2009 Rome

2009 Duiven- Rome
Dagafstanden Duiven naar Rome 2009

16-jul-10
Meerbush
105km

Dag Datum Bestemming Afstand Tot. km.
2 17-jul-10 Remagen 110 215
3 18-jul-10 Sankt Goar 84 299
4 19-jul-10 Leeheim 91 390
5 20-jul-10 St. Leonsee 108 498
6 21-jul-10 Shellbornn 84 582
7 22-jul-10 Melchingen 82 664
8 23-jul-10 Obbersiggingen 98 761
9 24-jul-10 Bludenz 125 886
10 25-jul-10 Imst 91 973
11 26-jul-10 Imst rustdag 0 973
12 27-jul-10 Nauders 86 1059
13 28-jul-10 Naters (I) 73 1132
14 29-jul-10 Auer (I) 71 1203
15 30-jul-10 Arco 101 1304
16 31-jul-10 Brenzone 38 1342
17 01-aug-10 Verona 56 1398
18 02-aug-10 Verona rustdag 0 1398
19 03-aug-10 Ferrara 137 1535
20 04-aug-10 Ferrara rustdag 19 1554
21 05-aug-10 Bolgna 77 1631
22 06-aug-10 Bolgna rustdag) 35 1666
23 07-aug-10 Monto di Fo 72 1738
24 08-aug-10 Florance 55 1793
25 09-aug-10 Florance rustdag 15 1808
26 10-aug-10 Paterna 62 1870
27 11-aug-10 Felision 39 1909
28 12-aug-10 Citta de Castello 48 1957
29 13-aug-10 Assisi 75 2032
30 14-aug-10 Assisi rustdag 10 2042
31 15-aug-10 Assisi rustdag 10 2052
32 16-aug-10 Nari 94 2146
33 17-aug-10 Prima Porta 89 2235
34 18-aug-10 Rome 18 2253
27 fietsdagen gem. dagafstand 83

1e Dag, donderdag 16 juli 2009
Duiven – Meerbush (Krefeld)
Tijd: 6:12:40 uur . Gemiddelde 16.8 km
Dagafstand: 105 km.
gereden : 106 km.

henk-101

Het begin van mijn “Mamoetproject” bij de Mamoet in Duiven

Het begin.
Het is 07.45 uur, de telefoon gaat. Auf Wiedersehen klinkt via de mondharmonica door de telefoon. Het is zeer eigen afscheidsgroet van mijn moeder. Ze is 87 jaar. Het hele lied spelen kost te veel inspanning. Prachtig toch, als je moeder op deze wijze een afscheidsgroet laat horen.
Gisteravond was nog heel gezellig. Dankzij het mooie weer konden we buiten zitten. Hans Peer en Hans Wieser komen met hun vrouwen even afscheid nemen. Het is allemaal wat rustiger dan vorig jaar, toen ik mijn eerste grote tocht maakte. Vanmorgen kwam dochter Jolanda en kleinzoon Jurre ( die weer zijn voet heeft gebroken en in het gips weer zit ) en Timo nog even om dag te zeggen.
En dan is het zo ver. Om 8.45 uur komen zoon Henk, nicht Petra en Rob Bos van de gemeente mij uitzwaaien. Ik omhels mijn vrouw en dat is het dan. Ik ga op weg naar Rome.

De temperatuur zit al dik boven de 20 graden en via Loo kom ik op de dijk naar Pannerden. Bij de mammoet, het standbeeld wat een herinnering is aan de bouw van de Betuwelijn, wil ik een foto maken van het begin van mijn ‘mammoetproject’. Terwijl ik bezig ben, stopt een jonge vrouw en vraagt of ze kan helpen. “Je mag wel een paar foto ‘s maken.” Daarna fietsen we samen op naar Pannerden.
Het is Annemarie van Alst uit Duiven. Ze werkt in Pannerden in de kinderopvang en voor we er erg in hebben zijn we bij Pannerden. We nemen afscheid en ze wenst mij een goede reis.
Door de uiterwaarden kom ik bij het pontje naar Millingen. Het is 9.30 uur en de pont komt pas om 10.00 uur. Ik begin maar met het maken van een kop koffie. Twee dames Betty en Edith uit Duitsland zitten ook te wachten en natuurlijk moet ik vertellen hoe het allemaal werkt op zo’ n fietstocht naar Rome. Betty en Edith fietsen naar Nijmegen. Om 10.00 uur komt ‘Heen en Weer 2’. Toch een prachtige naam voor een veerpontje. Met vijf minuten ben ik aan de overkant en ook bijna direct in Duitsland op weg naar Kleef.

Ga verder.
Voor Kleef krijg ik de lach. Er staat een driehoekbord aan de weg met de tekst (in het Duits) ‘ Hier is niks te zien, rijdt u s.v.p. verder .’ Op het andere bord staat: ‘ Hier is niks te doen, rijdt u s.v.p. verder. ‘Wat heeft dit te betekenen, zulke borden zijn nieuw voor mij!

100_3575

De oude weg naar Rome

Langs Kleef fiets ik naar Kalkar, waar ik op het plein een broodje eet. Een Duitse fietser wil wat meer weten. Dus vertel ik mijn verhaal. De volgende plaats is Xanten.Ik bezoek de Dom in Xanten en haal mijn eerste stempel in de Pelgrimspas.
Voor Xanten heb ik de oude weg aan gehouden, maar bij het Romeinse museum heeft men de weg afgesloten. De weg loopt precies door het vroegere kamp en men betrekt nu ook het overige deel van het legerkamp bij het bestaande.

Vroeger mooi
Ik vertrek naar Rheinberg Het is allemaal nog bekende route, want ik ben al eens.naar Dusseldorf gefietst. Als ik in Rheinberg, na ca 75 km op een bankje in de schaduw zit, komt een oudere vrouw bij mij zitten. Ze begint direct te praten. Ze gaat om 15.00 uur met de ouderen naar de Mis en daarna hebben ze om 15.30 uur een barbecue. Ook zij vraagt waar de reis heen gaat. “Rome”, zeg ik. Ze gelooft mij niet.
Ze vertelt dat ze vroeger ook eens naar Nederland is gefietst. Ze zegt: “Toen was ik nog jong en mooi. Nu ben ik alleen nog mooi.” Ik bekijk haar nog eens, maar daar heb ik toch een andere mening over. We lopen samen naar de kerk. Het is heerlijk koel en een Mis van een half uur kan geen kwaad. Een oudere man in korte broek komt binnen, knielt bij het altaar en even later staat hij in priesterkleding op het altaar. Zou hij de korte broek onder het habijt dragen?
Na Rheinberg wordt het zoeken. Ik mis een stuk kaart, maar gelukkig heb ik de TomTom bij mij en die brengt mij naar de camping bij Meerbush bij Krefeld aan de Rijn. Ik krijg een rustige plaats, kook mijn potje en om 22.00 uur lig ik in bed. De eerste dag met 105 km en temperatuur rond de 30 graden zit het erop. In Xanten heb ik in de Dom mijn belofte ingelost en voor allemaal een kaarsje aangestoken. Het moet een aantal mensen nu veel beter gaan. Mij gaat het goed. Ik ben op weg naar Rome
———————————————————————————–

2e Dag, vrijdag 17 juli 2009
Meerbush Krefeld) Remagen
Tijd 7:41:23 uur, Gemiddelde: 14.2
Dagafstand: 109,2 km
Totaal gereden: 215 km

Het gebeurd.
Manfred Siry heeft mij overtuigd en sindsdien draag ik een helm. Ik fietste richting Keulen en ik wilde de ritssluiting van mijn windjack dicht maken. Het was een rustig fietspad maar toch kom ik aan het slingeren. Het voorwiel komt naast het fietspad en ik val om. Gelukkig niet hard, maar toch hoorde ik de helm op het asfalt komen. Ik krabbel overeind. Als eerste bekijk ik de fiets, gelukkig niks kapot. Mijn knie doet wat zeer, maar dat is niets ernstigs. Wat zou er zonder helm gebeurt zijn, hoofdwond, hersenschudding? Het is weer goed gegaan. Blijkbaar is nu Petrus mijn beschermheer naar Rome.
Ik heb vannacht wat onrustig geslapen. Een eerste nacht is nog wennen. Op de camping kreeg ik van mijn buurvrouw met camper een lekkere luie campingstoel. Toen twee Nederlandse dames (ook fietsers) langs mijn tentje liepen vroegen ze hoe ik de stoel op mijn fiets mee kreeg. Ze moesten wel lachen, toen ik zei dat de stoel van de buren was en ik mij had voor genomen niets meer af te slaan wat wordt aan geboden. Na mijn vertrek van de camping begint het direct te regenen. Ik besluit, niet zoals gewoonlijk, te wachten tot ik nat ben. Ik doe de poncho direct aan. Niet prettig, want met de wind tegen vang je veel wind. De route is ook al niet de meest inspirerende. Ik fiets door de steden Neuss en Dormagen en over industrieterreinen.

Mijn eerste (nep) Romein.
Ca. 12.30 uur kom ik met behulp van de TomTom bij de Dom in Keulen.
Ik heb vandaag de TomTom veel gebruikt. Ik had wel een kaart maar die had onvoldoende detail
Bij het secretariaat van de Dom haal ik een stempel in de pelgrimspas. De dame doet alle moeite om de stempel recht te zetten. ” De dom staat altijd een beetje scheef ” zegt ze. Ik vind het niet erg.

Ik heb er nu 54 km op zitten en ik wil nog naar Remagen. Erg lang blijven bij de Dom kan niet. Ik moet nog 50 km. Voor de Dom staat een aantal levende standbeelden. Een daar van is een Romeinse soldaat. Daar moet ik mee op de foto.

Mijn eerste Romijn.

Mijn eerste Romein.

Ik moet nu volledig op de TomTom fietsen, op de kaart kan ik niks vinden.
Ik krijg ook steeds last van mijn achterwerk. Ik stop steeds vaker. Trek aan mijn broek,maar de pijn blijft. Hoe het kan weet ik niet. Ik zet maar door.
Bonn is ook een grote stad met een universiteit. Er staan prachtige gebouwen.

Om 18.00 uur kom ik in Remagen Hier troffen de Amerikanen tijdens de 2e wereldoorlog nog een brug over de Rijn die intact was. Later stortte de brug als nog in. De pijlers van de brug staan er nog.

Op de camping ga ik douchen. Dan merk ik ook waar de pijn aan mijn achterwerk vandaan komt. Ik draag een fietsbroek met een inzetstuk in het kruis. Verder een zweethemd.
De achterkant van het zweethemd is langer. Ik had vanmorgen het hemd in de broek gedaan. Dus heb ik de hele dag op de ruwe stof van het hemd gezeten. Geen wonder.
Morgen mag dat niet meer gebeuren. Dan fiets ik verder langs de Rijn naar Sankt Goar.

———————————————————————————–

3e Dag, zaterdag 18 juli 2009
Remagen – Sankt Goar
Tijd 5:34:20 uur, Gemiddelde: 15,1
Dagafstand: 84,4 km
Totaal gereden: 299 km

Langs de Rijn.
Ik heb vanmorgen maar eens kalm aan gedaan. Om 7.00 uur opgestaan en om 8.00 uur reed ik de poort van de camping uit. De camping ligt aan de Rijn en het fietspad loopt direct langs de Rijn. Mijn eerste doel is nu Koblens. Deutsch Ecke Koblenz. Het is zaterdag dus moet ik op tijd inkopen doen voor het weekeinde.
Bij een bakker heb ik vanmorgen broodjes gekocht, maar ik moet nu voor vandaag en morgen inkopen. Net voor Koblens vind ik een supermarkt. Na het inkopen is de fiets direct een paar kilo zwaarder. Op de Deutsche Ecke, de plaats waar de Moezel in de Rijn komt maak ik wat foto’ s en raak ik aan de praat met twee mannen. Ze hebben de fiets flink bepakt. Ze zijn vanaf de bron van de Moezel naar de monding gereden, een tocht van een paar honderd kilometer. Ze komen uit het Zwarte Woud en gaan vanaf Koblens met de trein naar huis.

Ik vervolg mijn route langs de Rijn. Op het fietspad langs de Rijn kom je heel veel fietsers met bepakking tegen. Blijkbaar is het een geliefde fietsroute. Met de fietspaden is het in Duitsland slecht gesteld. Vaak zijn het gecombineerde paden met voetgangers. Men gebruikt de fiets paden ook voor het parkeren van auto’ en vuilnisbakken. Heel vaak moet je oversteken en kun je aan de andere kant van de we verder. De bestrating is soms helemaal een ellende. Kleine steentjes, slecht asfalt en hobbels en bobbels. Soms hebben ze mooi asfalt, maar dat houdt dan weer bij de gemeentegrens op. Met al het gehobbel en gebobbel, kom ik na 84,4 km in Sankt Goar.
Ook deze camping ligt aan de Rijn. De kosten van de camping zijn laag. 8,10 euro voor het overnachten.

Camping Lorely, Sankt Gore

Camping Lorely, Sankt Goar

Naast mij staan mensen uit Steenwijk. De eerste 14.00 uur heb ik ze niet gezien.De man vertelt dat ze hun dochter met de kinderen naar Heerlen verhuisd hebben. Hun dochter zat in een blijf van mijn lijf huis in Kampen. De enige plaats waar ze naar toe kon was Heerlen. In een korte tijd hoor ik de ellende.

Sankt Goar ken ik want we waren er dit jaar op vakantie. Met de auto en caravan reden we er in een paar uur heen. Met de fiets duurde het wat langer. Ik heb nu een prachtige uitzicht op de Lorely. De rivier perst zich hier door de bergen. Er staat een beeld van de Lorely aan de rivier.Het weer is bewolkt. Het laatste uur voor aankomst op de camping begon het te regenen en de poncho moest aan. Op de camping schijnt de zon weer. Boven op de berg van de Lorely is blijkbaar een muziekfestival! Midden in de nacht knalt de muziek keihard over de camping met nog ondersteuning van het lawaai van de goederentreinen aan beide zijden van de rivier. Soms word ik even wakker. Na een dag fietsen maakt het niet zoveel meer uit. Je slaapt wel!
———————————————————————————–

4e Dag, zondag 19 juli 2009
Sankt Goar – Leeheim (Darmstadt)
Tijd 6:05:45 uur, Gemiddelde: 14,8
Dagafstand: 90,7 km
Totaal gereden: 390 km

Verder langs de Rijn.
Het is zondag en ’s morgens 7.00 uur en het is nog erg stil. Zoals gewoonlijk was ik om 6.00 uur wakker. Het regende iets en ik wilde wel blijven liggen. Toch begin ik om 6.15 uur met inpakken en om 7.00 uur fiets ik van de camping. Het fietspad loopt direct langs de Rijn. In de bochten van de Lorely is maar weinig ruimte voor de scheepvaart. Bij Oberwesel wordt de Rijn breder, maar je kunt zien dat een groot gedeelte ondiep is.
Het weer is dreigend met dikke wolken. Bij Bacharach begint het te regenen.Ik heb nog niet gegeten dus fiets ik maar door. Gelukkig is het een bui en tegen 9.30 uurkan ik op een strandje aan de Rijn ontbijten.

