutelande en Westkapelle en dan de dijk op om uit te waaien. Bij Domburg is een heel grote waterplas, wij zouden dat een waaij noemen. Deze plas is in de oorlog ontstaan toen de Duitsers de dijken hebben doorgestoken. In Domburg zitten toeristen op een verwarmd terras van een restaurant. Ze kijken mij wat ‘dom’ aan ik stop. Ik maak een foto. Wie is er nu gek? Ik, omdat ik op de fiets met kampeeruitrusting zit. Of die toeristen die met 3 graden op een terras zitten.100_6381

 

In Oost Kapelle bezoek ik Andrie de Buck en zijn vrouw. Ik krijg het gastenappartement. Ik hoef niet in mijn tentje te slapen. ’s Avonds rijden we naar Woensdrecht. We praten over de Power Horse competitie. De rit is haast te kort om alles over de trekpaarden door te spreken. De volgende morgen krijg ik van Gretha een ontbijt en dan fiets ik richting Middelburg. In Middelburg roept een vrouw spontaan haar bewondering. Ik weet niet meer precies wat ze zei, maar het was wel bewondering om in deze tijd van het jaar op de fiets op pad te gaan. Ik rij dwars door Middelburg en ontdek dat het centrum ook een burcht is.

de burcht van Middelburcht.

de burcht van Middelburcht.

Nu dan wel het Provinciehuis, dus een ‘bestuursburcht’. Maar toch, het is een prachtige oude stad. Met de trein ga ik terug naar Arnhem. Ik heb maar 57 km in twee dagen gereden. Maar zoals ik al eerder heb geschreven: “Het is niet de afstand die belangrijk is, maar de mensen die je ontmoet”. Daar kan nu ook bij komen: “De plaatsen die je bezoekt”.
…………………………………………………………………………………………..

Datum 04 maart 2010
Duiven,  Raalte  Raalte -Joppe.

Datum 05 maart 2010 
Joppe   Duiven

De verkiezingen
Het was al 4 maart 2010 om 03.00 uur toen ik thuis kwam. Ik was in een uitgelaten stemming en van vermoeidheid had ik nog geen last. Toch had ik 3 maart 2010 van ’s morgens 07.00 uur tot 23.30 uur op het stembureau in het gemeentehuis van Duiven gezeten. Op zich al een vermoeiende dag als je van 07.00 uur tot 21.00 uur in het stembureau aanwezig bent. Maar je zit in de gemeenteraad en je wilt toch weer voor een periode van vier jaar meedoen, dan wil dat de mensen je zien. Nu zit ik al jaren bij de stemmingen in het zelfde stembureau dus ik ken heel veel mensen. Dat gaf dit jaar wel een probleem omdat we iedereen om een legitimatie moesten vragen. Dat is natuurlijk gek als je mensen persoonlijk kent en toch moet vragen om een legitimatie.
Maar ja, zo zijn de regels. Na het sluiten van het stembureau om 21.00 uur begon het
tellen van de ca 1580 stembiljetten. Ondanks de hulptellers waren we tot 22.30 uur bezig
voor we alle biljetten hadden geteld. In die tijd zag ik de stapel van de VVD en Lokaal
Alternatief groeien en van het CDA laag blijven. Als dat de algemene trend zou zijn dan
zou de VVD flink winnen. Rond 24.00 uur kwam de eerste uitslag. Mijn eigen politieke partij de VVD ging in Duiven van 2 naar 4 zetel. Het feest was groot ten een uur later een rest zetel ook nog naar de VVD ging. Tegen 02.00 uur waren ook de voorkeurstemmen bekend. Ik had met 317 stemmen bijna drie keer de kiesdeler en op persoonlijk titel een voorkeur zetel. Ik heb er nog maar een gedronken.

Helemaal op!
De fiets stond klaar. Ik had mij voorgenomen om na de verkiezingen eerst meer eens naar
Raalte, naar mijn moeder te gaan. Mij vrouw vond mij maar gek. Maar die weet ook wel
dat, als ik eenmaal een tocht heb voorgenomen er maar weinig is wat mij daar van af kan
brengen. In zo zit ik om 9.00 uur op de fiets. Ik ben de euforische stemming van gisteren
nog niet kwijt. Het is lekker koud en er staat een straffe tegenwind . Het fietspad langs de IJssel bij Velp is afgesloten. Toch negeer ik het bord en ik denk, ik zie wel, je kunt hooguit een paar kilometer terug moeten. Bij de steenfabriek merk ik waarom het fietspad is afgesloten. Wegens het hoge water is het fietspad ondergelopen. Gelukkig kan ik via de dijk weer op het fietspad komen. Ik trap door naar Dieren.
Dan komt het open stuk naar Brummen, met de wind pal op de kop. Ik begin het te merken. Weinig slaap gehad en de vermoeidheid speelt op. Ik ploeter voort richting Zutphen. In dit tempo heb ik zeker nog twee en half uur nodig om in Raalte te komen. Ik wijzig mijn plan en stap in Zutphen op de trein naar Wijhe. Als ik om 12.30 op het perron kom, komt de trein direct aanrijden. Ik kan er zo in en blijf bij de fiets zitten. Paul Verhoef belt mij op en beiden delen we onze vreugde over de verkiezingsuitslag. Paul wil wethouder worden en wij zijn er van overtuigd dat het met deze uitslag gaat lukken.
In Wijhe stap ik weer op de fiets en fiets nog 10 km naar Raalte. Mijn moeder is weer blij,
dat haar kind op visite komt. Ik word in twee uur weer vol gestopt met eten.

Jij bent gek.
Om 16.00 uur fiets ik uit Raalte weg. Ik wil nog naar Joppe vlak voor Zutphen. Ik denk dat het ca. 35 km is. Tegen 18.00 uur kom ik in Joppe bij de boerencamping. Ik heb gisteren mijn komst al aangemeld. De camping is nog dicht. Toch kan ik er staan. De eigenaar Henk vraagt mij op de koffie en vraagt of ik wil mee eten.“Nee, ik kook mijn eigen potje”.“Ik heb wel een caravan voor je. Daar mag in slapen”, zegt Henk. “Nee, ik slaap in mijn eigen tentje”. “Jij bent gek”, zegt Henk. Ik geef hem gelijk. Als ik om zeven uur bij  mijn tentje kom is het al donker. Ik zet mijn hoofdlampje op en begin met het koken van mijn beroemde spaghetti. Rond 20.00 uur ben ik klaar en dan is het ook tijd om in de slaapzak te kruipen. De voorspelling is 6 tot 8 graden vorst. Ik trek niet teveel kleren uit. Maar al snel heb ik het te warm. De slaapzak moet weer open en wat kleren gaan uit. Zo trim ik het uit tot ik lekker lig en het niet te warm of koud heb. Ik hoor nog een hagelbui op mijn tentje maar dan slaap ik.

Bevroren water.
’s Morgens is alles wit. Wassen lukt  niet , het water in de flessen is bevroren. Henk vraagt mij op de koffie en hij schudt weer het hoofd. “Jij bent gek”, zegt . We praten nog wat en het blijkt dat Henk een klok heeft die niet meer loopt. Ik zal er even naar kijken?  20 Minuten later loopt de klok weer. Henk schud zijn hoofd: “jij bent gek” zegt hij voor de zoveelste keer en we nemen afscheid. Het is nog koud als ik om 09.00 uur op de fiets stap. Via de bekende route Zutphen, Brummen, Dieren en Doesburg kom ik in Duiven. Ik ben weer lekker ‘uitgewaaid’ en voor vier jaar Gemeenteraadslid, dat vraagt nu weer aandacht.
……………………………………………………………………………………………………………………………………..

24 maart 2010
Assen-Uffelte
Droog zonnig, ca 16 graden
Dagafstand 73 km

25 maart 2010
Uffelte-Deventer
Droog zonnig, ca 18 graden.
Dagafstand 83 km
Totaal in twee dagen 156 km100_6536

 

Gevangenismuseum
Het eerste stuk van Duiven naar Velp ga ik op de fiets. Pas na 09.00 uur mag ik met de fiets en dalurenkaart met de trein mee. Ik wil in Assen starten en dan richting Duiven fietsen. Op het station in Velp wordt ik aangesproken door iemand, die bij de Gazellefabriek consumentenonderzoek doet. De man heeft veel interesse voor de fiets en hij weet dat het een oud model is, toch heeft hij bewondering voor de afstanden die ik met fiets heb gereden. Na een korte treinrit van Velp naar Dieren kan ik daar overstappen op de intercitytrein naar Zwolle. Als ik daar wil uitstappen zegt een conducteur, “ Een fijne dag meneer Nijland”. Ik kijk verbaasd en herken de man als Duivenaar. Van Zwolle naar Assen kom ik in gesprek met een vrouw uit Dinteloord. Ze gaat een dagje in Groningen winkelen, met haar dochter die daar biologie studeert.
Het is 10.57 uur als ik in Assen uit de trein stap. Ik fiets door het centrum en dan valt mijn oog op een tuin bij een grote villa, die helemaal vol staat met blauwe krokussen. Het is een zee van krokussen en bij het hek staat een bordje dat de tuin tijdens het bloeiseizoen is opengesteld. Dat wil ik niet missen en zo wandel ik door deze bloemenpracht, in de ‘Keukenhof’ van Assen.