Kasteel in de Rijn

Kasteel in de Rijn

Er loopt een fietspad naar Neder Olm dwars door de wijnvelden. Het weer blijft droog maar er staat een zeer harde wind. Rond de middag ben ik in Elsheim. Ik zie een prachtige overkapping met daaronder biertafels en banken. Een jonge man is bij een houten gebouwtje met flessen bezig. Ik vraag of ik even mag zitten. Het tentje is toch niet open. Hij vraagt waar ik heen ga. Als ik Rome zeg, heeft hij een blik van ongeloof. Blijkbaar ben ik nog niet ver genoeg om ongeloofwaardig te zijn. Als zijn moeder later komt heeft hij het verhaal toch blijkbaar doorgegeven.Ze is vol belangstelling en vertelt dat hier wel vaker mensen op weg naar Rome langs komen. Na een uurtje rust heb ik mijn verhaal van gisteren klaar en weer wat gegeten. Ik moet verder.

Op weg naar Nierstein word ik ingehaald door een jongen en meisje op de fiets. Hij heeft alle bepakking. Later zie ik ze nog twee keer en we groeten elkaar. Ze fietsen in een hoog tempo. Toch komen we beiden gelijk op de pont bij Nierstein.Het blijken Fred en Ria uit België te zijn. Ze rijden met het zelfde boekje tot Pfofzheim, vanaf daar willen ze naar het Zwarte Woud. Fred is een echte fietser en heeft al menig route gereden, ook passen die ik wil rijden, heeft hij al eens gedaan. Na de pont nemen we afscheid en gaan ieder onze eigen weg.
De camping in Leeheim is moeilijk te vinden. Zelfs de ingang ligt verborgen. Ik vraag iemand naar de ingang en hij zegt dat je een telefoonnummer moet bellen, dan doen ze de poort open. Ik ben benieuwd. Wat is dit voor een soort camping?Uiteindelijk vind ik de “Platzwart”. Ze komt met een sleutel. Omdat ik weer vroeg weg wil hoef ik niets voor de sleutel te betalen. Ik moet morgen met de sleutel het hek open maken, de fiets buiten zetten en daarna de sleutel bij haar in de brievenbus doen.
Ik moet er nogal wat voor doen om uit dit vakantiekamp te komen. Verder is alles prima voor elkaar. Er staat een gemeenschappelijke tent waar ik mijn eten kook.Een blikje met ananas krijg ik niet helemaal op, dus bewaar ik het tot morgenvroeg. Als ik ’s morgens in het blikje kijk ziet het zwart van de mieren. Ik ben om 21.00 uur naar bed gegaan en om 6.00 uur ben ik goed uit gerust. Het is bewolkt maar wel droog. Ik fiets nu door het polderlandschap van de Rijn. Vandaag gaat het richting Heidelberg. De benen zijn goed, de fiets is als vanouds. Tot zover gaat het goed!!
———————————————————————————–

5e Dag, maandag 20 juli 2009
Leeheim (Darmstadt)- st Leon See (30 km zuid van Heidelberg)
Tijd 7:28:35 uur, Gemiddelde: 14.4
Dagafstand: 107,7 km
Totaal gereden: 498 km

Verdriet
Het is nog heerlijk stil als ik geheel alleen door het bos fiets. Dan wordt het geluid harder. Het monotone geluid van de autoweg, het zingen van de banden en de motoren. Na de autosnelweg kom ik in een rustig bos. Een picknick bank nodigt uit om het ontbijt te nuttigen. Heerlijke broodjes die ik bij de bakker kocht en een kopje koffie. Terwijl ik zit te eten stopt een man op het fietspad. Vanaf zijn fiets vraagt hij waar de reis heen gaat. Ik zeg dat ik naar Rome fiets. “Ik heb vroeger ook veel gefietst met een fietsmaatje. Ik zou dat graag nog doen maar het wil niet meer”, zegt hij. “Wacht ik kom even bij u zitten.” Hij komt met moeite van de fiets en loopt moeilijk naar de picknicktafel. Hij begint zijn verhaal: “Ik heb MS en het wordt elk jaar erger.De zenuwen sturen de spieren niet meer aan. Als ik mijn rechterbeen wil verplaatsen moet ik dat met de hand op beuren. In 1990 kreeg ik op 50 jarige leeftijd de eerste verschijnselen. En het wordt erger.” Dan ineens lopen de tranen over zijn wangen.

Kurt Hesz doet zijn trieste verhaal.

Kurt Hesz doet zijn trieste verhaal.

Hij verontschuldigt zich.” Ik had nog zo graag lange tochten willen maken, maar dat klote been werkt niet meer. Ik heb nu een elektrische fiets en als het mogelijk is maak ik dagtochten.” Hij wil alles weten over mijn tochten. Troosten kan ik hem niet. Ik kan zijn verhaal aanhoren. Hij luistert met aandacht naar alles wat ik hem over het fietsen vertel en nogmaals rollen de tranen over zijn wangen. Ik vraag zijn naam. Hij heet Kurt Hesz en heeft vroeger als laborant bij Merck gewerkt. We nemen met een handdruk afscheid. Kurt blijft mij nog de hele dag in de gedachten. Ik prijs mij gelukkig dat ik mag fietsen.

Ik fiets als een herboren mens, mijn achterwerk voel ik niet. Vermoeidheid komt vandaag niet voor in mijn programma. Ik voel mij vrij. Toch denk ik steeds aan Kurt. Ik maak een vergelijk tussen hem en mij. Hij is wat ik uit zijn verhaal op maak 4 jaar ouder (69). Toch kan ik de hele wereld aan. Kurt heeft ernstige beperking. Ik neem de tijd om te genieten van alles wat ik onderweg tegen kom.

Tabak.
Bij Leuterhausen staan mensen in een open schuur, ze verwerken bladeren.Ik rij de schuur in en zeg in het Duits; “Als ik verder rij blijf ik met de vraag zitten wat dit is”. Ik raak een gevoelige snaar, de Duitse vrouw ca 60 jaar en een Duitse jongen en twee, tabaksbladeren aan het verwerken zijn.

100_3698

De tabaksbladeren worden gebundeld en opgehangen.

De vrouw vindt het prachtig dat ik haar vragen stel. Ze is een van de laatste tabakstelers in deze streek. De bladeren worden in een machine naast elkaar gelegd en dan aan elkaar genaaid. Aan de draad worden ze te drogen op gehangen.
Ik vraag de vrouw of ze ook rookt. “Nee”, zegt ze. Dat is net zoiets als een veeteler die vleeskoeien fokt en vegetariër is. Ze lacht wel om de vraag. De Poolse jongens lachen niet.

Ik fiets weer verder over landbouwwegen richting Heidelberg. In Lorch haal ik bij het VVV een stempel in de pas. Ik moet weer denken aan de ontmoeting met Kurt en ik wil de plaats waar ik Kurt ontmoette niet vergeten.

Om 9.00 uur kwam ik in Maria Einseidler. Een bedevaartoord uit de 14e eeuw.Ik fiets naar de kapel. Als ik de deur open doe zie ik zeker 20 mensen. Er is iemand die de voorbede doet, daarna vallen de overige aanwezigen in: Maria,….. zo gaat het maar door. Na 10 minuten lijkt het of ik herhaling hoor. De cd blijft ergens hangen en herhaalt het verhaal zich. Ik besluit maar te vertrekken.

Bij de kapel in Maria Einsiedler

Bij de kapel in Maria Einsiedle

———————————————————————————–

6e Dag, dinsdag 21 juli 2009
Sankt Leon – Shellbornn (10 km zuid van Porzheim)
Tijd 6:22:15 uur, Gemiddelde: 14.2
Dagafstand: 83,0 km
Totaal gereden: 582 km

Water met koolzuur.
Ik kon vanmorgen pas om 7.00 uur van de camping in Sankt Leon. Vrij snel na de camping kom ik in een heel rustig bos. Ik maak uitgebreid foto’s van een wijngaardslak die de weg over kruipt. In een picknickhut maak ik mijn ontbijt en zo ben ik al vroeg in Bruchsal. Midden in de plaats staat een prachtig Barokslot.Ik fiets door de tuinen en schrijf de brief van gisteren af. Ik voel mij als de kasteelheer. Het fietsen gaat nog steeds goed. Ik heb bijna alleen maar vlakke etappes gehad en kom nu in het Zwarte Woud. Daar gaat het meer klimmen.

Brieven schrijven in Bruchsal

Brieven schrijven in Bruchsal

We zien wel.
Het is al weer aardig warm en mijn water is op. Als er een paar mensen in de tuin aan het werk zijn vraag ik water. “Doe maar uit de kraan.” zeg ik. “Nee”, zegt de vrouw, “we drinken altijd mineraalwater”. Ze vult de fles. Als ik de eerste slok neem merkt ik het al. Er zit koolzuur in. Ik heb liever gewoon water, in plaats van dit bulkwater. Als ik een stuk verder ben springt met een plof de drinkfles open. Door het schudden komt de koolzuur vrij.

De gids Josef.
Als ik in Pforzheim op de kaart sta te kijken stopt een fietser naast mij. Hij komt op de fiets uit Bingen en is aan het trainen voor zijn fietstocht naar Santiago, die hij samen met een vriend, in drie weken wil maken. Hij kent de weg en wil mij door de stad brengen. Op een leuk terras onder de bomen drinken we een biertje. Hij heet Josef, heeft in de fabriek van Mercedes auto’s gemaakt. Hij is met vervroegd pensioen. Van oorsprong komt hij uit Roemenië. Zijn voorouders waren Duitsers die daar naar toe getrokken zijn. Op 18 jarige leeftijd heeft hij geprobeerd uit Roemenië te vluchten. Hij werd gepakt en moest 30 maanden de cel in. Later heeft hij het weer geprobeerd en lukte het hem in Duitsland te komen, waar hij nu 38 jaar leeft.

Josef

Josef

Als ik Josef vertel dat ik niet langs de rivier fiets, maar over de bergkam naar een camping ga, zegt hij: ” Die weg ken ik niet, terwijl ik hier vlakbij woon. Ik fiets mee” We moeten 3-4 km bergop. Het is mijn eerste langere klim. Josef puft. Hij weegt ca 100 kg.Samen komen we boven en na een paar kilometer hoor ik een bekend geluid. Er is een spaak kapot.We rijden voorzichtig door naar de camping. Ik neem afscheid van Josef. Hij geeft mij zijn telefoonnummer en als ik hem morgenvroeg bel staat hij op de route en zal mij door het bos Shonbuch brengen. Ik ben benieuwd.
Ik begin aan de fietst te sleutelen. Naast mij staan mensen uit De Silte in Nederland.Ze zijn ook met de fietsen onderweg. We praten, maar het sleutelen schiet daardoor,

Reparatie van een kapotte spaak.

Reparatie van een kapotte spaak.

niet op. Ik haal het achterwiel eruit. In het frame heb ik reserve spaken. Na het verwijderen van het tandwiel kan ik de nieuwe spaak er zo in draaien. Ik wil ook een groter achter tandwiel plaatsen, daardoor heb ik meer kleine versnellingen. Het wordt donker. Ik moet het sleutelen staken. Warm eten maken is er bij ingeschoten. Ik heb nog een blik vruchten wat ik op maak.
———————————————————————————–

7e Dag,
woensdag 22 juli 2009
Shellbronn – Melchingen
Tijd 6:05:13 uur, Gemiddelde: 13,4
Dagafstand: 81,6 km
Totaal gereden: 664 km

Vandaag met zijn vieren.
Het was Rianne die vandaag het thema voor mijn reis naar Rome aan droeg; “Henk is weer weg”. ’s Nachts repareer ik in mijn droom wel vijf keer de fiets.’s Morgens om 06::00 uur ga ik direct verder en binnen 20 minuten is alles weer rij klaar.Voorzichtig test ik de fiets. Dan bel ik Josef. Bij het plaatsje Schafhausen zal hij mij opwachten. De fiets wordt een kostbaar bezit. Zonder fiets is je reis voorbij. Met een kapotte fiets kun je de reis niet voortzetten. Het doet me denken aan vorige week, toen ik naar Hennie Nijland ging voor de APK van de auto. Gezien het gemaakte aantal kilometers met de auto, had ik beter met de fiets naar de APK kunnen gaan. Ik heb dit jaar meer kilometers op de fiets, als met de auto gemaakt. Ik was gewoon om 6.00 uur wakker en de reparatie van de fiets had ik binnen een half uur klaar. Nieuwe spaak en nieuw achter tandwiel om meer kleine versnellingen te hebben. Een kleine test rit en ik heb het goede gevoel.

Met Josef had ik afgesproken dat ik zou bellen als ik bij de camping zou vertrekken. Voordat ik dat doe haal ik om 07.35 uur broodjes bij de bakker en maak in een bushokje mijn ontbijt. Ik bel Josef en direct vraagt hij: “Wo bist du”, waar ben je. Ik rij nu van de camping.” Wir sehen uns in Schafhausen.” Hij meende het echt. Later belt hij mij terug. “Wo bist du jeths.” In Weilderstadt “Wir sehn uns in 10 minuten.” Ik kom in Schafhausen (om misverstanden te voorkomen het ligt 32 km beneden Pfozheim. Bij Schafhausen kijk ik rond. Daar staat Josef. Het doet mij goed. Ik krijg een brok in mijn keel. Er zijn toch mensen die eerlijk en goed zijn. Bij Josef staan Bob en Rianne uit Zoeterwoude. Ze hebben ook gelezen van de moeilijke route door natuurpark Schonbuch waar de meeste fietsers verdwalen.

Bob en Rianne .

Bob en Rianne .