De stad uit gaat langs de Johan Willem Friso kazerne, een prachtig monument waarvan de bouw eind 1892 begon. Ik heb het voornemen om eerst naar het gevangenismuseum in Veenhuizen te fietsen. De tocht gaat langs de Drentschehoofdvaart en dan door de bossen naar Veenhuizen. 100_6548Het gehele dorp staat in het teken van het gevangeniswezen. Overal zie je gevangenissen. Het museum ligt nog een heel eind van Veenhuizen en is gevestigd in een voormalige gevangenis. Het is interessant om eens te bekijken, maar toch heb ik het gevoel dat het niet een echt museum is. Meer laat men zien hoe veroordeelden vroeger werden gestraft en dat blijkt niet mals te zijn. Veel meer gaf men lijfstraffen en kreeg men een gevangenisstraf dan moest er flink gewerkt worden. In Amstrdam kwamen de mannen in het ‘Rasphuis’ en moesten houtraspen. Vrouwen kwamen in het ‘Spinhuis’ en moesten spinnen. Weer wat geleerd! Na drie kwartier heb ik het wel gezien.

Engelsen
Buiten het museum doe ik een vreemde ervaring op, die ik pas later kan plaatsen. Een man vraagt mij wat en ik denk dat hij een wat vreemd Engels dialect is spreekt, want ik versta hem niet. De vrouw die er bij is, zegt tegen haar man, “Die meneer weet ook niet of je daar mag parkeren.” De vrouw spreekt perfect Nederlands. Als ik later op het fietspad in het Fochtelooerveen even stop, staan er drie mannen en een van hen vraagt waar ik vandaan kom en ik zeg, “Uit Duiven bij Arnhem”. “Dat is een flinke afstand”, zegt de man. Een andere man zegt ook wat. Weer denk ik dat het een Engels sprekende man is.
Als de mannen weg fietsen zeg ik, dat ik met de trein naar Assen ben gekomen. De mannen lachen en ik zeg er bij, “Jullie vroegen ook alleen maar, waar ik vandaan kwam.” Als ik nog eens over de Engelssprekende mannen nadenk bedenk ik ineens, ‘ik ben in Friesland’. Het waren geen Engelsen het waren Friezen die Fries spraken.

Het Fochtelooërveen roept herinneringen op. Veel plaatsen herken ik nog uit de tijd tussen 1977 en 1980 toen we daar korhoenderonderzoek hebben gedaan. Weken woonde ik in een caravan aan de rand van het veen. Overdag waren we vaak in het veen werkzaam. Helaas zijn alle korhoenders er nu uitgestorven. Zelfs hoor ik geen Wulpen.
Via de bossen van Appelscha fiets ik naar Diever waar ik de boodschappen voor vandaag ga halen.

Hoefsmid
De volgende plaats is Uffelte waar Hendrik de Kuiper woont. Op goed geluk ga ik bij hem aan. Hendrik is hoefsmid en beslaat trekpaarden. Ik ken hem van de Power Horse Competition. Ik heb geluk Hendrik is thuis en net klaar met het uitmesten van de paardenstallen. Hij woont in een klein huisje en rond het huis is goed te zien dat er een paardenman woont. Er staan koetsen en karren en een vrachtwagen, die Hendrik deze winter heeft verbouwd voor paardenvervoer. Het is 17.00 uur en gezellig praten we een uurtje. Dan moet ik verder, want ik moet nog mijn eten koken en een leuke nachtplekje voor mijn tentje zoeken.

Onder een eik in de wei.
Net buiten Uffelte richting Ruinerwold op de Ruinerwoldseweg maak ik op een picknicktafel mijn spaghetti met witte bonen.
Bij de volgende boerderij vraag ik of mijn tentje op het erf mag staan.
De boer kijkt mij vreemd aan en zegt,“ Daar begin ik niet aan.” Ik doe verder geen moeite en vertrek. Een paar honderd meter verder vind ik een prachtige houtwal en een plaats in het weiland, waar mijn tentje kan staan. Ik sta onder een oude eik. Nu moet ik opschieten om voor het donker mijn tentje op te zitten. Als ik mijn tentje heb ingericht moet ik mijn hoofdlampje gebruiken. Het is net 19.00 uur en al helemaal donker. Boven de weilanden hoor ik de wulp jubelen en een enkele kievit laat zijn roep horen. Dan wordt het stil.

100_6556

Onder een eik in het weiland

Voor 20.00 uur lig ik in mijn slaapzak. Ik heb de fiets naast mijn tentje gelegd. Ik vind dat een goede methode en het fietsalarm heb ik aangezet. Als ze de fiets oppakken gaat het alarm af en dat hoor ik wel. Maar wie zou hier komen? De dichtstbijzijnde boerderij is op 300 meter en vanaf de weg kunnen ze mijn tentje niet zien. Ik slaap de hele nacht redelijk goed. Wel ben ik vaker als gewoonlijk wakker. Dat komt ook door de slaapzak die wegens de kou tot bovenaan dicht moet en door de kramp in de benen. Je merkt dat de spieren de hele dag hebben moeten werken en nu soms opspelen.
Ik heb vandaag 73 km gereden.

Om 06.30 uur begin ik met het opruimen en inpakken van het tentje. In een half uur is het klaar en 07.00 uur zit ik op de fiets. De tocht gaat naar Ruinerwold en dan door de bossen van Staphorst waar ik om 08.30 uur mijn ontbijt maak. Het fietsen is vandaag niet echt makkelijk, de wind is redelijk sterk en staat pal op kop.
De temperatuur is met 18 graden prima. Via Dalfsen en Heino kom ik om 14.00 uur in Deventer. Ik wil niet te laat in Duiven zijn, dus ik neem de trein van Deventer tot Arnhem. Het laatste stuk van Arnhem naar Duiven fiets ik. Het was weer een mooie tocht.
…………………………………………………………………..

5 april 2010
Lunteren-Otterlo
Droog zonnig, ca 18 graden.
Dagafstand 35 km

We zijn met onze caravan op voorjaars vakantie in Lunteren. Ook nu kan ik het fietsen niet laten. De camping ligt aan de noordkant van Lunteren, direct aan het spoor van Lunteren naar Barneveld. Als ik het spoor over steek en rechtsaf de Hessenweg op fiets, gaat het direct stijl omhoog naar de Goudsberg. Via de bossen zoek ik mijn weg naar Otterloo, om van daaruit door de bossen naar de Ginkelseheide en de vijfsprong met de Hessenweg te fietsen. Als ik de Hessenweg helemaal uit fiets kom ik weer bij de camping. Leuk rondje.

…………………………………………………………………………………………………………………………………………

19 april 2010
Duiven-Deventer-Voorstonden
Droog zonnig, ca 16 graden
Dagafstand 79 km

20 april 2010
Voorstonden-Duiven
Droog zonnig, ca 18 graden.
Dagafstand 34 km
Totaal in twee dagen 113 km

Als ik de haarspeldbocht van het fietspad over de IJsselbrug neem, moet ik weer denken aan de vele haarspeldbochten op weg naar Santiago en Rome. Deze haarspeldbocht heeft een stijgingspercentage van vijf procent en ik fiets zonder problemen naar boven. Je merkt dat de conditie nog wel in de benen zit. Vandaag fiets ik naar het ziekenhuis in Deventer. Mijn moeder moet op bezoek bij de hartspecialist. Ik moet met haar mee,want het probleem is, dat  eenmaal buiten de deur bij de arts, ze al niet meer weet wat hij heeft gezegd. Ze komt zelf met haar broer met de auto naar het ziekenhuis in Deventer. We zullen elkaar daar treffen. Ik bedenk dat ik vroeger voor 10 minuten gesprek over de kinderen op school moest komen. Nu moet ik voor een 10 minuten gesprek met mijn moeder van 87 jaar maar de doktor. De tijden veranderen. Het fietspad langs de IJssel van Velp tot Rheden gaat door de uiterwaarden. De Pinksterbloemen bloeien volop en de weilanden kleuren paars. Een prachtig gezicht.

Afbeelding 091

Met de salonwagen en tractor willwn ze naar Portugal.

Ondanks dat ik de route al vele malen heb gefietst, kom ik toch steeds weer nieuwe dingen tegen. Door Dieren en Brummen kom ik in Voorstonden bij Zutphen. Hier is een boerencamping en ik wil daar mijn tentje opzetten en de tassen achterlaten. Dan kan ik zonder bepakking naar Deventer fietsen en hoef mij geen zorgen te maken over de fiets met bepakking bij het ziekenhuis. Op de camping staan nog wel enkele mensen maar er staan geen tenten. Na het opzetten van de tent fiets ik richting Zutphen en dan door naar Deventer. Ook dit is bekende route, maar nog steeds leuk om de doen. Het zijn van die oude verbindingswegen tussen de steden. De weg is voorzien van statige eiken. Bij Eefde was tot vorig jaar een vrij groot kantoor van de DSB bank. Nu staat het leeg en is alle tekst op de borden afgeplakt. Gorssel is ook een prachtig dorpje met een oude kern. In deze omgeving staan veel grote landhuizen met grote tuinen. Soms mag het eerder de naam park hebben. In Deventer moet ik nog ca 5 km fietsen om bij het ziekenhuis aan de buitenkant van de stad te komen. Ik vind mijn moeder en we gaan naar de arts. Zoals ik wel dacht, als we weer buiten de spreek kamer staan vraagt ze:”wat heb ik nou precies”. Ik vertel het nog maar een keer. Na een half uur zit ik weer op de fiets richting Zuthpen en Voorstonden. In Eefde doe ik bij de C1000 boodschappen, want ook vandaag wil ik mijn eigen potje koken. Ik ben al vaker in deze winkel geweest en kan alles gemakkelijk vinden. Rond 17.00 uur kom ik weer op de camping en begin met het koken. In de recreatieruimte eet ik mijn warme maaltijd. Bij het afwassen kom ik in gesprek met een vrouw van ongeveer 40 jaar.

Ze staan met een soort salonwagen op de camping en willen met die wagen en de tractor ervoor naar Portugal rijden. Ze willen in Portugal blijven wonen. De vrouw wil alles over de route naar Spanje weten met gevolg dat ik te weinig over hun achtergronden weet.
De nacht is nog redelijk koud. Ik duik diep in mijn slaapzak en kon het goed warm houden. ’s Morgen fiets ik richting Duiven.

 

In Brummen valt het mij op hoeveel mooie oude huizen en gebouwen er nog staan. Ik maak een foto van een hotel met een oude Volvo er voor. Het plaatje past zo in de vijftiger jaren van de vorige eeuw. Als je er oog voor hebt zie je veel leuke dingen.Afbeelding 093

Via Dieren en Doesburg kom ik in Duiven.

……………………………………………………………………………………………………………………………………………………..

07 mei 2010
Roosendaal -Woensdrecht -Willemstad
Dagafstand 72 km

8 mei 2010
Willemstad-Dordrecht- Gorichem
 Dagafstand 80 km
Totaal in twee dagen 152 km

Commando Troepen
Ik heb in Woensdrecht een bijeenkomst met de sponsors van de Power Horse Competition. Nu is de afstand Duiven Woensdrecht te groot om in een dag te doen, dus reis ik op mijn voordeeluren kaart naar Roosendaal. Gisteravond heb ik alles al ingepakt en er moet wat meer mee als gebruikelijk. Ik moet wat nettere kleding aan voor de bijeenkomst. Ik vind het wel een wat vreemde uitmonstering, iemand in nette zwarte broek en glimmende schoenen, met een fiets met tassen. In Arnhem op het station kom ik Wim Henkes de rector van het Candeacollege in Duiven tegen. Wim moet nog een paar maanden werken en dan heeft hij pensioen. Ik geef hem het advies om dan te gaan fietsen. Ik merk op dat punt nog weinig enthousiasme. De reis naar Roosendaal verloopt voorspoedig. Het station in Roosendaal roept herinneringen op. In 1963/64 was ik daar gelegerd bij het Korps Commando Troepen. Ik fiets door de heeft straat en zowaar aan de linkerkant herken ik de bioscoop. Verderop herken ik nog een cafe, maar dat is niet ze vreemd want op weg naar de kazerne maakten we hier een stop om niet te vroeg op de kazerne te zijn. Ik wil langs de kazerne fietsen om nog meer herinneringen op te halen. Ik fiets een paar straten te ver en mis de kazerne. Dat moet ik een andere keer maar eens doen.
Nu gaat het in de richting van de Wouwseplantage. Ik vind een fietsroute langs de Molenbeek en kom uiteindelijk in Rucphen. Dat was niet de bedoeling, maar dat heb dan ook weer eens gezien. Het valt mij op dat ook hier veel boomkweker zijn. De grondsoort leent zich er prima voor. Bij de Wouwswplantage kom ik in de bossen van de Brabantsewal. Het is een bosgebied op de grens met Belgie en Nederland. In Hoogerheide kom ik op bekend gebied. Hier heb ik vaker gefietst en de vergaderlocatie in cafe Non Plus Ultra aan de Grindweg in Woensdrecht, vind ik probleemloos.

Boomgaard rij vijf
Om 18.00 uur is de bijeenkomst afgelopen en stap ik weer op de fiets richting Willemstad. Willemstad is mijn doel, maar of ik dat vanavond nog haal is de vraag. Een camping is er in die hoek ook niet. Maar zoals altijd:’We zien wel’ Om 18.00 zit ik op de fiets en rijd naar Bergen op Zoom. Het is vrijdagavond en de winkels zijn open. Het is druk in de stad Ik vraag een paar mensen naar een winkel en er blijkt midden in het centrum een Golf-supermarkt te zijn. Er is een grote entree, gezamenlijk met een andere winkel. In de deze entree staan geen fietsen maar er is zoveel plaats dat mijn fiets er met gemak kan staan. Het gekke is dat niemand het vreemd vind. Ook laat mijn fiets met alle bepakking daar staan en ga boodschappen doen. Nu moet ik de stad weer uit en daarvoor is de TomTom mijn goede hulp. Ik kom door een groot bosgebied met allemaal gebouwen, het lijkt een soort inrichting. Ik besluit het maar eens aan een paar mensen te vragen. Het blijkt een psychiatrische inrichting te zijn. Ik slinger tussen de gebouwen door en kom weer op de N325 richting Dinteloord. De eerst volgende plaats is Steenbergen. Ik maak een korte omweg om het centrum te bekijken. Er staat een vrij robuste kerktoren. De tijd is echter te kort om lang rond te kijken. Daarbij is het ook niet echt lekker, want het regent ligt. Ik fiets richting Dintelooord. Steeds meer passeer ik dijkjes met het witte fluitekruid en het gele mosterdzaad staan volop in bloei. Het lijken allemaal dijkjes van inpolderingen. Na Dinteloord kom ik in een uitgestrekt landbouwgebied. Er staat nog een enkele boerderij, ingezaaide akkers en een enkele hele grote boomgaard. Het is bijna 21.30 uur en met een goed half uur is het donker. Ik had al gezien dat in de boomgaarden tussen de rijen bomen gras staat.

Rij vijf van de boomgaard

Best een mooie rustige plek om de tent neer te zetten. De boomgaard die ik op het oog heb ligt aan de Berdinaweg. De boomgaard is met een hek afgesloten, maar toch kan ik er zo in. Ik neem rij vijf. Dan merk ik dat het gras bezaaid ligt met snoeihout. Dunne takken, maar soms ook dikke stukken. Dat zie je niet van een afstand. Ik maak een stuk takken vrij en dat kost enige tijd. Om 22.00 uur is de tent ingericht. Ik kan direct de slaapzak in. Buiten is het donker. Het is heel rustig in de perenboomgaard. De peren zijn al herkenbaar. Ik heb vandaag in totaal toch 72 km gefietst. Ik heb geen enkele moeite om te slapen. Wel word ik regelmatig wakker. Het draaien in de slaapzak is een kunst, die je moet leren. De slaapmat is maar smal en je moet er wel op blijven. Ik blijf ‘s morgens tot 07.00 uur slapen en om 07.30 uur heb ik alles weer ingepakt. De naam van de weg is Berdinaweg genoemd naar het fort hier in de buurt. Ik wil naar Willemstad, de oude vestingstad. Ik moet er wel 10 km voor omfietsen, maar het is de moeite waard. Langs de Volkeraksluizen kom ik bij de jachthaven aan het Hollandsdiep. Het is 8.30 uur en aan een picknicktafel maak ik mijn ontbijt, bestaande uit krentenbollen met kaas. Nu is het tijd om het stadje te bekijken.

Willemstad

Het is een echte vestingstad met wallen en kazematten. Het stadje zelf heeft prachtige straatjes. Het Mauritshuis en de kerk zijn de grootste gebouwen. Ik ben de enige bezoeker op dit tijdstip. Een enkele inwoner haalt brood bij de bakker, verder zie je niemand op straat. Na een rondrit vertrek ik naar de brug over het Volkerak. Het zijn een aantal bruggen aan elkaar. Onder een van de bruggen ligt de sluis en de vrachtboten varen af en aan. Verderop is een sluis voor pleziervaart waar zeilboten in de sluis liggen. Je moet wel lachen als je het eens rustig bekijkt. Bij de vrachtschepen loopt een dekknecht die de boot tijdens het schutten vast legt. Bij de sluis met zeilboten is alle bemanning met touwen en stootkussen bezig.

Ik kom nu in Zuid Holland in de Hoeksewaard.

Het eerste wat ik zie zijn de banen van Golfclub Comstrijen. Drie mannen slaan hun balletje een flink eind weg en wandelen dan weer in die richting. Ook een sport. Numansdorps is de eerste plaats. Er is weinig over te melden. Ik meende naar het noorden te rijden, maar in werkelijkheid ging ik pal oost. Ik pas de route aan, want ik wil richting Dordrecht. Het leuke van op de dijk fietsen is dat je een prachtig overzicht hebt. Het valt mij op dat de kleigrond prima te bewerken moet zijn. De klei heeft een fijne structuur. Er zijn redelijk veel grote boerderijen. Aan de boerderijen en de huizen te zien moet het niet slecht boeren zijn in de Hoeksewaard.

Op de dijk in de Hoeksewaard.