Josef kent de weg en zal ons door het park loodsen. We gaan met ons vieren op pad. Het eerste wat Rianne zegt: “We rijden niet zo hard.” Ik ben het daarmee helemaal eens. Josef rijdt voorop. Na een klim wachten we op elkaar en onderweg maken we nader kennis. Rianne en Bob rijden naar Verona. Rianne werkt in het onderwijs en Bob bij VNO, een overkoepelende organisatie van de vakbonden. Bob gaat bij de beklimming van heuvels in zijn eigen tempo naar boven. Ze zijn vanuit Zoeterwoude vertrokken en hebben in Utrecht bij hun dochter al twee fietstassen achtergelaten. Met behulp van Josef komen we zonder problemen door het park en we besluiten “De Altstadt” van Tubingen te bekijken. Je merkt direct dat Tubingen een studenten stad is. Overal universiteitsgebouwen, studenten en fietsen. De oude stad heeft prachtige gebouwen. Op een terras, met de fietsen goed in het zicht, drinken we koffie. Rianne bekijkt mijn pelgrimspas en leest met heel veel belangstelling het kaartje met de tekst en het houten kruisje. We vertellen elkaar over onze ervaringen op de reis naar Santiago, die Bob en Rianne ook gemaakt hebben. Ze vertelt over de bijzondere ontmoeting met een Libanese dichter terwijl ze met elkaar in de bergen naar de zonsondergang keken. Bij dit verhaal komen er tranen van geluk op haar wangen.

Zo heeft de tocht naar Santiago bij ons allen wat los gemaakt, wat ons in ons diepste treft. Het zijn plaats, omstandigheden en gevoelens die een gevoel van geluk omhoog roepen. Als we fietsen vertelt Rianne dat ze bij de Baptisten gemeente is, Bob is Katholiek gebleven. We praten over geloof en geven elkaar dingen mee om nog eens te overdenken. Jolanda schreef voordat ik vertrok: Waar je ook bent, wat je ook doet HIJ is altijd bij je. Dan heeft HIJ vandaag drie bijzondere mensen op mijn pad gebracht. Josef, Rianne en Bob.

In de Altstad van Tubingen.

In de Altstad van Tubingen.

Buiten Tubingen nemen we afscheid van Josef. Een bijzondere mens die ook naar Santiago gaat. Voor we aan een 4 km lange beklimming van 4 tot 7 % beginnen neem ik afscheid van Rianne en Bob. Ze willen in een pension overnachten. Het afscheid van deze bijzondere mensen valt mij zwaar. Een dag en toch zoveel verbondenheid.
———————————————————————————–

8e Dag,
donderdag 23 juli 2009
Erpfingen – Obersiggingen
Tijd 6:19.247 Gemiddelde: 15,6
Dagafstand: 98,2 km,
Totaal gereden: 763 km

De naturisten.
In de bakkerswinkel waar ik vanmorgen broodjes kocht vroeg de vrouw: ” Waar komt u vandaan. “Ik zeg: “Ik kom op de fiets uit Holland .” “Dacht ik al”, zei de vrouw. Dat is mij vaker gebeurd. Blijkbaar praten we allemaal net zo’n Duits als Rudie Carel. Met dat verschil, dat hij er goed voor betaald kreeg. De vrouw wil ook weten waar ik heen ga. “Naar Rome” en ik voeg er aan toe, “het is een verrassing voor de Paus.” Ze begint uitbundig te lachen. “Ik zal aan u denken”, zegt ze, waarop ik zeg: “Ik zal ook aan u denken, maar niet de hele dag.” Toch mooi als je de dag zo kunt beginnen.

ben het vandaag even zat om de route van Hans Reitsma te volgen. De route voert over allerhande kleine wegen en permanent moet je opletten waar je links of rechts moet. Ik fiets nu over de B32 de Hohenzollernstrasse langs de rivier de Lauchert. De rivier stroomt naar het noorden. Als ik richting Sigmaringen kom stroomt het water naar het zuiden. Na de laatste klim stroomt het water naar de Donau.
Het weer is bewolkt en er staat een zeer harde wind. Toch zit de temperatuur rond de 30 graden.

De bekende Duitser.
In Sigmaringen heb ik rond 12.00 uur toch al weer 50 km gereden. Ik fiets langs de Donau.
In een park lopen mensen in het water van een Dr. Kneipp-anlage. Met blote voeten in steenkoud water is goed voor de bloedsomloop. Ik maak een foto. Een van de mannen zegt, dat ik dat niet zomaar kan doen. Hij is een zeer bekende Duitser en ik mag geen foto’s van hem maken. De man lijkt absoluut op niemand en ik geloof er niks van. Even later roept een jonge dame: Herr Rohde komt U er uit. We moeten weg.>Had ik het toch goed.Hij is onder begeleiding van iemand van een inrichting. Die was dus goed gek.

De bekende Duitser

De bekende Duitser

Ook gek.
Dat heb ik weer! Omdat ik langs de drukke B32 had gereden, had ik het knipperlichtje achter op mijn fietshelm maar aangezet. Altijd goed als ze je vroeg genoeg zien. In Sigmaringen ga ik in een grote supermarkt boodschappen doen. Ik zet de fiets met de tassen eraan voor de deur en houd de fietshelm op. Ik koop in de winkel boodschappen en een nieuwe veldfles. Ik heb een fles lek en nu zie ik er een staan; dus meenemen.
Ik merk wel dat mensen soms lachen, als ze mij in de winkel passeren. Je denkt dan, die zijn vriendelijk. Maar dan merk ik, dat ik de fietshelm nog op heb; natuurlijk al een vreemd gezicht in een supermarkt, maar dan ook nog met het inwerking zijnde knipperlichtje. Dat is wat overdreven veiligheid. Ja, wie is er dan ook gek? Ik had zo met de bekende Duitser mee gekund.

De tocht gaat verder langs de Donau. Dan moet ik weer berg op. Daarna stroomt het water naar het zuiden richting Bodenmeer. Het weer is zeer heftig geworden. Er staat een zeer harde wind. Naar ik later hoorde heeft de wind rond het Bodenmeer veel schade veroorzaakt. Rond 17.00 uur kom ik op de camping op 20 km van het Bodenmeer. Het weer begint zeer dreigend te worden. Snel zet ik mijn tentje op. Het begint te regenen en een heftig onweer barst los. Ik besluit eerst maar eens een uurtje te slapen. Met een knetterend geluid slaat de bliksem in, direct gevolgd door de donderklap.Ik ben niet bang voor de bliksem.

100_3761

Rianne, waar ik gisteren mee op fietste, was bij de dreiging van onweer al doodsbang. Ik heb net voor de bui nog even heerlijk in het zwembadje gezwommen. Na een uur ben ik wakker en begin in het voorste gedeelte van de tent te koken. Rond 21.30 uur maak ik een praatje met Rob en Trudie. Ze staan op het naturistengedeelte van de camping. We raken volop aan de praat en Trudie nodigt mij uit om hun kampeerauto te bekijken. Helaas wordt het al wel wat donker. Achter de schutting van het naturistengedeelte staat een camper, die direct mijn hart heeft gestolen.

De bijzondere camper van Rob

De bijzondere camper van Rob

Op de laadbak van een Dodge heeft Rob een soort huisje gebouwd Een huisje met een rieten puntdak. Om het huisje geheel in stijl te hebben zit achterop een vogelhuisje en Rob heeft er ook een vogeltje bij gedaan. Voor op het huisje, wat ca. 2,50 m boven de laadbak uit steekt zit een klomp. Ik vraag Rob waarom een houten huisje? “Ik kan goed met hout werken”, zegt hij.
De camper is een verschijning die direct een glimlach geeft.Rob maakt het niks uit. In het kampeerhuisje praten we nog verder en dan is het bedtijd! Naar ik van anderen hoorde, is het aan het Bodenmeer noodweer geweest. Morgen gaat het langs het Bodenmeer naar Oostenrijk. Het was een zware dag!
———————————————————————————–

9e Dag,
vrijdag 24 juli 2009
Obersiggingen – Bludens (Oostenrijk)
Dagafstand: 125 km,
Totaal gereden: 825 km

Naar Oostenrijk.
Ik verlaat de camping in Obersiggingen en de vriendelijke eigenaresse staat mij uit te zwaaien. Het gaat nu heuvel af naar het Bodenmeer. Het zijn vriendelijke kleine weggetjes. Er is veel fruitteelt, maar ook velden met hop. Ik heb mij voorgenomen om aan het Bodenmeer mijn ontbijt te maken. Tegen 10.00 uur kom ik in Langenargen en vind een prachtig bankje aan het water. Het is genieten met een ontbijt en een kopje koffie. Naast mijn bank is een groep schoolkinderen op een grasveld met verschillende spelen bezig. Ik bekijk het eens rustig. Ze moeten met luchtzakken en balken een vlot maken. De instructeur legt uit hoe ze het moet doen. Daarna gaan ze aan de slag. Het zijn allemaal kinderen van 13 tot 14 jaar. De overige spelen zijn er op gericht om samen een taak uit te voeren. Je ziet direct wie de leiding neemt en de taken verdeeld. Net grote mensen werk.

Ontbijt aan het Bodenmeer.


Ontbijt aan het Bodenmeer.

Een Zeppelin boven het Bodemmeer.

Een Zeppelin boven het Bodenmeer.

Na het ontbijt fiets ik langs het Bodenmeer naar het schiereiland Lindau. Het is heel toeristisch, maar je wilt het zien. Het is 12.00 uur en ik heb al weer 53 km gereden. Nu gaat het naar Oostenrijk. Bregenz is de eerste plaats. Bregenz is maar 10 km verder er staat tussen Lindau en Bregenz een dikke file. Het vakantie seizoen is aangebroken.Ik rij de file gewoon voorbij.

Opnamen.
Net voor de Oostenrijkse grens zijn er in de tuin van een prachtig landhuis tv opnamen met een blaaskapel. Er staan overal auto’s en vrachtwagens van de S.W.F. Ik fiets tussen de vrachtwagens door de tuin in. Ik groet een aantal mensen en zorg wel dat ik uit beeld blijf. De opnamen gaan door. De blaaskapel staat netjes opgesteld voor het landhuis. Overal staan lampen, terwijl de zon volop schijnt.

100_3797

Op enig moment komt er iemand uit een soort tent en roept: “Stop, stop.” De kapel houdt op met spelen. Cameramensen beginnen rond te lopen, de opnamen liggen stil. Ik blijf gewoon kijken. Dan komt er een man naar mij toe en zegt “Dit terrein is gehuurd voor tv opnamen.” Ik geef direct antwoord, door te zeggen: “Dat is fijn dan hoef ik geen huur meer te betalen. ” Hij legt uit dat het niet de bedoeling is dat er publiek bij is. Hij vraagt mij vriendelijke om het terrein te verlaten. Ik vraag hem of het snel of langzaam mag. Hij lacht, dus ik vertrek langzaam. Hij vraagt waar ik heen ga. Ik probeer het verhaal van gisteren. “Ik ga naar Rome en het is een verassing voor de Paus. Hij weet het nog niet.”Ook deze man kan er om lachen en ik vertrek heel langzaam. Hij geeft mij nog de beste wensen mee.

Na Bergenz kom ik bij Hard waar de Rijn in het Bodenmeer komt. De route is soms moeilijk te vinden. Bij Lustenau passeer ik een brug en als ik mensen vraag hoe ik in Lustenau kan komen, zeggen ze dat ik aan de verkeerde kant van de Rijn, in Zwitserland zit. Ik moet terug. Mijn doel is Bludenz in Oostenrijk. Dan zit ik aan het begin van het Klosterdal, wat de aanloop naar de Arlbergpas, op 1800 m hoogte, is. Kort voor Bludenz komt de regen met bakken uit de lucht. Als een verzopen kat kom ik op de camping. Er is een soort keuken waar ik de spullen kan drogen. Henk en Rinus uit Eindhoven waren al wat eerder binnen. Ook zij staan te wachten om in een droog moment de tent op te zetten. Het wordt niet droog en ik wil liggen en slapen. Dan maar nog nat. In de stromende regen zet ik de tent op. Daarna kruip ik diep in de slaapzak. Ik had van de regen natte voeten gekregen en in de slaapzak word ik weer warm. Een gigantische onweer breekt los.
Ik slaap lekker. Van eten koken komt niks. Ik heb nog een paar blikjes, dat is het avondmaal. Alles is klam en nat en als ik ’s morgens wakker word regent het nog. Wat moet ik doen? Blijven of toch aan de pas beginnen?
———————————————————————————–

10e Dag, zaterdag 25 juli 2009
Bludenz-Imst
Vertrektijd: 8.30 uur,aankomst 18.15 uur
Temperatuur Maximum: 34 graden, Wind: 3 Bft, Windrichting: Z.W.
Regen en bewolkt
Dagafstand: 90.5km, Tijd 6:58:17 uur, Gemiddelde: 12.9
Totaal gereden: 979 km

De eerste bergpas.
Als ik wil opstaan regent het nog steeds. Ik blijf nog een uur liggen. Dan bekijk ik de lucht, het is nog geheel donker. Om 8.00 uur klaart het wat op. Ik neem het besluit om vandaag de Arlbergpas te rijden. Rinus en Henk die uit Eindhoven komen en ook per fiets naar Rome gaan, hebben gisteren in Bludenz een kaartje voor de trein gekocht. Voor 11 euro gaan ze met de trein door de tunnel van de Arlberg. Ik moet aan de pelgrims van vroeger denken. Die konden ook de trein niet nemen.

Het tentje is klets nat en door het water wel een kilo zwaarder. Rond 8.15 uur sta ik klaar voor vertrek .Als ik omkijk zie ik een man in een rolstoel en een vrouw er bij. Ik spreek hem aan: “He Jan. Wat een tref dat ik je alsnog ontmoet.” Hij herkent mij direct. We hebben per mail contact gehad.

100_3804 Jan Mollen en Marja.

Jan Mollen gaat samen met zijn vriendin Marja naar Rome. Jan zit in een rolstoel en rijdt met een handbike. Mia gaat met het busje vooruit naar de camping. Soms rijdt Mia hem met de fiets tegemoet en rijden ze samen.” We krijgen zoveel positieve reacties”, zegt Jan. Ze hebben vandaag een rustdag, want Mia wordt 59 jaar. Jan zegt dat hij mij nog een mail heeft gestuurd. Helaas was ik gisteravond met andere dingen bezig en heb geen mail gelezen. Ik feliciteer Mia met haar verjaardag en we wisselen nog wat wetenswaardigheden uit. We nemen afscheid en spreken de wens uit elkaar onderweg nog eens te ontmoeten.

100_3816

Het Klosterdal

De aanloop door het Klosterdal is prachtig. De klim is 6 tot 7%, maar het is nog goed te doen. Ik kijk niet op mijn horloge of de kilometerteller.Ik geniet van de bergen en fiets gewoon. Naar de top van berg is nog 29 km.

Onweersbui.
Na Langen am Arlberg gaat het echt omhoog. Voor Langen is een hele lange tunnel.Voor fietsers loopt er een weggetje langs de berg. Dan komt er een onweersbui. Ik kan nergens schuilen. Ik trek de poncho aan en ga op mijn krukje zitten. Ik maak mij klein. Met dit weer kun je niet fietsen, en zo zit ik stil en verlaten langs een weggetjes waar bijna nooit iemand langs komt. Na een half uur klaart het op. Ik kan weer verder.