Via de N217 kom ik bij de tunnel onder het Dortse Kil. Wat een voordeel dat ik op de fiets ben! Het is een tunnel waar tol betaald moet worden. Als fietser hoef ik niet te betalen. Na de tunnel ben ik in Dordrecht. In de stad ben ik al eens geweest, dus besluit ik via de genummerde fietsroute naar Sliedrecht te fietsen. Ik passeer de Zuidpolder waar flink veel nieuwbouw staat. Er staan ook borden dat 58 % van de Zuidpolder is behouden. Het is op internet maar even zoeken en daaruit blijkt het volgende: De Zuidpolder wordt in de toekomst een gebied met duurdere woningen in een groene en landelijke sfeer. Dat staat in de structuurvisie Dordrecht2020 die op 7 april 2009  door de gemeenteraad is vastgesteld. De stad rukt op en de boeren en de huidige bewoners zijn er op tegen. Verderop kom ik langs de wijk De Hoven. Deze polder is al eerder vol gebouwd. Aan het einde van de wijk zou een brug richting Sliedrecht moeten zijn. Helaas is de brug weg en ik vraag voor de zekerheid een jong stel de weg. Ik moet terug, over de brug van de N3. Als ik met de fiets ga draaien wordt het geheel topzwaar en ik val om. Het jonge stel schiet te hulp, maar gelukkig ik mankeer niks en de fiets heeft ook geen schade. Het kan dus maar zo gebeuren. In Sliedrecht maak ik een pauze. Het is in een parkje direct achter de geluidschermen van de A15. Ondanks, dat is het er redelijk rustig. Het is een doorgaand fietspad langs de snelweg; een soort snelfietspad. Bij Hardixveld – Giessendam volg ik de dijk langs de Boven Merwede naar Gorkum. Daar fiets ik naar het centrum, waarvan de kerktoren van de St. Janstoren werkelijk scheef staat .

……………………………………………………………………………………….

Rondje Nederland
rondjeIk ben een nieuw project gestart onder de naam, ‘Rondje Nederland’. Ik fiets langs de grens van Nederland en probeer altijd binnen vijf kilometer van de ene of andere kant van de grens te blijven. Mijn Project wil ik in 2010 en 2011 afmaken. Steeds fiets ik twee dagen van 80 tot 100 km per dag.
Na twee dagen ga ik met de trein (fiets in de trein) naar huis. Als ik weer twee dagen heb, reis ik met de trein naar de laatste stopplaats.
………………………………………………………………………………………………………………………………………….
25 aug 2010
1e dag Rondje Nederland
Babberich- Winterswijk ’t Woold’
zonnig, ca 20 graden.
Dagafstand 80 km

De slagers
In goed overleg met mijn vrouw ga ik weer twee dagen fietsen. Ze heeft woensdag de hele dag een vriendin op bezoek en dan weet ik het, die vrouwen willen ‘beppen’ over dingen waar ik niks van snap, of mij niet mee mag bemoeien. Ook heb ik daar een heel ander gevoel bij. Je hoort dan vaak:“ Je ziet dat anders of begrijpt het niet.” Nou, ik heb ook van die dingen die ze niet begrijpen of snappen.
Wat is nou de lol aan een tentje van 1,5 x 2,3 m. Alles nat en eten uit een pannetje waarvan je weet dat het weer spaghetti zal zijn. Ik hoef niks uit te leggen, ik ga fijn twee dagen fietsen onder mijn motto,“Ik zie wel weer ik kom.” Dat blijkt toch wel een goede instelling te zijn, want je hoeft niets en waar het leuk is blijf je gewoon langer. Toch is er wel weer dat gevoel van een prestatie leveren. Ik heb dacht vandaag naar Winterswijk, in de buurtschap ’t Woold, te fietsen. Of ik het zal halen? Ik weet het niet.

De kalverende koe waar de pootjes al uit komen.

De omstandigheden zijn vandaag ideaal. Er is een zuidwesten wind en een zonnetje. Dus wind in de rug en ‘gaan met die banaan’. Vanaf mijn woonplaats Duiven moet ik ca 10 km tot de grens, in het plaatsje Babberich, wat al een aardige Duitse naam heeft. Ik heb mij voorgenomen om altijd binnen 5 km van de grens te blijven fietsen, en dat mag dan zowel aan de Nederlandse als Duitse kant van de grens zijn. In Babberich begin ik aan de Nederlandse kant. Hoewel de grens hier na de 2e wereldoorlog nog anders liep omdat Elten toen bij Nederland hoorde.
Vlak voor Beek zie ik in een weiland een koe op een wat vreemde manier liggen. Daar komt de achtergrond uit de biologie weer naar voren. Die koe ligt niet normaal! De koe is aan het kalven en de twee pootjes komen er al achter uit. Er is niemand bij en het lijkt mij verstandig om iemand te waarschuwen. Ik fiets naar de dichtstbijzijnde boerderij en de boer zegt dat de koeien van zijn buurman zijn. Hij zal hem bellen. Ik kijk nog een keer en de bevalling is nog niet veel verder, wel komen de persweeën steeds vaker. Ik fiets verder, in de wetenschap dat de koe hulp krijgt.

De echte ouderwetse ‘richtingwijzer’

De route die ik naar ’s Heerenbergh fiets, is een route met herinneringen. In 2008 maakte ik mijn eerste oefentocht naar ’s Heerenbergh. Bij Beek moest ik de heuvel bij uitspanning    ’t Peeske op om over de heuvels van het Montforland te komen. Nu fiets ik de 5% heuvels zonder een enkel probleem naar boven. Je merkt dat je nog de conditie in de benen heb. De heuvels nu meer ‘veredelde molshopen’ . Heuvel af naar ’s Heerenbergh is genieten. Uitzicht op het kasteel en de door bossen omzoomde velden zijn een prachtig gezicht. Dit is het begin van de Achterhoek met veel natuurschoon. Het koren is van de velden en alleen de mais staat er nog. Veel huizen zijn de laatste jaren verbouwd. De Achterhoek is niet arm. Prachtige landhuizen zijn ontstaan. Vanaf ’s Heerenbergh ga ik langs de autosnelweg, over Duits gebied naar Netterden. Hier is alleen maar landbouw. Dicht tegen de grens, nog op Duits gebied staan vier windmolen. De Duitsers hebben naar mijn idee veel windmolens dicht bij de grens geplaatst, omdat ze dan van de Nederlandse kant geen bezwaren krijgen. Lekker makkelijk.

Na Mechelen slinger ik af en toe wisselend door Nederland en Duitsland. Ik kom in Anholt. Het Wassersloss is een van de mooie bewaarde oude gebouwen en het oude raadhuis zet ik ook maar op de foto. Bij de VVV probeer ik een wat betere kaart te kopen, maar de dame die er zit is alleen maar ‘oppas op de winkel’ Ik fiets aan de Duitse kant van de grens maar Suderwick bij Dinxperlo. De dorpen Dinxperlo en Suderwick lopen in elkaar over, de grens weg loopt midden door de dorpen. Ik verbaas mij er over dat aan de ene kant van de weg metzgereij Baumann zit en aan de overkant, aan de Nederlandse kant, slagerij van Schie. Hier was al een eenheid voor de euro werd uitgevonden. Hier en daar wordt met plusjes en streepjes aangegeven waar de grens loopt.

Boerderij in ’t Woold bij Winterswijk.

In het centrum koop ik bij C1000 mijn boodschappen. Op het kerkplein maak ik een pauze. Een echtpaar op de fiets komt bij mij zitten en we praten over het fietsen. Ze hebben een Koga fiets. De vrouw zegt dat ze er niet lekker op zit. Ik leg uit dat wij twee zitbeentjes in ons achterwerk hebben ( ik wijs ze uit voorzorg maar bij mij zelf aan) en daar behoren wij op te zitten. Dat zijn we gewend en kunnen we lang volhouden.
De vrouw, ca. 65 jaar, heeft haar zadel te hoog en teveel naar voren staan. Ik adviseer haar het zadel iets te laten zakken en vlakker te zetten. Om dat uit te voeren sleutelen we wat aan het zadel. Ik ben overtuigd dat ze er nu beter op zit. Van Dinxperlo maak ik een korte rit naar IJzerloo waar ik bij manege het ‘Hoftijzer’ nog een kennis heb. Ik vind Eddie Stikker die samen met Alies de manege runt. We praten onder het genot van een kop koffie over de begin jaren van hun manege en de camping, waar we toen te gast waren. Ik moet verder want ik wil nog naar ‘t Woold. Ook deze  route langs de grens is weer prachtig met veel afwisseling van bossen en landbouw.

In het Woold moet ik een camping zoeken. Het wordt minicamping Damkot. Een oude naam van een boerderij waar bij het varkenskot een dam in het veen was. Veel plaatsen in ‘t Woold herinneren nog aan het veengebied rond Winterswijk. Ik plaats mijn tentje en in de nacht breekt de hemel open. De regen komt  met bakken uit de lucht. Een heftig onweer barst los. Er is totaal ander weer op komst.

…………………………………………………………………………………………………………………………………………..

25 aug 2010,
2e dag Ronje Nederland
Winterswijk ’t Woold’ naar Glanerbrug,/span>
regen, ca 18 graden.
Dagafstand 72 km
Totaal in twee dagen 152 km

De steengroeve in Winterswijk.