100_3819

Aan de voet van de Arlbergpas

100_3822

De eerste haarspeldbochten van de Arlbergpas zitten er op.

Vanaf Langen beginnen de haarspeldbochten. Het is nog 6 km met een klim van maximaal 10 %. Het is indrukwekkend mooi. Toch moet ik lopen. Ik heb gisteren het knipperlichtje achterop mijn helm gemaakt. Het werkt. Auto’s blijven achter mij of gaan ruim om mij heen. Waar het wat vlakker wordt kan ik soms even fietsen. Ik moet nog naar 1800 m hoogte. Het lijkt niet zo hoog, maar toch is het een grote lichamelijke inspanning. Het gaat goed. Ik stop regelmatig om wat te eten. Hoe hoger ik kom, hoe kouder het wordt. Het is 11 graden. Kort voor de top maak ik een stop. Tegen de rots hangt een bordje met een naam en opschrift:

100_3823

Een bermmonument met indringende tekst.
“Een hart staat stil, als God het wil.”

“Een hart staat stil, als God het wil.”
Een bermmonument met indringende tekst. Mijn hart klopt of dat het uit mijn lijf wil springen. Ik wandel naar de top. Een aantal wandelaars stellen vol belangstelling vragen. Ik trek eerst alle warme kleren die ik heb aan. Een van de wandelaars maakt wat foto’s en ik krijg een stempel in mijn pelgrimspas. Het is 14.30 uur. Ik heb bijna zes uur over de klim gedaan. “Luctor et Emergo.” Ik heb het gehaald.

100_3826

100_3828

Op de pas bij 1800 m

Bij de afdaling verrek ik van de kou. Ook begin ik te gapen. Tot Landeck gaat het heerlijk berg af. Tegen mijn principe loopt de snelheid soms op tot 50 km. Na Landeck fiets ik nog 20 km door naar Imst. We hebben daar een paar weken geleden met mijn zwager en schoonzus op een camping gestaan. De verrassing bij de beheerdersfamilie is groot. Op de fiets? Ja, op de fiets. Het was een inspannende dag. Morgen een rustdag!
———————————————————————————–

11e Dag, zondag 26 juli 2009
Vertrek: Imst (rustdag)
34 graden,warm droog weer
Totaal gereden: 979 km

Een rustdag vandaag!
Ik ben nu 11 dagen onder weg. De eerste Alpenpas heb ik bedwongen en het gaat goed.
Natuurlijk doet het elke dag wel ergens pijn of slaat de vermoeidheid toe, maar dat is snel
vergeten bij alle mooie dingen die je onderweg ziet of beleefd.
De tocht langs de Rijn was de eerste dagen heel bijzonder, maar dat wordt het na vier dagen Rijn wat minder. Voordeel is wel dat alle etappes vlak zijn, pas bij Karsruhe begint het te klimmen en wordt het landschap weer anders. Het Bodenmeer is een echte toeristentrekker. Veel campings, tot de nok toe vol. Een mierennest van toeristen die door de plaatsjes wandelen, kaarten of andere dingen kopen en op terrasjes zitten.
De hotels en pensions zijn niet te tellen dat blijft ook zo richting Oostenrijk.
De Arlbergpas naar 1800 m hoogte was heftig.
Ik had het naar boven steeds kouder, maar je haalt het en dan is de voldoening groot.
Het weer was de laatste week wisselvallig, maar nooit met een hele dag regen.
Soms dagen met maximaal 35 graden. Ik kan er goed tegen.

100_3831

Met een pilsje op de camping in Imst.

Nu dus een rustdag. Het is stralend weer en een goede gelegenheid om alles te wassen en weer eens te sorteren. Het scheelt heel veel tijd als je precies weet waar, wat in welke tas zit. Ik span een waslijn en begin met de was. Voor de middag heb ik alles droog.
Ik maak nog twee verslagen af en praat met verschillende mensen op de camping.
De familie Ligtenberg uit Enter in Overijssel neemt mijn eerste route boekje mee.
Ik heb het na bijna 1000 km uit. Scheelt al weer gewicht.

Naast mij staat Dorean Pavre uit Lusanne in Zwitserland. Hij spreekt Frans en Engels, dus het wordt Engels. Dorean is een heel schriel ventje op en grote BMW motor
en aan alle kanten zitten koffers waar hij alles in heeft, zelfs een laptop. Dorean
is naar de Noordkaap geweest en heeft al duizenden kilometers gereden.

100_3833

Dorean uit Zwitserland.

Hij kwam via Finland, Letland, Polen en Duitsland. Hij is een echte kilometer vreter.
Dorean werkt bij een firma die houten huizen bouwt. En zo is de één op de fiets en de ander op de motor. Dorean gaat met de middag weg. Hij wil nog naar Liechtenstein.
Ik geef hem de route over de Arlpas, want hij wil geen tol betalen.
’s Middags lig ik lekker lang te slapen, maar dat wreekt zich ’s nacht weer.
Ik lig een paar uur wakker. Het inpakken de volgende ochtend is zo gebeurd.
Precies om 07.05 uur sta ik bij de poort en de camping eigenaar neemt afscheid met,
Auf Wiedersehen. Ik weet niet of dat op de fiets zal zijn.
———————————————————————————-

12e Dag, maandag 27 juli 2009
Imst- Nauders
Vertrek: 07.05 uur- aankomst: 17.30 uur
Maximum: 34 graden, Wind: 3 Bft, Windrichting: z.
Weerbeeld: Droog en zonnig.
Tijd 6:47:51 uur, Gemiddelde: 11.6
Dagafstand: 79,4 km
Totaal gereden: 1059 km

De Reschenpas naar Italië
Het is 20 km naar Landeck. De route gaat over het fietspad langs de style=”color: Inn.
Ik doe kalm aan, de spieren moeten er weer aan wennen. Rond 8.30 uur ben ik in Landeck.
Het is maandagmorgen en ik moet wat eten halen. Ook weer niet te veel, want ik moet nog de Resapas omhoog naar 1450 m . In Landeck ontmoet ik een Belgische man en vrouw bij de winkel. Ze zijn in Remagen gestart en gaan ook naar Rome, ze overnachten in hotels.
Ik fiets nu door het Obereinntal, een smalle kloof. Het fietspad wordt ook veel door groepen bikers gebruikt. Het klimt geleidelijk. Na Pfunds maakt de route een kleine omweg door Zwitserland, omdat de Reschenpas te druk is voor fietsers.
Ik kan de weg hoog op de berg zien.

100_3842

Doorkijkje naar het dal van de Inn.

Weer een pas overwonnen.
Bij St.Valentijn begint het echt te klimmen, 11 haarspeld bochten naar 1454 m hoogte.
Verschillende keren word ik ingehaald. Soms gaat het 5% omhoog, maar ook 8 en 10% komen voor. De temperatuur zit weer boven de 32 graden.
Ik let niet op de tijd. Een aantal jongelui gaan met de kleinste versnelling naar boven. Mijn versnelling is bijna net zo klein, maar de ca. 20 kg bepakking doen hun tegenwerkende kracht en ik moet lopen. Steeds doe ik twee haarspeld bochten, rust weer uit en drink iets. Niet te veel, meer de mond spoelen, want die is door het hijgen kurkdroog. Uiteindelijk bereik ik de Norberts-Hohne.
In Nauder doe ik de inkopen voor vandaag. Nu nog naar de camping die 2 km richting Italiaanse grens ligt. De 2 km zijn slopend. Er giert een zeer harde wind door het dal. De tassen vangen zoveel wind dat ik in de kleinste versnelling nog moeilijk vooruit kom. (later blijkt het een Katabatische wind te zijn. Koude wind die van de berg af komt.)
Op de camping sta ik samen met Harry en Susanne Luxemburg uit Bleiswijk.
Ze zijn ook op weg naar Rome. Harry werkt in het onderwijs en Susanne werkt op een
laboratorium voor bloedonderzoek aan de Universiteit. Het is hun vakantie.

Ze slapen niet altijd in een tentje, soms nemen ze een kamer. Tegen 22:00 uur ga ik de tent in. Er is heel in de verte onweer. Later in de nacht barst het met veel geweld ook boven ons los. Ik blijf maar lekker in mijn tentje.
Dan ook een geraas en even later vallen er hagelstenen.

100_3848

Hagelstenen naast de tent.

Wat een geweld. De tent houdt zich goed. Weer een ervaring.
Het blijft tot 7:00 uur regenen. Naast mijn tentje ligt nog een hoopje
hagelstenen. Ik besluit maar kalm aan te doen. Het weer klaart op en het kan wel eens
een mooi dag worden. Vandaag naar Italië.
———————————————————————————–

13e Dag, dinsdag 28 juli 2009
Nauders-Naturs (Italië)
Vertrek: 09.30 uur,aankomst: 18.00 uur
35 graden, Wind: 3 Bft, Windrichting: w.
Droog en warm.
Dagafstand: 73 km, Tijd 4:35:00 uur, Gemiddelde: 16,2 km
Totaal : 1132 km

Ik vertrek om 9.30 uur van de camping net voor de Italiaanse grens.
Mijn buren Harry en Susanne zijn ook klaar voor vertrek.
Nog 200 m fietsen ben ik bij de grens. Daarna nog even klimmen en 2 km verder ben ik in Reschen of op zijn Italiaans Resia. Het is Zuid Tirol.
Het hoorde bij Oostenrijk, maar na de tweede wereldoorlog heeft men het bij Italië gevoegd. De bewoners spreken allemaal Duits. Men heeft nu een hoge mate van autonomie en men accepteert nu dat men een deel van Italië is.

100_3859

De verdronken kerk van Reschen.

Bij Reschen begint het stuwmeer de Reschensee. Toen de Reschensee als stuwmeer vol liep heeft men het plaatsje Reschen geheel verplaatst. Alleen de kerktoren staat nog in het water als herinnering aan het verdronken dorp. Na Reschen loopt er een fietspad tot aan Merana. Van 1420 m hoogte gaat het naar 350 m hoogte. Vandaag dus lekker berg af.
Bij de kerktoren in het water maak ik wat foto’s.
Het landschap is van dien aard dat je wel bezig kunt blijven met het maken van foto’s. Of je nu links of rechts kijkt het blijft een prachtig landschap. Hoog op de bergen ligt sneeuw.
Vermoedelijk is er vannacht wel wat bij gekomen. Alle dorpjes hebben nu twee namen.
Ik ga op zoek naar een postkantoor. Ik moet nu Italiaanse postzegels hebben om mijn
dagelijkse reisverslag naar huis te kunnen sturen.
In Prad vind ik een bank en een postkantoor. Ik haal postzegels en geld. Ik heb altijd 100 tot 200 euro bij mij, maar nu was het tot ca. 20 euro gekrompen.

Bij het dorpje Laas gaat een spoorbaantje tegen de berg omhoog. Onderaan staat een treintje. Ik sta bij de overweg en ca. 200 meter rechts ligt de marmerfabriek.
Bij Laas wordt op 1580 tot 2300 m marmer gewonnen. Het Laaser marmer wordt vooral voor beelden gebruikt omdat het marmer een gelijkmatige structuur heeft.
Het treintje komt met een paar grote blokken voorbij rijden. De machinist roept dat we het verkeer moeten tegen houden en dat doen we.
Niks spoorbomen, gewoon allemaal meewerken.

100_3866

De spoorlijn naar de marmergroeve.

Ik fiets op de Via Claudia Augusta, de Romeinse Keiserweg. Het fietspad is met Europeesgeld aangelegd en loopt door naar Bolsano. De route is goed aangegeven. Wel zijn er heel veel fietsers op weg. Later spreek ik een Duits gezin uit Una bij Dortmund. Ze zijn op vakantie in Zuid Triol. Men kan met de trein het dal omhoog, dan een fiets van de spoorwegen huren en tot elk gewenst station naar beneden fietsen. De kaart + fiets kost 11 euro per persoon.
Geen wonder dat ik de hele dag fietsen van het zelfde soort zie.
Hele families fietsen met een rugzak naar beneden. Af en toe zie ik huilende kinderen die het niet meer leuk vinden en willen stoppen. Ook slingerende kinderen zie ik veel. Na een aantal kilometers gaan ze spelletjes doen.

100_3875

Mijn mini standplaats.

In Naturns zijn twee camping’s. Ik besluit daar te overnachten.
De eigenaar zegt: “Wij zijn vol.” Dat kan niet en ik houd aan dat het maar een
klein tentje is. Ik merk dat hij het geen probleem vindt als ik bij
iemand ga staan. Ik rij de camping over. Waar plaats is vraag ik. Een jong stel
Dirk en Astrid heeft voor de camper 2 meter gras over. Ze hebben er geen probleem mee als ik de tent daarop zet. Zo’n kleine plek heb ik nog niet gehad. Ik vind het voldoende, ik kan slapen.
———————————————————————————–

14e Dag, woensdag 29 juli 200
Naterns-Ora of Auer
Vertrek: 8.30 uur- 14.00 uur
34 graden, Wind: 4 Bft, Windrichting: z.
Droog, zonnig en warm.
Dagafstand: 71,1 km, Tijd 4:26:06 uur, Gemiddelde: 16 km
Totaal gereden: 1204 km

Het probleem is: ik ga te snel. Ik ben de Alpen over en zit kort voor Trento.
Het is nog ca. 1000 km en ik heb nog 24 dagen. Mijn terugreis staat geboekt op 23 augustus. Met 8 rustdagen en 62 km per dag ben ik nog op tijd in Rome.
Er is dus nog genoeg tijd om wat te bekijken.
Hans en Martha Wieser belden dat ze aan het Gardameer in Arco zijn.
Nu ik voldoende tijd heb ga ik er langs. Gisteravond had ik op de camping veel bekijks. Ik stond met mijn tentje op een klein stukje gras voor een camper, net naast de open afwas plaats. De buren uit Duitsland waren direct nieuwsgierig.
Tegenover mij staat een jonge Italiaanse vrouw ca. 30 jaar en een man die ik in de 40 schat.
Je probeert je er een beeld van te maken. Zij was niet direct een schoonheid te noemen.
Blijkbaar was ze toch blij met een wat oudere man en hij met een jonge vrouw.
Dus beiden blij. Maar dat is mijn oordeel.
Zij vraagt in het Italiaans iets over het fietsen. Ik leg uit: Holland, Rome.
Ze knikt vol bewondering. Later komt ze met een hele zak met perziken brengen.
Haar vader heeft ze geplukt. Ik mag ze hebben. Uit het gebaar spreekt een goed mens.
Iemand die iets voor een ander over heeft. Hoe klein ook, het kan net dat gevoel geven.