Wateroverlast
Gisteravond begon het al vroeg te regenen. Ook het onweer barstte los en het werd een hevige nacht. In de morgen regent het nog steeds. Rond 09.00 uur is het even droog en ik neem de kans waar om de tent in te pakken. De tent is nog steeds kletsnat, maar wachten tot de tent droog is kan niet, er dreigt nog steeds regen. Ik rijd door het de buurtschap ‘t Woolden via Kotten gaat het naar Ratum. Ik kom langs de steengroeve van Winterswijk. Ik had er wel eens van gehoord maar de omvang van de groeve overtreft mijn verwachtingen. Steengroeve Winterswijk

De prachtige barokkerk in Zwilbrock.

De groeve werd in 1932 in gebruikgenomen om kalksteen te delven. Van de drie groeven is er nog een in gebruik bij de firma Ankersloot. Blijkbaar had ik even meer aandacht voor de groeve en niet op de weg gelet want ik kom in de bebouwde kom van Winterswijk. Ik pas mijn route aan en ga naar Meddo om daar over de grens naar Zwillbrock te gaan. Het is een klein fietspad wat langs het veen loopt. Het Zwillbrockerven is een natuurgebied waar veel flamingo’s broeden. Ik heb de regenkleding weer aangedaan en de regen komt met bakken uit de lucht. De broek en schoenen zijn al door en door nat. Soms is het weer even droog maar het is een echte regendag. Als ik mijn vrouw aan de telefoon heb zegt ze:“Stop er toch mee want er komt nog veel meer regen.” Stoppen komt niet in mij op. Je kunt maar een keer nat worden. Ik vind een soort overdekte picknickplaats waar ik een poosje droog kan zitten. Ik vind daar een folder van een Irgarten. Dat blijkt het Duitse woord voor een maisdoolhof te zijn. In de plaats Zwilbrock staat een prachtige barokkerk. De parochiekerk St. Franziskus was tot 1811 de kerk voor het aangrenzende franciscanenklooster. Ik geniet van deze prachtige kerk.

Verder door het Duitse gebied en ga ik langs Rekken waar een jeugd detentie inrichting is. Het begint weer te regenen en in Haaksbergen koop ik een kaart van Twente. Helaas ben ik vergeten om in Haaksbergen eten te kopen.

het beeld van een lange nachtelijke regenbui.

Ik besluit naar Buurse te fietsen en daar boodschappen te doen, maar er blijkt in Buurse geen winkel te zijn. Vlak bij de grens is een heel grote supermarkt. Ik blijf wat langer in de supermarkt want het regent nog steeds. Ik bekijk in Buurse een camping maar ik vind het niks en besluit richting Glanerbrug te fietsen. In de stromende regen kom ik aan. Ik mag een plek op het tententerrein uitzoeken naar dat is door de regen een modderpoel geworden. Als ik bij het toiletgebouw sta te schuilen zegt een man van een stacaravan dat ik wel naast hun caravan op een hoge plaats mag staan. ’s Avonds ga ik bij de familie op de koffie. De man is vrachtwagenchauffeur en rijdt elke dag van Enschede naar Schiphol. Hij brengt daar schone dekens die in vliegtuigen naar Amerika ’s nachts worden uitgedeeld. Je staat er niet bij stil maar de dekens moeten na een vlucht wel weer gereinigd worden. Na de koffie ga ik mijn tentje in, alles is nat en klam en die nacht blijft het regenen. ’s Morgens staan grote delen van de camping blank.

Mijn tweedaagse fietstocht langs de grens stopt in Glanerbrug. Later zal ik hier de tocht weer oppakken. Ik hoop wel dat het dan beter weer is. Eerst moet ik thuis alles weer eens drogen. Later blijkt dat er zoveel regen is gevallen dat de Slinge buiten de oevers is getreden en op verschillende plaatsen in Twente wateroverlast is.

………………………………………………………………………………………………………………………………………………………..
2 sep 2010,
3e dag Rondje Nederland
Gronau- Erica
’s Morgens droog- ’s middags regen, ca 18 graden.
Dagafstand 82 km

Een prachtige minicamping.
Het verkeer raast over de A12. Bij het Velperbroekverkeersplein ontstaat een file, want daar komt het verkeer uit de richting Dieren en Arnhem erbij. Ik fiets fluitend over de A12 brug, over de IJssel. Ik mag weer twee dagen fietsen.
Het weer is prima en mijn ‘Rondje Nederland’ ga ik afmaken. Vorige week kwam ik tot Glanerbrug. Nu ga ik naar Enschede en vervolg daar de route langs de grens van Nederland. Ik reis met een dalurenkaart met de trein naar Enschede en mag pas na 09.00 uur met de trein, dus fiets ik van Duiven naar Velp, waar ik 09.03 uur met de trein kan. De aansluitingen zijn goed en 10.26 uur stap ik in Enschede uit.

De typische Saksische boerderij in Twente.

Door de stad gebruik ik de TomTom en al snel zit ik op de  routerichting Losser. Het verbaast mij dat direct na de stad de bossen al beginnen. Er staan zeer grote landhuizen en het typische Twentse parklandschap met weilanden, bosjes en hagen maken dit gebied zo leuk.

Na Losser zoek ik de grens weer op en fiets door de bossen van het Lutterzand. Er loopt een prachtig fietspad door het bos en ik fiets niet alleen!  Het is een genummerde fietsroute met knooppunten ,  alle dagjesmensen op de fiets gebruiken dit fietspad wat vlak bij Denekamp eindigt. In Denekamp is het mooie weer op en begint het te regenen. Uit voorzorg trek ik direct regenkleding aan. Ja, dan is fietsen ook wel leuk, maar nu is het doorzetten. Je kunt wel wachten tot het droog is, maar je hebt kans dat je dan de hele dag zit te wachten. Vanaf Ootmarsum wil ik door Duitsland richting Schoonebeek. Het landschap in Duitsland is toch weer anders, met meer bossen en de heuvels worden ook hoger. Ik fiets langs de LF14 fietsroute. Na de grensovergang heb ik weer eens niet goed opgelet en kom van de geplande route in Neuenhaus. De route naar Wilsum gaat ook via de LF14. Ik word ingehaald door een man en vrouw, die ook op de fiets een ‘Rondje Nederland fietsen’. Ze komen uit Zeeland, uit de buurt van Goes en het is hun fietsvakantie. We rijden een tijdje samen op en praten over de fietsen en het fietsend onderweg zijn. Na enige tijd moet ik de fietskaart wisselen en wens ze een goede reis.

Een ‘jaknikker’ bij Schoonebeek.

Het blijft regenen en de kleding is al behoorlijk nat van het zweten of de regen. In Schoonebeek kom ik over de grens en je wordt verwelkomd door de ‘Jaknikkers’ die de olie uit de grond pompen. In een klein gebied langs de grens staan tientallen Jaknikkers en er staat ook een fabriek.

In de buurt van Erica moet een camping zijn. Ik gebruik de TomTom om de straat en het adres te vinden. Zonder dat ik precies weet waar ik ben, kom ik op een heel leuke kleine boerencamping in het Amsterdamseveld. De camping lijkt op een grote tuin met bloemen en kleine bosjes. Wat mij vooral opvalt, is de rust en stilte. Je hoort niets. Ik zet mijn tentje op en begin met het inrichten. Alles is klam en vochtig. Gelukkig is er een kantine, waar ik ’s avonds nog enige tijd droog kan zitten. Daar kom ik in gesprek met Jan en Jannie die ook op de camping staan. Ze komen uit Hengelo. Jan was vroeger wielrenner en hij verteld hoe hij helemaal in de sport op ging. “ Met een kleine beker of prijzengeld van twee gulden vijftig waren we al heel gelukkig en daar reden we dan heel Overijssel voor door”, zegt Jan. Hij zou nog steeds graag fietsen maar op 52 jarige leeftijd, 18 jaar geleden, kreeg hij een hersensbloeding. Nog steeds heeft hij hinder met spreken en kan soms bepaalde woorden niet vinden. Ook is hij eerder vermoeid. We drinken een biertje, maar om 21.30 uur is het bedtijd voor Jan en zijn vrouw Jannie. Ik praat nog even met Coby die boven dekantine woont. Coby kwam jaren geleden met een vriendin, uit de omgeving van Delft, in Drenthe wonen. Ze werkt bij een rozenkweker, maar wil graag in de zorg gaan werken. Ze woont nu tijdelijk boven de kantine in afwachting van de oplevering van haar nieuwe woning.     ’s Nacht merk ik dat het kouder word. ’s Morgen hangt de mist laag over de velden. De tent is wel helemaal nat, dus het wordt nat inpakken

…………………………………………………………………………………………………………………………………………..
3 september  2010,
4 dag rondje Nederland
Erica- Nieuweschans’
zonnig, ca 20 graden.
Dagafstand 93 km

Moderne grenspalen.
Langs het kanaal, richting Weiteveen is het sprookjesachtig stil, de zon komt net boven de laaghangende mist en het water van het kanaal dampt. De ‘Witte Wieven’ hangen boven het veld. De blauwe lucht wordt doorklieft door een witte streep van een vliegtuig. Er is rust en stilte! Waar vind je nog zoiets? Nou, dat is duidelijk in Drenthe.
Aan het kanaal is het smalspoormuseum. Het is pas 08.00 uur en er is nog geen activiteit in het museum. Na Weiteveen fiets ik door het Bargerveen. Ook hier rust, stilte en de opkomende zon. Helemaal alleen fiets ik over het fietspad  richting Zwartemeer.

De moderne ‘grenspalen’ langs de grens met Nederland en Duitsland.
Keuze genoeg voor fietsers, langs de grens van Drenthe en Groningen.

De grens met Duitsland is weer duidelijk herkenbaar. Al vanaf ’s Heerenbergh staan langs de grens windmolens. Heel duidelijk steeds op ca 1 km van de grens. Het lijken wel de moderne grenspalen. Als je de windmolens zou volgen zou het geen probleem zijn om de grens met Nederland en Duitsland te volgen.
Bij Zwartemeer steek ik de grens over en blijf tot  Sellingen in Duitsland fietsen. De route loopt tientallen kilometers langs een kanaal. De dorpen zijn stil en ik zie bijna geen mensen. In tegenstelling tot Nederland, wordt in Duitsland het veen nog steeds afgegraven. Maar, in Duitsland hebben ze natuurlijk veel meer veengebieden dan in Nederland.

Een berkenlaantje bij Boertange om van te genieten.

In Sellingen doe ik boodschappen en besluit in Bourtange een langere stop te maken. Op weg naar Bourtange kom ik over een fietspad tussen de berken door. Wat een prachtig laantje kort voor de vestingstad Bourtange! Soms kom je nog dit soort verrassingen tegen.

In het centrum van de vestingplaats Boertange.

Het vestingplaatsje Boertange is nog geheel in stijl en veel toeristen bezoeken de vesting. Het pleintje is gezellig druk en de terrasjes zitten, met dit zonnige weer vol. Ik zoek een bankje en neem na ongeveer 60 km een uurtje rust.  Helemaal alleen blijf ik niet want regelmatig komt iemand een praatje maken. Het begint meestal met:“Heeft u al ver gefietst?” Of :“Waar komt u vandaan?” Een man uit Steinfurt komt mij vertellen dat je daar ook zo mooi kunt fietsen. Leuk, maar daar heb ik nu even niks aan.  Ik fiets een ‘Rondje Nederland’. Daarna komen nog een paar mensen buurten en zo geniet je weer volop en al die mensen verbazen zich dat je alleen rond trekt.“Altijd alleen”, zegt men verbaast. En ik leg weer uit dat ik veel eerder contact heb omdat ik alleen ben. Ben je met twee of meer dan word je niet aangesproken. Ik ben nooit alleen. Als ik op een pleintje ga zitten heb je zo aanspraak.

Na Bourtange moet ik nog ongeveer 30 km naar Nieuweschans, waar ik met te trein naar huis kan. Nu kom ik op het Groningerland en je ziet de omvang van de boerderijen en de landbouwpercelen toenemen. De boeren zijn volop met de aardappeloogst bezig. Je kunt zien dat het nog erg nat is. In de voren staat soms water en de kopeinden zijn door de tractoren diep omgeploegd. Af en toe slaat men een paar rijen over waar het nog te nat is.

Het Groninger landschap

Soms moet ik wel even lachen. Als je er oog voor hebt zie je leuke dingen. Zo kom ik langs de ‘Korte laan’ wat een doodlopende weg blijkt te zijn. Bij een boerderij hangt een grote poster van de SP met de tekst: ‘Grote schoonmaak’, terwijl de tuin met een omgevallen boom een grote rotzooi is. Dan denk je ook, begin eerst eens in de tuin met de grote schoonmaak.

Ik kom om 17.17 uur op het station en de volgende trein gaat pas over een uur. Ik zoek maar weer een bankje. Het is nog drie uur reizen en mijn volgende tocht zal weer in Nieuweschans beginnen.

………………………………………………………………………………………………………………………………………….
30 sep 2010,
5e dag Rondje Nederland
Nieuweschans – Pieterburen
zonnig, ca 18 graden.
Dagafstand 93 km

Ik ga weer op weg richting Nieuwe Schans de laatste stop in mijn “Rondje Nederland”.
De hele week heb ik naar de weersverwachtingen gekeken en donderdag en vrijdag
lijken gunstig. Vandaag is er nog wel kans op regen en morgen moet een zonnige dag
worden. Maar wat belangrijker is; De wind komt uit het oosten. Als je langs de kustlijn
van Groningen en Friesland fietst, is de wind in de rug wel lekker. Als je een
windkracht 4 tot 5 uit het westen hebt is het echt hard werken. Uiteindelijk maak
je een dergelijk tocht voor je plezier.

Ook nu ga ik om 09.03 met de trein uit Velp. Dat wil zeggen 08.20 uur thuis weg en
ca 08.45 uur bij het station in Velp. Daar pak ik de Sprinter stoptrein naar Dieren en daar stap ik uit waarna ca. acht minuten op het zelfde perron de sneltrein naar Zwolle komt. Dan is het even haasten om de trein naar Groningen op het andere perron te halen. Het lukt en ik zit naast een dame die ook met de fiets naar Groningen rijdt. Ze woont bij Zwolle en samen met haar man beheren ze een trekpontje over de Overijsselse Vecht. Verder komt het gesprek niet echt op gang. In Groningen moet ik nogmaals overstappen op de trein naar Nieuweschans. Een vrouw zit te lachen als ze de aanduiding van de eindbestemming ziet; Bad Nieuweschans. Het lijkt wat vreemd om Nieuweschans een
badplaats te noemen. De zon schijnt uitbundig. Dit is meer als waar ik op had durven hopen. Om 12.00 uur kom ik in Bad Nieuwe Schans aan. Voor ik aan de tocht begin ga ik eerst bij de Coop een voorraad eten kopen. Ik kan nu in ieder geval twee dagen verder. Van Nieuwe Schans zoek ik de dijk van de Dollard op om richting Termunten te fietsen. Op weg naar de dijk kom ik door Drieborg , er staan prachtige statige boerderijen naar ook de kleine arbeiders huisjes staan langs de weg.

In de Carel Coenraadspolder kom ik bij de dijk. Wat vreemd staat daar in het open Groningerland een bosje. Er staat een bordje bij dat hier van 1953 tot 1960 een Ambonezenkampje was waar 311 mensen woonden. Op het bordje staat ook een plattegrond. Als herinnering heeft men het bosje aangeplant. Ik moet denken aan de mensen die uit het warme Nederlands Indië in dit koude open Groninger land, vlak achter de dijk werden gehuisvest.
Langs de zeedijk loopt aan de binnenkant een fietspad. Het fietspad is allen voor
werkverkeer van Rijkswaterstaat en fietsers toegankelijk. Om op het fietspad te komen moet ik door een draaihekje. Dit hekje is berekend op gewone fietsen, maar met de fietstassen aan de fiets zit ik even later muurvast in het draaihekje. Ik wurm mij uit het hekje en bekijk een wat de beste oplossing is. Uiteindelijk lukt het uit het hekje te komen.

De fiets met tassen zit vast in het draaihekje

Mijn enige gezelschap op het fietspad langs de dijk zijn de schapen. Soms liggen ze midden op het pad en blijven rustig liggen. Ga je langzaam fietsen dan staan ze op, lopen weg en beginnen direct te plassen. Het zijn bijna allemaal ooien. De meeste ooien hebben een geel of blauw gekleurde plek op de rug. Deze dieren zijn gedekt. De ram heeft tussen de voorpoten een tuigje met een kleurblok. Als hij de ooien dekt blijft de kleur op de rug achter. Het enige wat tegen valt zijn de vele veeroosters waar ik over moet. Aan de andere kant, als het allemaal draaihekjes waren geweest was ik de hele dag bezig geweest. Bij Termunten heeft men binnendijks een natuurgebied met zout water. Je ziet hier een stukje wad binnen de dijk. Er zitten veel vogels en de zilverreiger is van verre te zien. Ik stop om wat foto’s te maken. Bij Termunten kom ik langs de woning van Lenie ‘t Hart van de zeehondencréche Pieterburen. Ik heb Lenie, die een goede vriendin is, in Nieuwe Schans gebeld maar ze is de hele dag en avond in Pieterburen op de zeehondencréche bezig. We spreken af dat wij elkaar daar zullen ontmoeten.

Mijn volgende stop is de begraafplaats in Oterdum, het verdwenen dorp wat plaats moest maken voor de industrie van Delfzijl. De begraafplaats heeft met toen op de dijk gelegd waardoor de doden toch hun laatste rustplaats konden behouden. Het merendeel van de graven is uit eind 1800 honderd en het is een vreemd gezicht een begraafplaats op de dijk.

De begraafplaats van Oterdum op de dijk.

In Delfzijl fiets ik door het winkelcentrum. Het kan mij niet bekoren. Ik ken Delfzijl al jaren
maar voor mij heeft het nog steeds geen sfeer. Ik verlaat de stad maar snel.
Bij het Eemshotel kom ik weer op de dijk. Het hotel staat op palen boven het wad. Ik heb er eens mogen overnachten en het is toch wel bijzonder omdat eb en vloed gewoon onder het hotel plaatsvinden. In de verte zie ik de windmolens bij de Eemshaven. Het is een bos van windmolens met daartussen de elektriciteitscentrale. De centrale ken ik goed uit de tijd rond 1975 toen wij een zeehond met zender op het wad bij Rottum hadden. Vele malen ben ik in de schoorsteen, waar een wenteltrap naar 125 m hoogte gaat, omhoog geklommen. Toen stond de Eemscentrale nog verlaten in de Eemshaven. Nu staan er veel meer bedrijven en tientallen grote windmolens.