Maar zo kom je het onderweg vaker tegen. Zo ook op de camping in Auer, op camping Markus-hof. Harry en Susanne zijn rond 14:00 uur op de camping. De camping zit weer tot de nok toe vol. De eigenaresse ligt te slapen dus wij wachten het maar rustig af. Het is 34 graden. Een man en een meisje zitten onder een tent te kaarten, waar wij ook een schaduwplekje opgezocht hebben. Als na enige tijd de kaarten door de wind van de tafel vliegen stoppen ze. Dan vraagt de man ineens of we met de fiets zijn en een plaatsje nodig
hebben. Hij heeft alleen nog een plaats in de zon. Wij zijn dolblij met een plaats.
De zon nemen we voor lief. Het blijkt een strook gras van 3 m breed langs een muur waar hij ook zijn groentetuin heeft.

100_3887

Tenten in de groentetuin.

We schrijven ons in en ik vraag een stempel in mijn pelgrimspas.
Als het tentje staat komt de eigenaar naar zijn tomaten kijken. Hij plukt er twee en geeft
er een aan mij. Het gebaar. De tomaat smaakt als Gods verboden vrucht, al hoewel ik niet
precies weet of dat de appel of een andere vrucht was.
Het gebaar om ons toch een plaatsje te geven. het gebaar van de tomaat. Het zijn de kleine dingen die je gaat waarderen.
Het is een kleine camping en het valt mij op dat er voor 90 % Nederlanders staan.
De eigenaar kan het ook niet verklaren. Het is altijd zo zegt hij.

De rit van vandaag ging tot Bolzano geheel over goed aangelegde en bewijzende fietspaden.Het dal van de Adige, de rivier waar het fietspad langs loopt is een groot fruitteeltgebied. Soms is het dal breed, maar voor Legonde is het dal smal en stort de rivier op korte afstand naar beneden. Van Morano tot Bolzano zijn nieuwe fietspaden aangelegd. Ik volg de fietspaden en ga in het centrum van Bolzano naar de Dom. Een prachtige Dom. Ik spreek een man aan waarvan ik denk dat hij bij de kerk hoort. Hij wijst op het embleem op zijn jas. Hij is van de Bundes Bahn of DB, Deutsche Bahn. Dan zie ik iemand die deuren op slot doet. Ik vraag hem en krijg een stempel en de complimenten. De stad uit gebruik ik de TomTom tot ik het fietspad naar Trento vind. Nu is het weer heerlijk fietsen.

Na het eten koken, ga ik tegen 20:00 uur mijn twee pannen, vork en lepel afwassen.
En dan zie ik er twee. Maar ik denk; ik ken er een. Het klopt en de avond wordt nog
gezellig en vol verrassingen. Morgen meer!!
———————————————————————————–
15e Dag, donderdag 30 juli 2009
Auer-Arco (Gardameer)
Vertrek: 07.30 uur aankomst: 16.00 uur
32 graden, Wind: 2 Bft, Windrichting: n
warm, zonnig.
Dagafstand: 100.8 km, Tijd 6:34:55 uur, Gemiddelde: 15,3
Totaal gereden: 1304 km

Nog even de verrassing van gisteravond. Ik zie twee vrouwen, duidelijk een tweeling.
Een daarvan ken ik, maar was ik die andere alleen tegen gekomen, dan had ik haar ook herkend. Ze herkend mij ook direct. “Nijland”, zegt ze, “Wat doe jij dan hier”.
Het is Thea de Kinkelder uit de Lombokstraat in Duiven.
Ik ken ze o.a. van de schutterij. Ik leg Thea uit hoe en wat.
De bewondering is groot. Ze vertelt dat ze haar tweeling zus in Groesbeek belde om te zeggen dat ze deze camping had besproken. Haar zus zei dat ze ook deze camping had besproken. Zou het komen omdat ze tweeling zijn? Thea is nog vol verbazing over onze ontmoeting en zegt “Je moet wel even mee naar onze caravan anders gelooft Laurens mij nooit als ik dit vertel”. Ik loop mee en Laurens krijgt grote ogen als hij ons ziet aan komen. Ik moet aan tafel plaats nemen. Krijg wat te drinken en voor ik het weet is het al weer
23:00 uur. Tijd om naar bed te gaan.

Morgen wil ik naar het Gardameer fietsen. Hans en Martha Wieser staan in Arco en ze
hebben mij uitgenodigd. Ik fiets vanuit Auer terug naar de rivier de Adige.
Ik vervolg het prachtig vrij liggend fietspad langs de rivier.

100_3890

Het fietspad werd na aanleg van een brug lager gelegd.

Het is genieten met hoog opgaande bergen aan beide kanten. Mijn gedachten dwalen af. Ik bedenk dat ik veel meer geniet van de landschappen als van de steden.
De steden zijn vaak druk. De lucht is er niet fris en je fiets ergens neer zetten is ook niet altijd leuk. In een klein plaatsje op ca. 1 km van de route ga ik eerst een brievenbus zoeken.
Ik moet mijn brief van gisteren nog afmaken.
Ik zit op een bankje en naast de bank is een houten deur met rouwadvertenties.
Er staan twee jonge mensen op. Heel veel mensen uit het dorp die er langs komen stoppen even om het te lezen. Je merkt verslagenheid.

Ik post de brief. Ik had uitgerekend dat het naar Arco ongeveer 75 km moest zijn.
Onderweg merk ik echter dat het meer is. Ik probeer Hans Wieser te bellen dat ik onderweg ben. Ik krijg de voice mail, daarom laat ik mijn telefoon aan staan.
Rustig fiets ik door. De temperatuur zit al weer boven de 34 graden. De telefoon gaat.Ik denk Hans belt terug.
“Met Gerda van de gemeente” of ik op korte termijn nog een huwelijk kan sluiten.
Gerda ik ben met de fiets op weg naar Rome en de eerste weken nog niet terug.
Dat heb je dan als overdag de telefoon aan staat.

Ik moet vandaag regelmatig stoppen. Steeds even in de schaduw, op een bankje slaap
ik even in. Dan ga ik weer verder. Ik hoor de cicaden in de bomen, we zijn in het zuiden. Langs het fietspad staan soms ook paaltjes met een kraan, waar mogelijk haal ik vers water en verwerk zeker 2 liter en eet 3 broodjes. Waar het blijft weet ik niet, je blijft eten en drinken. Dan belt Hans en zegt dat het pilsje koud staat. Niet dat ik harder ga fietsen.
Ik geef aan met 3 kwartier in Arco te zijn. Hans legt uit hoe ik moet rijden.
Als ik in Arco bij een brug kom zie ik Hans al staan. We eten eerst een lekker ijsje, daarna gaan we naar de camping. Het verhaal is zo rond dat ik op de fiets ben.
Ik word door Martha en Hans verwend. Ik hoef niks te doen en Hans maakt eten op de
schotelbraai. Dit is na 14 dagen zelf eten koken een luxe.

100_3897

Op bezoek bij vrienden.

Ik zet het tentje naast de caravan en slaap heerlijk.
Hans vertelt dat hij vannacht wegens de stormachtige wind de stoelen heeft ingeklapt.
Ik heb niks gemerkt. ’s Morgens krijg ik een heerlijk ontbijt met een eitje en broodjes. Daarna word ik door Martha en Hans uitgezwaaid.
Nu langs het Gardameer verder naar Rome.
———————————————————————————–

16e Dag, vrijdag 31 juli 2009
Arco-Brenzone (Gardameer) Vertrektijd: 09.30uur, aankomst: 14.00 uur
Maximum: 26 graden, Wind: 2 Bft, Windrichting: n
Weerbeeld: regen en bewolkt
Dagafstand: 37,7 km, Tijd 2:19:42 uur, Gemiddelde: 16,2 km
Totaal gereden: 1342 km

Het is vandaag bewolkt weer aan het Gardameer. Toch is de temperatuur 26 graden.
Best lekker even geen zon. Ik fiets door Riva, langs de haven en het strand. Ik fiets aan de oostkant van het meer, daar zijn minder tunnels.
Het knipperlichtje achter op de helm doet goede diensten. Het verkeer gaat ruim om mij heen. Toch moet je niet bang zijn, de tunnels zijn allemaal 100 tot 200 m lang. Soms zonder verlichting. Als er bochten in zitten moet je goed in de spiegel kijken. De auto’s zijn snel bij je, maar met achter knipperlicht op de fiets en op de helm ben ik goed zichtbaar. Het is heel bijzonder om langs het meer te fietsen. Het meer heeft door zijn lengte toch iets bijzonders. Aan beide zijden hoog op gaande bergen. De randen van het meer zijn aan een schakeling van hotels, pensions en campings. Ik besluit vandaag een korte rit te maken, dan kan ik morgen naar Verona. Ik moet de ritten nu zo indelen dat ik bij een camping kom.
Na Verona begint de Po-vlakte. Naar zeggen vergelijkbaar met het vlakke Nederland.
Onderweg zie ik wel wat leuke campings aan het meer, maar ik heb pas 30 km gereden.
Ik wil minstens 40 a 45 km rijden, dus zoek ik vlak bij Garda naar een camping.
Het nadeel van alle campings is dat ze dicht aan de straat liggen.
Als ze allemaal dat probleem hebben maakt het ook niks meer uit.
Waarop moet je dan beoordelen. Het is een gevoel wat je bij de ingang van de camping hebt.

100_3912

Badgasten aan het Gardameer.

Niet dat kolossale van de receptie bij de ingang. Het is waar het oog op valt.
Ja dat is het, een klein restaurant en een kleine camping in Brezone.
De deuren van het restaurant staan open. Een jonge dame achter de bar vraag ik in
het Engels om een plaats. Ze vraagt of ik met de fiets ben.
Ja ik kom uit Olanda. Ze roept naar achteren, een blonde vrouw van half vijftig spreekt mij in het Nederlands aan.
Dat heb ik weer. Fiets 1300 km en een Nederlands sprekende vrouw komt uit de keuken. Ze doet de schort af en trekt nog een ander truitje aan.
Voor mij hoeft dat niet want mijn verbazing is al groot. Ze heeft wel een plekje.
Ze vraagt waar ik in Nederland woon. In Duiven. Daar ging ik altijd boodschappen doen bij de Chineesgroothandel op de Nieuwgraaf.
Mijn verbazing wordt nog groter, 1300 km gereden en ze kennen Duiven.
Het wordt bijna angstig, nog even en ze kent mij. Ze heeft in Elten gewoond en woont nu 10 jaar met haar vriend aan het Gardameer.
Ze heeft 2 kinderen en haar moeder woont bij Antwerpen.
Haar moeder is 76 jaar, haar vader is begin juni op 79 jarige leeftijd overleden.
Ik zie dat ze het er moeilijk mee heeft. Ik condoleer haar. Een zoon woont in Zwitserland.
Hij heeft in Utrecht fysiotherapie gestudeerd. Ze zegt dat ze in de zomer wil werken, maar in de winter wil ze oma zijn van een kleinkind van 4 jaar en 4 maanden.

Het inschrijven van de camping kost meer tijd als gewoonlijk, we weten in korte tijd veel
van elkaar. De plaats voor de tent is weer minimaal en op een schuin stukje grond tussen 2 caravans in.
Ik ben er tevreden mee. Ik ga eens aan het Gardameer kijken. Het is een stukje grindstrand waar alle campinggasten aan het water liggen. Ik ga niet zwemmen, maar ga op het terras van het restaurant wat drinken. Daar tref ik 2 jonge mensen Berend en Mechel. Ze komen uit Oosterbeek. Berend heeft een eigen bedrijf in boombehandeling.
We praten over zijn werk en dan blijkt dat ik zijn vader Bart Boers die op de
Hoge Veluwe werkt ook ken. De wereld is vandaag weer klein.
———————————————————————————–
17e Dag, zaterdag 1 augustus 2009
Brezone (Gardameer)- Verona
Vertrek 07.30 uur, aankomst: 12.30 uur
Maximum: 30 graden, Wind: Weerbeeld: warm – zon.
Dagafstand: 56,2 km, Tijd 4:04:36 uur, Gemiddelde: 13,7

Het is nog donker als ik om 6.00 uur wakker word. Je merkt dat je meer naar het zuiden komt.
Het is sneller donker en ’s morgens blijft het langer donker.
Ik blijf nog een half uur liggen, dan is het licht genoeg om in te pakken.
Om 7.30 uur zit op de fiets richting Verona. Het fietsen langs het meer is weer een
verademing. De temperatuur is nog lekker koel, dat wil zeggen 20 graden.
Grada is de eerste plaats. Bij Bardolino moet ik weer op de route van het boekje van Hans Reitsma. De TomTom helpt mij om de juiste weg te vinden. Het lezen van de route gaat goed. Maar dan bij een kruising ga ik toch verkeerd. Ik ben al een flinke heuvel op gereden en heb geen zin om terug te gaan. Op de verkeersborden wordt Verona aan gegeven. Dus ik kom er wel met behulp van de TomTom. En zo gebeurd het ook, ik volg de route aanwijzingen en zie de oude stadspoorten van Verona.
Via brede straten kom ik in het centrum. Wat een ultiem gevoel om zo door de grote stad te rijden. Ik wijs naar voren, ik wijs op zij, als ik daar heen wil.
Ik blijf attent dat de automobilisten weten waar ik heen wil.

100_3915

Bij de arena.

En zo kom ik in het centrum bij de Arena. In het zomerseizoen zijn er in de Arena opera uitvoeringen. De decorstukken staan naast de Arena. Vanavond wordt de Barbier van Sevilla opgevoerd. Ook de decorstukken van Aida staan klaar.
Rond de arena zijn is volop activiteit met toeristen. Zoals gebruikelijk staan er de levende standbeelden, die tegen een kleine bijdrage met de toeristen op de foto gaan. Twee mannen in Romeinse kleding met plastic zwaarden werken samen.
Ze lokken de toeristen en trekken gekke bekken. Ik bekijk het eens een poosje.
Het levert flink geld op. Misschien ga ik er ook wel staan dan kunnen ze mijn fiets
vasthouden en net doen of ze uit Nederland komen.

Per fiets cross ik door allerhande straatjes en over prachtige pleinen.
Ik weet niet of je er mag fietsen. Ze zeggen het maar als het niet mag.
Henkie in Verona weet nergens van. Na de rondrit door de stad wordt het tijd om de
camping te zoeken. Het boekje geeft een globale beschrijving.

Bij de rivier, de Adige waar ik dagen langs heb gefietst, over de brug en dan vier bochten
naar boven. Ik tel en zie een kasteelachtige versterking.
In de vierde bocht kom ik door een poort. Nog niks te zien. Een bordje geeft aan receptie.
In het boekje wordt de camping omschreven als het paradijs.
De receptie is van 12:00 tot 14:00 uur gesloten. Een jongeman met krullen vertelt dat ik
een plaats krijg maar voor de inschrijving moet wachten.
Nou, ik ben in het paradijs, waarom zal ik haast maken.
Ik kijk rond en zie Eva, maar ze komt niet overeen met mijn beeld.
Het is een Amerikaanse die nadrukkelijk aanwezig is. Om 13.50 uur kijkt de jongeman mij
vriendelijk aan en verzorgt de inschrijving. Ik krijg B11.
Hij vraagt of ik een grote of kleine tent heb. Ik ga mijn plaats op zoeken.
Het is in een zijversterking van het kasteel uit 1500.
De zijversterking is circa 20 m lang en 10 m breed.
In de 2 m opgaande muren zitten 6 geschut gaten. Ik sta bij zo’n gat, dus heb een
venster naar de stad. De gehele versterking is overdekt met wijnranken en zo’n
20 kleine tentjes staan er. Een soort legbatterij voor kampeerders.

100_3925

De tentjes naast elkaar.

Naast de tentjes is een terras met schaduw en picknicktafels. Hier treffen
alle nationaliteiten elkaar. Mijn buren hebben kaartjes voor de opera.
Ik blijf in het paradijs. De avond daalt voor de stad. Vanaf het terras met de picknicktafels kijk ik op de rivier de Adigo, de Arena en de Dom. Deze camping is werkelijk het paradijs. Ik besluit nog een
dag langer te blijven. Ga niet weg waar je het goed hebt!!

———————————————————————————–
18e Dag, zondag 2 augustus 2009
Rustdag in Verona
Maximum: 22 graden, Wind: 4 Bft, Windrichting: Z.W.
Weerbeeld: warm-zonnig.
Totaal gereden: 1398 km

Het blijft vannacht erg warm. Gelukkig sta ik bij een geschutspoort waar nog wat wind
door komt. De slaapzak blijft ingepakt. Je moet aan de warmte wennen.
Daarom ook wel goed dat ik morgen een rustdag heb.
Deze nacht is het ondanks de vele tentjes bij elkaar toch heel rustig.
De camping is alleen geschikt voor tenten. Op alle niveaus van het kasteel zijn kleine plaatsen voor de tenten met leuke overkapte zitjes. We zitten aan de buitenkant dicht bij het terras. Er zijn allemaal kleine paadjes en poortjes die over de camping binnen de kasteel muren lopen. Via trappen kun je naar de stad. Ik doe rustig aan.
Het is een rustdag. Om 11:00 uur maak ik de afdaling naar de stad.
De temperatuur is al weer hoog. Toch is het in de stad best aangenaam.
De smalle straten met 5 verdiepingen woningen geven voldoende schaduw. Ondanks dat het zondag is zijn de meeste winkels open. Ik wandel door verschillende straten die ik gisteren op de fiets ook heb gedaan. Blijkbaar kun je op de fiets heel snel een indruk van de stad op doen. Echte paleizen bezoeken doe ik niet.
Ik wil meer het gevoel van zo’n stad op doen. Ik bezoek een kerk.
Volgens mijn boekje moet toegangsgeld betalen voor de voornaamste kerken van Verona.
Deze kerk kan ik gewoon in. Mogelijk omdat het zondag is. Ik ga ook nog op zoek naar de Dom.
Als ik eindelijk de ingang van de Dom heb gevonden, blijkt de kerk van 12:00 tot 14:00 uur gesloten.
Dus geen kerk bezoek.

Ik besluit net als de Italianen een restaurant te bezoeken en een pasta te eten.
Nu eet ik wel elke dag pasta, maar als je dat lekker vindt is dat geen probleem.
De pasta smaakt heerlijk, al hoewel ik niets aan mijn eigen kookkunst wil af doen.
Tegen 14:00 uur ben ik terug op de camping. Even siësta houden en een uurtje slapen.
Ook heb ik bij de receptie internet kunnen gebruiken. Het is een genoegen te lezen
hoeveel mensen met je mee leven. Van mijn vrouw en kinderen weet ik dat, maar dat anderen elke keer de verslagen lezen en de reis volgen is een verrassing.
———————————————————————————–

19e Dag, maandag 3 augustus 2009
Vertrek: Verona-Ferrara
Vertrektijd: 07.00 uur:aankomst 18.00 uur
Temperatuur Maximum: graden, Wind: 2 Bft, Windrichting: Z.W.
Weerbeeld: warm, zonnig.
Dagafstand: 136,7 km, Tijd 9:14:51 uur, Gemiddelde: 14.7
Totaal gereden: 1535 km

100_3951

De tent is iets te klein. Let op de twee voeten tegen het tentzeil.

Het is 07:00 uur als ik de poort van het “Paradijs” open doe. De camping op
loopafstand van het centrum van Verona heet “Castel San Pietro. “
Gisteren sprak ik met Julio, een van de eigenaren/huurders van de camping. De camping is eigenlijk niet goed te beschrijven. Het doet mij denken aan de zestiger jaren,
de “power flower” tijd. Julio en zijn broer en nog vijf anderen huren de camping.
De camping is een kasteel met versterkingen die op Verona kijken. De mannen, Julio en zijn broer, ik weet zijn naam niet meer, maar laten we hem maar Romeo noemen, zijn het voorbeeld van de flower power tijd. In de receptie hangt een vlag met de tekst “Pace”(vrede). Dat stralen de mannen ook uit. Julio met zijn rastalokken. En Romeo die Frans, Duits, Italiaans en Engels spreekt, o ja, ook nog wat Nederlands.
“Twee personen en een kleine tent”. Hij heeft het zo vaak gehoord dat hij het nu
feilloos kan zeggen. Als ik meer in het Nederlands tegen hem praat begrijp ik wel dat zijn kennis beperkt is. Toch stralen beiden rust uit. Alternatief, nee!
We krijgen deze wereld even “te leen”, luxe en rijkdom zijn net zo vergankelijk
als het leven. Deze mannen doen zich niet anders voor als ze zijn.
De tijd heeft niet stil gestaan, maar zoals een professor in Bonn eens tegen mij zei: “Alles herhaalt zich, alleen de tijd is anders.”
Hij heeft gelijk, alhoewel het bijna 40 jaar geleden is dat hij dat tegen mij zei.

100_3953

De camping in het fort.

Ik open de poort van het paradijs. Je zou er altijd willen blijven maar de drang naar het ontdekken van andere plaatsen is sterker.
Ik fiets Verona uit. Het is om 07:00 uur nog stil in de stad. Nu kom ik op de Po-vlakte. Velen beschrijven dat als een stukje Italië wat veel op Nederland lijkt.
Dat beeld krijg ik ook. Slinger weggetjes, fruitteelt, landbouw en knotwilgen.
Je zou denken door de Betuwe kunnen te fietsen. Alleen de huizen en de boerderijen zijn anders!

100_3956


De Povlakte.

Probeerde men vroeger rijkdom te laten zien door kastelen in de steden te bouwen.
Nu bouwt men op het platteland grote huizen. De nieuwe rijken.
Hans Reitsma, de schrijver van mijn routeboekjes heeft een route die als een
“serpentine” door het landschap loopt.
Wat mij opvalt; alles wat eigendom is, is met een hek en slot afgesloten.
Meestal met een bord artikel x-y verboden. Bij de meeste huizen staat een plastic opblaas zwembad en een of meerdere auto’s. De eerste grote plaats die ik rond 12:00 uur aan doe is Montagnane. De stad is omsloten door stadsmuren ligt ongeveer 60 km van Verona. Eigenlijk zou ik hier moeten stoppen. Ik heb 56 km gereden. Er zijn echter geen campings. Dan moet je een beslissing nemen. Ik besluit door te rijden naar Ferrara.
Het wordt dan wel een lange etappe, maar dan neem ik morgen een rustdag om Ferrara goed te bekijken. Het moet een mooie stad zijn. Ik drink vandaag zeker 4 liter water.
Waar het blijft weet ik niet. Je moet regelmatig eten en drinken.
Ondanks dat wordt de lange rit beloond met een mooie, schaduwrijke camping aan de rand van de stad. Nadat ik mijn tent heb opgezet en gegeten, vraagt de overbuurvrouw mij op de koffie. Zij en haar man kunnen voor het eerst sinds twee jaar op vakantie.
Zij zegt zonder omweg: “Ik heb kanker. Misschien heb ik nog een paar jaar.”
Ze heeft botkanker en haar botten worden poreus.
We praten verder niet meer over de ziekte.
———————————————————————————-


20e Dag, dinsdag 4 augustus 2009
Ferrara (rustdag)
Temperatuur Maximum: 35 graden, Wind: 2 Bft, Windrichting: Z.W.
Weerbeeld: zonnig
Totaal gereden: 1554 km

De stad in
Ik heb een rustdag. Meestal wil dat zeggen dat je weer vroeg wakker bent en er toch maar uit gaat. Nu lukt het echter om tot 8:00 uur te blijven liggen.
Dan is het tijd om te wassen, niet alleen mij zelf, maar ook alles wat ik bij mij heb wil ik eens opfrissen. Het weer is prima en met de zon erop is het zo droog.
Om 9:00 uur heb ik de was buiten hangen, bestaande uit; handdoek, onderbroek, fietsbroek, hemd, sokken en mijn gewone broek. Ik ben trots op de was. Om 11:00 uur wordt het tijd om de stad te verkennen. Ik besluit om op de fiets te gaan. Vanaf de camping is het 3 km naar het centrum en er loopt een fietspad. Ook in de stad kom ik overal fietsers tegen. Ik kijk hoe en waar ze fietsen. Ze hebben allemaal een leuk, loom tempo. Zelf in de winkelstraten en op de pleinen bij de paleizen, kan en mag men fietsen. Het is wel vreemd, maar ik doe gewoon mee. Zelf over de binnenplaats van Castelo Estense mag je fietsen. Bij het VVV haal ik een stempel in de pelgrimspas. Dat zou eigenlijk bij de Dom moeten, maar die heb ik nog niet gevonden.
Ik heb nu door hoe het werkt. Heel rustig fietsen en de voetgangers voorrang geven.
Ik heb de Dom gevonden. Ik kom via een zijdeur binnen. De fiets gaat op slot en moet even buiten blijven.
Bijna direct zie ik een vrouw die bij de kerk hoort. Ik laat haar de pelgrimspaspoort zien.
O ja, ze weet het direct, ik moet mee door de kerk, via een hekje over het hoofd altaar en door een aantal deuren naar een ruimte aan de andere kant van de kerk. Ze kijkt vol bewondering naar alle stempels die al in de pelgrimspas staan. Dan krijg ik in rood de stempel van de Dom in Ferrara. Ik bedank haar, maar ze moet mij wel terug brengen, want ik weet de route niet meer precies. Dan heb ik nog circa 5 minuten. De vrouw roept wat om.
Ik begrijp dat de kerk van 12:00 tot 14:00 uur dicht gaat. Jezus en God hebben blijkbaar ook middagpauze bij het Mariabeeld offer ik nog snel een paar munten en steek uit dankbaarheid voor allen een kaarsje aan. De stad neemt ook middagpauze.

Ik fiets terug, maar vanavond wil ik nog een keer naar deze bijzondere stad.
Op de camping vouw ik de was op en pak de tassen weer een ordelijk in.
Tegenover mij is een Duitser komen staan. Hij koopt kunst en heeft al verschillende
schilderijen gekocht. Wat een vreemde mensen kom je toch tegen.

Ferrara ligt volledig binnen de nog intacte stadsmuren. ’s Avonds fiets ik langs de
stadsmuur. Ik ken de weg al een beetje.
Het is 19:00 uur. De stad is vol fietsers. Op de pleinen komen mannen op de fiets samen en staan te discuteren. Dat alles met veel handgebaren.
Er staan geen vrouwen bij de mannen. Vrouwen staan in kleine groepjes te praten.

100_3996

100_4003

Pratende vrouwen.

Het hele beeld geeft rust. De temperatuur is nog rond de 23 graden. Ik maak mijn
verkenning per fiets door de stad af. Het bevalt mij prima.
Je kunt in een korte tijd heel veel van een stad zien. Als ik tegen 21:00 uur op de camping terug kom vraagt de buurman ‘kunsthandelaar’ of ik wat kom drinken.
Het is een wat vreemde man en het juiste weet ik niet te achterhalen.
Om 23:00 uur bedank ik hem, want morgen om 8:00 uur zit op de fiets naar Bologna.
Nog 75 km Povlakte dan komen de bergen van Apennijnen.

———————————————————————————–
21e Dag, woensdag 5 augustus 2009
Ferrara-Bologna
Vertrektijd: 8.10 uur Aankomst: 15.30 uur
Temperatuur Maximum: 32 graden, Wind: 2 Bft, Windrichting: w.
Weerbeeld: regen en bewolkt
Dagafstand: 76,9 km, Tijd 5:16:10 uur, Gemiddelde: 14.5
Totaal gereden: 1631 km

Vanmorgen bij het vertrek van de camping in Ferrara, trof ik Rob en Marianne uit Amsterdam. Ze stonden wat meer naar achteren en wij hebben elkaar gesproken. Ze vertellen dat ze ook naar Bologna fietsen. Mogelijk zien we elkaar daar op de camping terug. De tocht gaat eerst dwars door de stad. Ik herken nog plaatsen waar ik gisteren langs ben gekomen. Zonder problemen volg ik de route. Ik fiets nog steeds in de Povlakte, in totaal zo een 200 km breed. Het is vlak. Het weer doet aan Nederland denken, met uitzondering van de temperatuur, die al weer snel boven de 25 graden is. De dorpjes zijn stil. Indien niet nodig komt men overdag niet naar buiten. ’s Middags of ’s avonds gaat men buiten zitten. Wie het idee van de plastic zwembaden heeft bedacht, heeft goed geld gemaakt.
Overal ziet men deze zwembaden. De tuinen zijn ook groot genoeg.
De mannen werken op het land of in de boomgaarden. Men is peren aan het plukken.
Verder naar Bologna zijn minder boomgaarden. De akkers worden groter. Er staan veel verlaten boerderijen die vervallen zijn.
In de loop van de middag kan ik de bergen van de Apennijnen zien.
Daar ligt mijn volgende etappe.

De camping vinden geeft weer een probleem. In het boekje staat bij een verkeerslicht rechtdoor. Ook hier hebben ze de verkeerslichten door een rotonde vervangen.
Ik vraag twee keer. Ik versta er weinig van. Ik kijk altijd in welke
richting ze wijzen. De tweede man die ik vraag zegt Esso. Blijkbaar bij de benzinepomp. Het klopt. De ingang is bijna onzichtbaar naast een restaurant.
De camping ziet er wat vervallen uit. De dame bij de receptie, die een kaartspel op de computer heeft aanstaan, spreekt goed Engels.
Het kaartspel moet er af want ik word ingeschreven. Ze zegt dat ze mij al verwachtte. Vreemd, ik heb niks aangekondigd. Dan vertelt ze dat voor mij twee fietsers zijn aangekomen. Nu snap ik het Rob en Marianne hebben gezegd dat ik onderweg was. Het verdere beeld van de camping wordt niet beter. Na de ingang staat er een ca. 75 m lange overdekte veranda met daar achter een huisje. Ze lijken mij maar een kamer groot. Voor elke huisje staan twee plastic stoelen en een tafel.