Windmolens in de Eemshaven.
De zeehondencrech in Pieterburen.

Na de Eemshaven loopt het fietspad langs de dijk naar de haven van Noordpolderzijl in Usquert. Hier staat een heel oud huiskamercafé met de sfeer van vroeger. Aan de andere kant van de dijk ligt de getijde haven van Noordpolderzijl. Vroeger lag het hier vol met vissersschepen. Ook de Lemsteraak van Ko Teerling de robbenjager lag hier. Ko woonde in een klein huisje met vrouw en kinderen aan de dijk bij de haven. Voor het zeehonden onderzoek heb ik weken met Ko en de Lemsteraak op het wad gevaren. Prachtige dingen hebben we beleefd, wat een boek waardig zou zijn. Ko kende het wad als geen ander en ik heb veel van hem geleerd.
Na een kort bezoek aan het café gaat de tocht verder naar Pieterburen. Het is bijna half
zeven als ik door Lenie hartelijk wordt begroet. We praten over vroeger en over de créche van nu. Er is veel veranderd. Hadden we rond 1965 nog maar 400 zeehonden in de Waddenzee. Nu zijn het er 4000. Wat natuurlijk ook gevolgen heeft voor het aantal zieke
zeehonden. Hadden ze vroeger ca 10 zieke zeehonden in de créche, nu zijn het er
120 stuks. Lenie is druk met een groep die vanavond informatie over de créche moet hebben. Ik besluit mijn tentje achter de bassins met zeehonden op te zetten. Het is al
donker en om 20 uur kruip ik in de slaapzak.
Ik ben een tevreden mens. Ik heb van het Pietersplein naar Pieterburen gefietst. Rome Pieterburen. Daarmee heb ik ook het Pieterpad van de Pietersberg naar Pieterburen gehad. Rome Pieterburen, van de drukte naar de stilte.
………………………………………………………………………………………………………………………………………….
1 okt 2010,
6e dag Rondje Nederland
Pieterburen-Harlingen
zonnig, ca 18 graden.
Dagafstand 93 km

Diep was ik in de slaapzak gekropen, maar het leek wel of ik in een hooiberg met hooibroei lag. Ik kreeg het warm en  heb de rits maar open gemaakt. Geleidelijk aan lig je dan niet in, maar onder de slaapzaak. Je gebruikt de slaapzak als dekbed. Het was de eerste nacht op met mijn gerepareerde slaapmat. Er zat een flinke winkelhaak in de slaapmat. Eigen schuld, want ik lag met alle kleren aan op de slaapmat en toen ik omdraaide werkte de gesp van de broekriem als een mes. Ik heb de slaapmat met lijm voor plastic zwembaden gelijmd en dat houd zich goed. Ondanks dat ik de hele nacht op de luchtmatras lig, is er maar iets lucht uit. En dat kan zelfs nog suggestie zijn.

Mijn tentje staat naast het zeehondenbassin, vlak naast de windmolen, achter de zeehondencréche. Even hoor ik het zoemen van de windmolen, dan volgen de zoete dromen. Ik slaap weer als een os. Om 06.00 uur kijk ik buiten. Het is nog steeds donker. Het is mistig en nat. Terug in de slaapzak, maar 07.30 uur ben ik niet te houden. Om 08.00 uur fiets ik door een verlaten Pieterburen. Wat is een het dorp in de morgennevel mooi. In een enkel huis staat de TV aan op Nicolodium de stipfiguren dansen over
het scherm. Ik dans mijn ochtendstrip door noord Groninger land.
Kleine huisjes doet zijn naam als plaatsnaam eer aan. Er staan ook alleen maar kleine huisje. Uit de jaren 1970 -1980 weet ik nog dat hier in ‘Kleine Huisjes’ bij de bebouwde kom een bord stond:“pas op slangen”. Je denkt wat is dat? Je trapt op de rem, kijkt rond en dan zie je tuinslangen op het wegdek liggen. Een grapje van de bewoners.

Door de Julianapolder kom ik bij de afsluitdijk van de Lauwersmeer. Hier kan ik weer aan de Waddenkant op de dijk rijden. Vogels en bij Lauwersoog een zee-pieren-stekker waren de enige levende wezens die ik zag. De haven van Lauweroog ligt vol met vissersschepen. Daar zijn een paar vissers op de kade de netten aan het boeten. Rustig kijken een aantal mantelmeeuwen of er nog iets te eten in de netten zit.

De haven van Lauwersoog.

Ik moet nog eten en op de spuisluizen maak ik ontbijt. De eb is voorbij en de vloed
komt weer op. In de sluizen klinkt een signaal en de schuiven sluiten weer. Zonder al te
veel moeite wordt het water uit de Lauwersmeer met eb  in de Waddenzee geloosd. De tocht langs de dijk gaat verder. De Friese kant van de dijk bij Paesens/Moddergat is in zicht. Ik zie een kleine dijk die in die richting loopt. Mijn kaart geeft geen duidelijkheid. Ik vind het wel leuk en fiets de dijk op. Na ca. 2 km stopt de dijk en moet ik terug. Ben ik ook weer eens op een plek geweest waar je anders nooit komt. Het verschil tussen Groningen en Friesland is groot. De landbouwpercelen zijn kleiner en ook zie je meer weilanden. Paesens/Moddergat heeft een historie als vissersdorp. In de stormnacht van 5 en 6 maart 1883 verdronken 83 vissers uit Paesens-Moddergat. In die nacht werd de vloot van Paesens – Moddergat overvallen door een van de zwaarste voorjaarsstormen sinds mensenheugenis. Er kwamen 83 vissers om in de ijskoude golven van de zee ten noorden van de Waddeneilanden.

Een molen in het friese platte land.
Het Vrijhof in Ferwerderadeel

Ik volg de dijk en klaphekje na klap hekje passeer ik tot Holwerd. Mijn water is bijna op. Ik ben vanmorgen vergeten de flessen te vullen. Op de begraafplaats naast de kerk vind ik een kraan. Er is niemand op de begraafplaats en even wassen en scheren kan ook wel zonder iemand te storen.

Na Holward volg ik de provinciale weg. Het valt mij op hoe gemakkelijk jongeren met toch
hoge snelheid fietsen. Je merkt dat ze getraind zijn en dagelijks fietsen. In Ferwerderadeel maak ik weer een eetpauze. Er is een pleintje wat het Vrijhof heet. Dit Vrijhof is een stuk rustigere dan het Frijthof in Maastricht.
Bij de plaatselijk Spar koop ik wat levensmiddelen. De Spar vind je in alle landen. Hier is het nog zo’n leuke winkel. Waar iedereen elkaar kent. Je hoeft hier ook geen munt in de winkelwagen te doen. Je zet de winkelwagen gewoon terug.

Ik trek vanaf hier naar de Bilt een landbouwgebied bij Oude Bildtzijl en Oude Bildtdijk. Wat een prachtige dorpen met alleen maar huizen aan de dijk. Alleen de dorpskernen zijn wat groter. Deze streek staat bekend om zijn aardappelen. Bildtstar en Bintje komen uit deze streek. Hier zijn de akkers weer groter en naast bieten en granen worden hier veel aardappelen geteeld. De boeren zijn volop bezig op nog vaak natte akkers.
Een verrassing is de tuin met Boeddhabeelden. Zomaar ineens een tuin met rust.

Bij Westhoek kan ik de dijk weer op naar Harlingen. Ik fiets aan de waddenkant van de dijk. Ik zie een strekdam met scholeksters en meeuwen. Ik blijf tijdens het foto’s maken op
de fiets zitten. Ik sta op de schuine asfaltkant van de dijk. En dan ineens tijdens het foto’s
maken loopt het voorwiel van de fiets van de schuine dijk af en binnen enkele seconden duikel ik van de dijk. Ik zie in een flits mijn fototoestel in onderdelen door de lucht vliegen en terwijl ik al op het asfalt lig zie ik nog de lensdop door de lucht gaan. Ik krabbel overeind. Gelukkig ik heb niks. En dat is echt gelukkig, want hier komt bijna nooit iemand. Ik raap mijn fototoestel op. De lenskap en de sluiting zijn weg. Een geluk, de camera werkt nog. Ik zoek de onderdelen bij elkaar en naar later blijkt heb ik niet alles teruggevonden. Met spanning pak ik de fiets op. Gelukkig zijn geen ernstige problemen, met uitzondering van een scheef stuur. Dit had heel wat minder kunnen aflopen. Ik vervolg mijn tocht over de dijk tot ik bij een hek kom wat op slot zit.

Zo lag de fiets nadat ik op de dijk onderuit ging.

Ik moet alle tassen er af halen en aan de andere kant van de dijk kan ik  verder. Naar Harlingen gaat zonder problemen. Ik fiets zo naar het station en 18.03 uur kan ik met de trein naar Arnhem. Weer twee mooie dagen in het ‘Rondje Nederland’
………………………………………………………………………………………………………………………………………….