Er staan vaak schoenen bij de deur, dus zijn ze blijkbaar wel bewoond.
Achterop de camping is het kampeergedeelte onder de bomen.
Rob en Marianne hebben de tent al staan en zijn tevens de gelukkige eigenaar van een plastictafel en twee stoelen. Aan het begin van de avond gaan ze naar de stad.
Ik ga in de plaats vlakbij op zoek naar een supermarkt voor de dagelijkse boodschappen.
Als Rob en Marianne terug komen praten we nog wat.

Inmiddels zijn de muggen en kneutjes (kleine bijtende of stekende muggen) ook actief. We moeten ondanks de nog prima temperatuur meer kleren aan. Marianne heeft smeerseltjes tegen muggen, maar het effect is beperkt. Marianne en Rob fietsen nog naar de kust. Dan is hun vakantie voorbij. Ze moeten weer werken.
Rob als artdirector bij het financieel dagblad en Marianne werkt in het MBO onderwijs. Ze maken elk jaar wel een bepaalde fietstocht.
Het wordt snel donker. Tegen 22.00 uur gaan we de tent in, maar eerst nog op muggen jacht in de tent. ’s Morgens blijkt dat er toch nog een paar illegaal in mijn tent gebleven zijn, met als dank een paar jeukende bulten op mijn benen.
———————————————————————————–
22e Dag, donderdag 6 augustus 2009
Bologna (rustdag)
Dagafstand: 35,1 km, Tijd 3:07:04 uur, Gemiddelde: 11.2
Totaal gereden: 1666 km

Vandaag weer een rustdag.
Van de camping in Bologna heb gisteren al een
beschrijving proberen te geven. Onder de veranda zijn ca. 10 huisjes.
Ze zijn 8 x 9 m. blijkbaar een kamer, keuken en twee slaapkamers.
In grootte een sociale woningbouw woning uit de zestiger jaren, 62 m2 groot.
Mijn ouders hadden ook zo’n flat in Arnhem-zuid. Je wist niet beter, want niemand,
behalve de zeer rijken, hadden meer. Bij nadere beschouwing wordt dit adres ook als
jeugdherberg omschreven. Blijkbaar worden de huisjes zodanig verhuurd.
Mijn buren op de camping zijn een man en vrouw van ca. 45 jaar.
Ze hebben een jongetje van ongeveer 4 jaar en een dochter van ca. 16 jaar.
Hun onderkomen is een tent en nog twee kleine tentjes. Alles wijst op permanente bewoning.
’s Middags gaat de dochter zich omkleden en gaat weg.
De ouders en het kind blijven bij de tent. De man is ook de hele dag aanwezig.
Gisteren toen ik aankwam was de man niet aanwezig. Rond 17:00 uur kwam hij bij de tent. Hij gooit de sleutels van de auto op tafel, zegt wat op zwaarmoedige toon en gaat uitgeblust in een stoel zitten. Ik krijg het idee dat hij naar werk op zoek is geweest, maar dat het weer niet is gelukt. Moedeloos zit hij in de stoel. Zij gaat bij hem op schoot zitten, aait hem als een troostend gebaar over de haren. Hier spreekt veel uit. Vandaag is hij niet meer weg geweest.
In een tent op de camping is niet voor iedereen vakantie, maar soms een tragedie in notendop.

100_4012

De scheve torens van Bologna.

Net als in Ferrara ben ik ook vandaag op de fiets naar de stad geweest.
Bologna ligt 8,5 km van de camping. Er loopt een hele drukke weg naar het centrum.
Ik prijs mij gelukkig met het spiegeltje op de fiets. Ik zie de auto’s en bussen aankomen en kan daar op reageren. De wegen zijn niet zo breed en de scooters rijden links en rechts langs de auto’s. Indien nodig rijd ik ook midden op de weg.
Duidelijk zijn naar de automobilisten. In het centrum fiets ik een heel rustig tempo.
Ik let niet op eenrichtingswegen en ondanks dat ze er zijn en ik politie tegen
kom, zeggen die ook niks. In een folder had ik de grootste bezienswaardigheden
al gezien. In een rustig tempo op de fiets zie ik ze van dichtbij.
Op het plein voor de basiliek wordt ik in het Nederlands aangesproken.
Een Gazelle zegt de man, dat moet een Nederlander zijn.
Het klopt, Henk is nog op weg naar Rome!!
Naast hem zit een Nederlandse fietser op weg naar Rome.
’s Middags rust ik uit en ’s avonds fiets ik nog een keer naar Bologna.
Je raakt aan het verkeer gewend. Ik bekijk de twee scheve torens nog eens goed.
Een van de twee torens hangt 2.5 m uit het lood. Van die toren hebben ze ook een stuk afgebroken.

Terug op de camping ga ik om 21:30 uur naar bed. Morgen wordt een zware tocht,
de Apennijnen in. Het wordt weer klimmen, maar nu met hoge temperaturen.
Ik zie wel of het lukt.
———————————————————————————–

23e Dag, vrijdag 7 augustus 2009
Bologna-Monto di Fo
Vertrektijd: 07.00 uur Aankomst: 16.00 uur
Temperatuur Maximum: 30 graden, Wind: Bft, Windrichting:
Weerbeeld: warm, zonnig.
Dagafstand: 72 km
Totaal gereden: 1738 km

In Pulce geeft mijn boekje aan dat ik rechts af moet. Ik ben pas 2 km onderweg.
De TomTom geeft de juiste naam van de weg, maar toch, ik vertrouw het niet. Ik kom in een plaats die niet in mijn boekje staat en de richting aanwijzers geven Bologna aan. Ik keer om. Ik moet bijna 3 km terug fietsen. Het boekje gaf het gewoon verkeerd aan.
Ik moest linksaf. Daarna volgen 18 km door een schaduwrijk dal, ik hoef nog niet te klimmen.
Maar eens zal ik toch omhoog moeten. Het komt genadeloos, 5 km klimmen van 7 tot 10% naar Barborolo. Soms kan ik even fietsen, het meeste moet ik lopen.
In de weg zitten soms lengtescheuren van 3 cm breed en zeker 10 cm diep.

100_4032

Schuren in de weg

100_4034

Weer berg op in de Appenijnen

Daar kun je de fiets in stallen. Er zijn geen bomen. De zon brand genadeloos.
Het uitzicht is prachtig. Ik drink bijna beide veldflessen leeg.
In Barborola staat een kerk. Daar kan ik de flessen bij een kraan vullen.
Dat was de eerste klim. Ik moet nog maar 25 km omhoog naar Passo Della Raticosa op 968 m.

In Montalbano doe ik inkopen. Melk, ananasdrank en bananen. De weg naar boven heeft
vele bochten en is een geliefde weg voor motorrijders. Het lijkt wel of ze op het
circuit zitten. Ze scheuren door de bochten. Soms zie ik een kruisje met bloemen,
of alleen maar bloemen met een foto. Een verongelukt motorrijder.
De politie controleert wel op snelheid. Er staan camera’s.
Ik zie een motorrijder bij een camera zo hard remmen dat hij bijna onderuit gaat.
Als ik de camera goed bekijk, is hij net nieuw en nog niet in gebruik.

100_4042

Weer een pas.

Dan zie ik weer een bron. Het water komt met een dikke straal uit de muur.
Links is een bak met geelachtig water. Het blijkt de wasbak te zijn, waar blijkbaar ook nu nog wordt er in gewassen. Het water is perfect.
Op de pas maak ik wat foto’s.

100_4047

De vermoeide kop na een dag fietsen.

Bij een restaurant op de pas maken de motorrijders pauze.
Ik ga verder er komt nog een pas. Het is de Passo Della Futa op 902 m.
Daarna moet ik nog 3 km naar de camping. Het is een echte Italiaanse camping.
Tot de nok toe vol. Ze hebben nog een plek voor een klein tentje.

Het is een hele kleine plaats op een terras. Er ligt een nog gave gele pruim, daar begin ik mee. Het tentje past net op de plaats. Dankbaar spoel ik het zweet van deze dag onder de douche weg. Het was heftig naar de hoogste top. De Apennijnen heb ik ook weer achter
mij. ’s Nachts schrik ik wakker van een bons. Er valt een pruim op mijn tentje.
Het ontbijt voor morgenvroeg wordt geleverd.

———————————————————————————–

24e Dag, zaterdag 8 augustus 2009
Monto di Fo-Florance
Vertrektijd: 07.00 uur Aankomst: 13.45 uur
Temperatuur Maximum: 35 graden, Wind: 2 Bft, Windrichting: Z.O.
Weerbeeld: droog, zonnig, warm.
Dagafstand: 54,7 km, Tijd 3:47:02 uur, Gemiddelde: 14.4
Totaal gereden: 1793 km

Vanaf de camping maak ik een afdaling naar het dal van de Sieve Het is zo rustig dat ik al om 8.30 uur besluit mijn ontbijt te nemen. Ik had vanmorgen wel de pruim gegeten die vannacht op de tent was gevallen, maar daar kun je niet al te ver op fietsen.
Ik kijk in het dal. Zaterdagmorgen is het nog heerlijk rustig.
Een oud vrouwtje met schort loopt op de weg. De Italiaanse vrouwen dragen bijna altijd jurken.
Tijdens het werk hebben ze een schort voor. Een oudere jogger loopt de berg op
en strekt armen en benen.
Ik geniet van het uitzicht en de stilte, eet mijn broodje en drink de laatste melk.
Ook maak ik koffie. Ontbijt in de natuur. Wat is er mooier.
Je kunt van alles bedenken, maar ik houd er van; de stilte en de rust.

100_4052

Toscane

Als ik naar het dal fiets hoor ik uit de bergen het janken van de motoren.
Het is zeker 10 tot 15 km verder. Toch zijn de hoge tonen van de motoren goed te horen.
De wedstrijd berg op is weer gaande, tot er weer een kruisje bij staat!
Na een tussen klim kom ik in Bosco ai Fati bij de kerk van het klooster Bonaventura.
Dit is het klooster van de broeders Franciscanen.
De kerk wordt als bijzonder omschreven. Helaas de broeders hebben de kerk nog op slot. Ik kijk nog wat rond, niemand te zien. Dan maar een paar foto’s.
Ik heb het verhaal van gisteren nog niet klaar, dus besluit ik in Friesale het verslag af te maken. Op het plein met het zicht op de Dom vind ik een schaduw plekje. De zon brand weer genadeloos. Ik zit bijna drie kwartier te schrijven.
De brieven gaan direct in de brievenbus aan de andere kant van het plein.

In de basiliek (Dom) beginnen om 12:00 uur alle klokken de luiden. Ik besluit er toch even
een bezoek te brengen. Het is vijf over twaalf. De bedelaar bij de deur lacht mij
vriendelijk toe. Zijn blik zegt dat hij wel op de fiets past. Net als ik de Dom in
wil zegt een man dat ze sluiten. O ja, vanaf 12:00 uur even geen kerk. Dan zie ik een detail. De bedelaar pakt zijn karton waar hij op zat en legt dat onder de mat van het portaal.
De deur gaat dicht. Straks als de kerk weer open gaat pakt hij het karton weer en gaat door met zijn werk, bedelen!
Hij loopt naar de overkant van het plein en gaat op een terras zitten.
Ook de bedelaar heeft pauze en zijn werktijden.

100_4062

Het eerste zicht op Florance

In Florance ga ik bij een supermarkt de inkopen voor het weekeinde doen.
Ik moet zowel voor vandaag als voor zondag wat in de tent hebben. Bij de ingang staan pikzwarte negers. In de hand hebben ze van alles, van sokken tot aanstekers en kralen. Moet ik daar mijn fiets met al mijn spullen stallen?
Het moet! Als ik uit de winkel kom staan de fiets en de mannen er nog.
Dan word ik van dichtbij onder vuur genomen. Een van de twee prijst zijn kralen aan. Nee maak ik duidelijk. Smoke? Nee ook geen aansteker. Socks, nee ik heb genoeg sokken. Onderhand let ik goed op en pak mijn gekochte spullen in de tas.
Als ze merken dat het niks oplevert druipen ze af. Ik maak een bocht wat verder om ze heen. Ik ben alleen en je weet maar nooit.

De route door de stad naar de camping is goed te vinden.
Florance ligt in het dal van de Arno. De camping ligt ca. 3 km zuid van de stad
zo een 300 m hoger. Het is dus een camping tegen een heuvel.

100_4087

De Dom in Florance.

Gelukkig ben ik vroeg en kan nog een plaatsje kiezen. Er zijn maar weinig rechte plaatsen. Het is een olijvenboomgaard. Ik vind een redelijk plekje.
In de loop van de middag komen veel jongeren met een tentje. Opa staat weer eens tussen het jonge spul. Ik verbaas mij over de jongeren met een tatoeages.
Mijn buren, twee Duitsers hebben zowel armen als rug vol figuren. Zij heeft vlinders en lieveheersbeestjes. Hij heeft een hond met een doodskop en een grote bek. Verder zijn ze heel aardig. In de loop van de middag staan alle plaatsen vol.
Begin van de avond barst een onweer los. De jongeren feesten in de kantine.
Opa gaat naar bed. Ik moet morgen uitgerust aan mijn rustdag beginnen.
———————————————————————————–


25e Dag, zondag 9 augustus 2009
Florance (rustdag)
Temperatuur Maximum: 37 graden, Wind: Bft, Windrichting:
Weerbeeld: warm, zonnig
Dagafstand: 15,5 km, Tijd 2:00:38 uur, Gemiddelde: 7,7
Totaal gereden: 1809 km

Ook deze nachts was het weer warm, ondanks dat het hevig onweerde en
er flink regen viel. De tent zit onder de modder en voor de tent is de modder spekglad glad.
Het zal vandaag wel weer aan drogen. Eerst ga ik douchen.
De eerste tentjes zijn om 07:30 uur al weer vertrokken. Tot 9:00 uur blijf ik bij de tent,
dan ga ik op de fiets naar Florance. Dat is mij bij de andere steden zeer goed bevallen.
Terwijl iedereen moe en uitgeput van het slenteren op trapjes en bankjes zit,
fiets ik vrolijk rond. Het is heerlijk om op deze wijze de stad te verkennen.
De Dom zit nog dicht. De meeste mensen blijven aan de voorkant hangen.
Het is een groot kunstwerk uit Carrara-marmer. En dan te bedenken dat ze de kathedraal tussen 1200 en 1300 gebouwd hebben. De kathedraal bezichtigen kost entreegeld.
Als ik rond de Dom fiets bemerk ik dat aan de zijkant een deur open is.
Er staan twee bewakers. Ik vraag of de kerk open is. Ja, voor de Heilige Mis.
Ik vraag de mannen of ik mijn fiets bij de deur mag stallen. Hij knikt.