5 oktober 2010
7e dag Rondje Nederland,/span>
Harlingen-Den Oever/Stroe
zonnig, ca 18 graden. Oosten wind
Dagafstand 80 km

Harlingen Stroe ca 45 km. Harlingen is het beginpunt van de volgende etappes ‘Rondje Nederland’. Het wordt echter een reis met onderbrekingen richting Harlingen. Zoals bijna gebruikelijk vertrek ik met de trien om 09.03 uur uit Velp. Om 10.10 uur kom ik in Wijhe. Daar fiets ik 10 km naar Raalte en om 12.00 uur fiets ik, na een bezoek aan mijn moeder, weer terug naar Wijhe. Tijdens het bezoek krijgt mijn moeder telefoon, die ik bij toeval aanpak, dat haar hartoperatie voor woensdag 13 oktober 2010 , in het ziekenhuis in Zwolle staat gepland. Ze is blij met het bericht want ze is steeds moe en heeft gebrek aan zuurstof. Het hart kan het niet allemaal meer aan door een lekkende hartklep. Haar conditie en toestand zijn verder nog normaal. Ik neem afscheid en fiets terug naar Wijhe. Het is 12.45 uur en er is nog tijd genoeg om boodschappen voor vandaag te doen bij de Boni supermarkt in Wijhe. Om 12.10 uur gaat de reis zonder veel bijzonderheden naar Leeuwarden. Daar stap ik over op de trein naar Harlingen. Op de bank naast mij zitten twee vrouwen die elkaar kennen. Ik vang woordelijk hun gesprek op wat veel indruk op mij maakt. “Ben je nog op vakantie geweest deze zomer”, vraagt de ene vrouw. “ Nee”, zegt ze. “Ik had dit voorjaar op enig moment bloed bij het speeksel en direct heb ik naar de huisarts gegaan. Er is in het ziekenhuis onderzoek gedaan en direct kreeg ik van de huisarts  het bericht dat ik longkanker had. Ik heb er tot dat moment nooit iets van gemerkt. Ik heb ook nooit gerookt. Het gebeurt je zomaar. Je voelt niets. Ik heb nu een aantal chemokuren gehad en het gezwel is minder geworden”. De ander vraagt of er een operatie mogelijk is. “ Nee”, zegt de vrouw. “Als men in de long zou gaan snijden zou de kanker zich nog sneller verspreiden.” “Maar zou je ook baat hebben bij alternatieve geneeswijze ”, vraagt de andere vrouw. “ Nee, ik moet er in berusten dat dit niet te genezen is. De behandeling is een verlenging van mijn leven, ik ben nu 52 jaar en berust in het gegeven dat ik niet oud zal worden. Dat is ook goed want de tijd die ik nog heb wil ik graag optimaal gebruiken en niet elke dag met het einde bezig zijn.” Ik luister met verbazing naar haar verhaal. Wat een wijsheid. Waar haalt ze de kracht vandaan om er in te berusten. Ze heeft gemerkt dat ik het verhaal heb kunnen horen. Als we in Harlingen aankomen en ze de trein verlaat kijken we elkaar aan. De blik duurt wat langer. Ze weet dat ik het verhaal gehoord heb. Wat een moedig karakter heeft deze vrouw. Haar verhaal houdt mij nog lang bezig.

Harlingen-haven is het eindpunt van de trein. Ik kijk even rond in de haven waar de boot naar Terschelling net vertrekt. Ik begin om 15.00 uur aan mijn tocht langs de dijk. Eerst maak ik bij de haven van Harlingen een foto van beeldje van het jongentje Hansje Brinker die een vinger in de dijk steekt en zo Nederland behoed voor een overstroming. Hansje Brinker is de held in de boeken van de Amerikaanse schrijfster Mary Dodge. Hansje Brinker was een onverbiddelijke bestseller.

De afsluitdijk.

Ik vervolg mijn tocht aan de Waddenkant van de dijk richting afsluitdijk. Ik ken de afsluitdijk uit mijn opleiding bij het Korps Commando Troepen in Roosendaal. In de laatste week van de opleiding liepen wij van Roosendaal naar Leeuwarden. Het was juli 1963 en de temperaturen waren dik boven de 20 graden. De afsluitdijk leek eindeloos. Het was vier tot vijf uur doorbijten voor we aan de andere kant waren. Toen kreeg ik de vrijdag na de overtocht, als blijk van mijn doorzetten: ‘De Groene Baret’. Morgen is het weer vrijdag en na mijn tocht over de afsluitdijk is er de voldoening en het plezier aan een mooie tocht.

Bij het monument op de afsluitdijk stop ik voor een paar foto’s. Het beeld van Ing. Lely torent hoog boven de dijk uit. Op de maquette met dijkwerkers staat de veel zeggende tekst;“Een volk wat leeft bouwt aan zijn toekomst”.
De overkant van de Afsluitdijk is het vroegere eiland Wieringen. Het begint tijd te worden voor een camping het is al 18.00 uur en ik heb nog geen idee waar ik zal overnachten. Zeker is wel dat het om 19.30 uur donker wordt. En zoals altijd na een aantal kilometers zie ik een bordje camping. De receptie is gesloten dus kijk ik op de camping rond. Ik vind het toiletgebouw en daar tegenover een leuke plek. Eerst maak ik warm eten en dan zet ik de tent op. Ik zie niemand van de camping en om 20.00 uur lig ik in de tent. Ik slaap heerlijk.

………………………………………………………………………………………………………………………………………….

6 okt 2010,
8e dag Rondje Nederland
Den Oever-Stroe- Haarlem
bewolkt, ca 18 graden.
Dagafstand 123 km

De veerboot naar Texel
Het fietspad in de duinen bij Julianadorp.

Het is 05.45 uur en ik ben klaar wakker. Het is nog donker maar toch begin ik met inpakken. Ik zet mijn hoofdlampje op mijn fietshelm en zo kan ik de tent en tassen inpakken. Om 06.15 uur fiets ik van de camping, het blijkt camping Wiringherlant in het plaatsje Stroe te zijn. Na gisteravond heb ik niemand meer gezien, dus ik vertrek zonder te betalen, natuurlijk wel met dank voor de gastvrijheid. Het is weer een nieuwe ervaring om in het pikdonkere buitengebied te fietsen. Het valt mij op dat alle schapen rustig liggen te slapen. Een enkel schaap ligt zelf languit. Hypolitushoef is om 07.00 uur nog maar net wakker. Een enkeling laat de hond uit. Ik besluit eerst naar Den Helder te gaan, waar ik tegen 07.45 uur aan kom. Ik fiets de weg naar de veerboot van Texel. Er staan al veel auto‘s te wachten op de boot van 08.20 uur. Het is nevelig en ik maak op de pier van de veerboot haven een korte pauze.

De tocht gaat daarna over de dijk langs Den Helder naar Huisduinen waar de duinen beginnen. Hier loopt een prachtig fietspad door de duinen. Geleidelijk zijn er meer fietsers en trimmers op het fietspad. Bij Julianadorp volg ik de provinciale weg langs de duinen tot Petten waar de dijk van de Honsbossezeewering begint.

Ik krijg een telefoontje van mijn vrouw. Met mijn moeder gaat het niet goed. We bespreken de situatie en in gedachten ben ik daar de rest van de tocht mee bezig. Mijn moeder heeft een Tia gehad en moet naar het ziekenhuis in Deventer. Ik overleg of ik eerder met de trein naar huis moet komen, maar dat veranderd niks aan de situatie, daarom blijft het plan om naar Haarlem te fietsen gehandhaafd.

De blombollen worden geplant.

In Schoorl doe ik nog wat boodschappen bij Super de Boer. Eigenlijk is Schoorl bekend terrein omdat we hier met de caravan wel eens op een camping hebben gestaan. Het was ook in Schoorl dat ik het boek “Trappen naar Santiago” las en waar ik het besluit nam; dat wil ik ook gaan doen. Bergen is een leuke plaats en prachtige villa’s staan er in alle vormen en maten. De rijkdom straalt er af. Op de landbouwgronden zijn de bollentelers bezig met het planten van de bloembollen.

Bij Beverwijk beginnen de staalfabrieken en is de route voor de fietsers richting Haarlem
moeilijk te vinden. Ik vraag een paar keer de weg en kan met een vrouw mee fietsen die ook naar de veerpont moet. Als laatste fietsers komen we op de pont en direct ontstaat er een leuk gesprek met de andere fietsers, die deze fietser met alle zijn tassen wel vreemd vinden. Het gesprek is maar kort want aan de andere kant scheiden onze wegen. Ik fiets naar Haarlen. Kort voor Haarlem maak ik op een rustige plek warm eten. Om 18.02 uur kan ik met de trein richting Amsterdam en Arnhem. Door vertragingen kom ik later in Arnhem. De conductrice zegt dat er vertragen zijn door een aanrijding met een persoon.
Dat is dan een mooi woord voor mensen die zich zelf willen doden en voor de trein gaan staan. Ze zegt:“ De herfst is weer begonnen en dan hebben we soms dagen dat drie tot vier mensen zich voor de trein werpen. Dan is er van een dienstregeling geen sprake meer.”
Je staat er niet altijd bij stil maar het gebeurt.
Vreugde en verdriet liggen soms dicht bij elkaar. Mijn vrouw is blij als ik weer thuis ben.

………………………………………………………………………………………………………………………………………….