100_4085

De toezichthouder van de Dom

De ruimte in de kathedraal is overweldigend. Er kunnen 14000 mensen in.
Op een klein gedeelte staan stoelen. Ik zoek een stoel. Een kleine grijze,
zeer vriendelijke uitziende pater vertelt iets waar ik niks van begrijp.
Met handgebaren geeft hij aan dat we meer naar voren moeten komen. Onderhand maakt hij met iedereen een gezellig praatje. Ik verlaat mijn stoel en ga op 2 m van de kansel zitten.
Het duurt nog tot 11:00 uur voor de Mis begint. Ik zit nu recht onder de koepel van de Dom, op 5 meter van het altaar. Een soort eerste rang. Om 11:00 uur gaat de bel. Het kruis wordt binnen gedragen. Daarachter lopen twee priesters in het groen en één in een goudkleurig gewaad. Daarachter lopen nog een aantal priesters in het paars of geheel wit. Allemaal hebben ze een functie, bestaande uit het aangeven van de liturgie of de preek. De vriendelijke uitziende pater heeft een centrale rol, maar de drie priesters hebben de hoofdrol. Als het avondmaal wordt voorbereid beginnen alle klokken van de kathedraal te luiden. Er zijn verschillende personen die niet de hele Mis bijwonen en tussentijds vertrekken. Ik blijf tot het einde van de Mis, die een uur duurt.

100_4080

Bedelende mensen

Snel maak ik na afloop een paar foto’s, maar de wachter loopt het alweer te verbieden. De vriendelijke uitziende pater vraag ik om een stempel en die verwijst naar de sacristie. Daar zet een pater met zeer bevende hand een stempel van de Dom.
Ik fiets nog eens door de stad om heerlijk rustig alle straatjes te bekijken.
Dan zie ik iemand in een rolstoel. Hij heeft Rabobank handschoenen aan.
Hij heeft mij niet gezien. Dan roep ik: “Jan hoe gaat het.”
Hij kijkt op. “Henk, dat wij elkaar hier in Florance weer treffen.”
Even later komt Marja er ook verbaast bij. Jan en Marja heb ik in Oostenrijk voor de
laatste maal ontmoet. Jan gaat in zijn handbike van Nederland naar Rome.
Gisteren waren ze met de auto en de handbike in Florance en toen ze de weg niet
meer goed konden vinden kregen ze een politieauto en een motor als begeleiding.
De bewondering voor Jan en Marja, die hem verzorgt, zijn onderweg heel groot.
We besluiten op een terras wat te drinken. Deze ontmoeting in deze grote stad
willen wij niet ongemerkt voorbij laten gaan.

Pas in de loop van de middag ben ik terug op de camping.
Morgen ga ik verder richting Assisi.
———————————————————————————-

26e Dag, maandag 10 augustus 2009
Florance-Paterna (Toscane)
Vertrektijd: 07.00 uur Aankomst: 15.00 uur
Temperatuur Maximum: 35 graden, Wind: 2 Bft, Windrichting: w
Weerbeeld: zonnig, warm, middag onweer regen
Dag afstand: 61,5 km , Tijd 5:27:15 uur, Gemiddelde: 11.2
Totaal gereden: 1870 km

100_4090
Dag 26 t/m 39 Florance-Assissi-Rome (kaart Hans Reitsma).

De zon komt net op als ik de camping “mieren hoop” verlaat.
Gisteravond sprak ik met Fred, een psycholoog uit Groningen die vanaf Basel aan het
fietsen is. We waren het er wel over eens dat wij twee oudere mieren waren.
Elke dag vult die berg weer met nieuwe tentjes. Elke dag zie je jongeren met voedsel de berg op klimmen en even zo velen gaan elke dag bergafwaarts op ontdekkingstocht
in Florance . Mijn ontdekkingstocht in Florance is voorbij. Om 07:00 uur is het loket open en betaal ik voor twee nachten 21,60 euro. Dat waren de kosten dus niet.
De stad begint te leven. Veel mensen gaan naar de stad. Ik fiets er uit.
Het is zeker nog 20 km voor ik buiten de stad in de Toscane kom. Ik fiets door de wijnstreek, door het hart van de Chianti Classico.
De streek waar de echte Chianti wijn vandaan komt. Ze zeggen dat wijnranken op moeilijke grond, de lekkerste wijn geven. De moeilijkste grond zijn heel vaak bergen en heuvels.
Dat wil dus zeggen: klimmen en zweten, want het is pas 10:00 uur maar de temperatuur zit al weer op 27 graden. Eerst ga ik flink brood eten. Gewoon langs de weg.
Een trimmer roept: “On tour”, “ Olanda-Roma” roep ik.
“Fantiastic” roept hij terug. Het zijn zulke kleine aanmoedigingen die je soms weer
oppeppen als je het moeilijk hebt. Ik ken nu al wat kreten als Courage en Olee.
Het is leuk, maar je moet wel zelf omhoog en als het boekje aangeeft 2,5 km klim, 8 tot 10%, denk ik wel eens, misschien heeft hij zich vergist en is het een afdaling.
Maar op dat punt heeft Reitsma altijd gelijk.
Je moet maar denken van het hoogste punt heb je het mooiste uitzicht. Van een hoogte van bijna 500 m kijk ik in het dal van Valdarno.

In Valdarno moet ik beslissen of een camping op zoeken of nog 30 km door fietsen.
In Figline Valdarno heb ik pas 40 km gereden, dat vind ik niks. De volgende camping is ‘Agriturismo’ gewoon boerencamping bij een wijn en olijfboerderij in Paterna. Het boekje geeft aan “reserveren raadzaam.”
De weg die ik volg is de Stradi Settepanti (zeven bruggenweg). Het is een oude Etrusken weg van Arezzo naar Fiesale, die boven het dal aan de voet van het Pratomagno gebergte loopt.
Er zijn prachtige gezichten op de olijfboomgaarden en natuurlijk de wijngaarden

100_4144

Olijven boomgaarden.

waar de wereldberoemde Chianti wijn vandaan komt (terwijl ik dit schrijf heb ik ook
een fles Chianti) binnen handbereik. Niet de Classico, want pelgrim blijft sober.
Mijn volgende uitdaging is Castel Franco di Sopra in 1296 gesticht en er is niet veel veranderd. Een stadpoort met toren en een recht straten patroon. Eén van de vele steden op mijn route. Ik ga even in de kerk zitten. Een plek van rust en koelte.Vooral dat laatste wordt positief ervaren. Italië is prachtig, maar wat mij betreft mogen ze de verwarming uit doen. Niet klagen, ik doe het uit vrije wil. In Loro Ciuffena wil ik boodschappen doen. Ik kom net na 14:00 uur aan. Alle winkels dicht, dus dan maar op zoek naar de camping. Dat wordt ook moeilijk want Paterna telt maar een paar huizen. Na enig zoeken kom ik bij
een boerderij. De sleutels zitten in de deur, er is niemand.
Het is 15:00 uur, blijkbaar houden ze siësta. Niet storen, ik ga gewoon zitten.
Het enige levende wezen is een kat met een hagedis in de bek.
Ik bekijk het. De hagedis leeft nog. De hagedis laat zijn staart vallen.
Als een kronkelende worm trekt het de aandacht. Even laat de kat de hagedis los,
die dan als een gek wegloopt. De kat kent het trucje en pakt de hagedis binnen een paar seconden terug.

Ik sukkel wat in slaap. Dan hoor ik een auto. Twee jonge mensen stappen uit.
Ik vraag of ze bij de boerderij horen. De vrouw spreekt Engels en de man alleen Italiaans.
Indirect horen ze erbij. De mensen van de boerderij zijn op het veld aan het werk.
Ze belt ze voor mij. Ik kan achter de boerderij gaan staan met een eigen keuken, douche en wc voor 10,00 euro. Het tentje staat onder een oude boom met uitzicht op het dal. Boven het dal komt een onweer tot ontwikkeling.

100_4136

De Chiantistreek.

Van 17:00 tot 19:00 uur barst er een onweer los, in hevigheid die wij in Nederland niet kennen. Om 19:00 uur schijnt de zon weer, maar om 21:00 uur is het donker.
———————————————————————————–

27e Dag, dinsdag 11 augustus 2009
Paterna-Felicion
Vertrektijd: 07.00 uur Aankomst: 18.00 uur
Temperatuur Maximum: 35 graden, Wind: 2 Bft, Windrichting: w
Weerbeeld: zonnig
Dagafstand: 39,8 km, Tijd 3:24:05 uur, Gemiddelde: 11,4 km
Totaal gereden: 1909 km

Fantastico.
Mijn gasbusje voor de brander raakt leeg. Ik heb ook een metalenfles met pomp mee om op benzine te koken. Bij een benzinepomp ga ik ‘een halve liter’ tanken.
Een jonge man, ca 35 jaar, is een fiets aan het repareren.
Ik vraag hem een halve liter benzine. Geen probleem, 68 euro cent.
Ik merk wel dat hij de fiets heel bijzonder vindt. Hij spreekt goed Engels en als hij hoort dat ik op de fiets uit Nederland kom is de fiets en de man nog meer bijzonder. Hij bekijkt de fiets met kennersblik, maar zo een fiets met interne versnelling heeft hij nog nooit gezien. Kreten al, fantastico en super volgen elkaar op.

100_4152

De benzine verkoper maakt een rondje op mijn fiets.

Ik vertel hem hoe de versnelling werkt en geef hem aan het zelf te proberen.
Hij stapt op en fietst een aantal malen rond de benzinepomp, waarbij hij alle
versnellingen probeert. Zijn bewondering daarna is nog groter.
Hij kan zijn ogen niet van dit wonder afhouden.
En dat vanwege mijn Gazelle, met Nexus- naaf met zeven versnellingen.
Hij vraagt nog of de versnelling elektrisch werkt. Nee, gewoon draaien.
Met bewondering zwaait hij mij uit.
Ik kwam voor een halve liter benzine wat ik bijzonder vond, voor hem was de fiets bijzonder. Daarna waardeer ik mijn trouwe makker nog meer.
Tot op heden, met uitzondering van een gebroken spaak, heeft hij mij niet in de steek gelaten.
En dat terwijl hij vannacht met noodweer in stromende regen buiten stond.
Ik moet niet overdrijven het is maar een fiets, en toch
je raakt er aan gehecht. Het is net als met vrouw en kinderen.
Normaal sta je er niet zo bij stil, maar na bijna vier weken, ondanks dat je ze
dagelijks per telefoon hoort. Je waardeert ze meer.
Je mist het directe contact, ondanks dat ze dagelijks met je mee leven.
Het einddoel Rome is nog ca 400 km.

Reitsmaplekje.
Ook nu zat het venijn weer in de staart. Ook nu verbaas ik mij weer over de
inspanning die mijn lichaam aan kan. Elke dag weer liters vocht inname, spaghetti,
bananen, fruit en brood en de benen blijven maar trappen of lopen.
Bij de beklimming van de laatste berg naar de camping in Falciano Toscane stopt een auto met Nederlands nummerbord. Een vrouw vraagt of ik naar de camping ga. Als ik dat bevestig willen ze de bagage wel meenemen.
Nee, ik sleep alles zelf naar boven. Het zijn Nel en Arjo de eigenaren van het huis met campingplaats. “We zullen het Reitsmaplekje voor je vrij houden”, zegt Nel. “Als hier Nederlandse fietsers komen fietsen ze altijd de route van het boekje van Hans Reitsma.”
Arjo en Nel wonen in de bergen en waren met een camping begonnen, maar ondanks dat het goed liep mocht het niet meer van de autoriteiten.
Voor fietser hebben ze nog wel het Reitsmaplekje met een prachtig uitzicht op het dal en de bergen. Terwijl ik dit opschrijf wordt het om 20:45 uur snel donker.
De insecten die in de bomen zitten en als fluitende scheidsrechters contact houden
zijn hun eigen wedstrijd begonnen. De magische stilte van deze berg is bij avond in handen van insecten en in de vooravond van muggen en andere stekende insecten.
Toch is het een ‘paradijs’ in de bergen.

100_4173

Nel en Arjo de eigenaren van het huis en het ‘Reitsma Kampeerplekje’

———————————————————————————–

28e Dag, woensdag 12 augustus 2009
Falciano Toscane-Citta di Castello
Vertrektijd: 07.00 uur Aankomst: 14.00 uur
Temperatuur Maximum: 35 graden, Wind: 0 Bft, Windrichting:
Weerbeeld: zonnig en warm.
Dagafstand: 48 km, Tijd 3:30:47 uur, Gemiddelde: 13,6
Totaal gereden: 1932 km

Postzegels.
Als ik om 07:00 uur vertrek slapen Arjo en Nel nog. Ik maak een klein bedank briefje en
leg het onder een steen voor de deur.
Na de heftige beklimming van de ‘Alpi di Catenaia’ mag ik vandaag weer afdalen.
Toch zijn er soms na een afdaling weer kleine klimmetjes.
Onderweg bedenk ik dat ik nog twee brieven op de post moet doen.
Al snel vind ik een postkantoor.
Probleem is echter dat een aantal van mijn postzegels geen lijm meer hebben en er
soms afvallen. Ik wil zeker zijn dat ze goed blijven zitten.
Ik ga naar binnen en proberen de postbeambte dat duidelijk te maken. Dat lukt
met alle goede bedoelingen moeizaam. Ik laat de brief en de losse postzegel zien.
De beambte gaat de brief wegen, 11 gram. “Prima”,zegt hij.
Ik schud nee.
65 eurocent voor Europa. “Prima”,zegt hij. Ik zeg nee.
Hij pakt een kaart met maten.“ Prima”.
Ik roep, “Lijm, glue en adhesief”.
Dan begint er iets te dagen bij de beambte. Hij pakt een Pritstift en plakt de postzegel er op. Direct geef ik hem nog een brief en postzegel. Het is gelukt.
Ook onderweg in de meest kleine supermarkten wijs ik aan wat ik wil hebben en het lukt altijd.

Mijn eind bestemming is Citta di Castello Er zijn twee campings, een daarvan ligt onder de viaducten van een snelweg. Dat spreekt mij niet aan. De andere camping ligt 3 km berg op met een stijging van 5 tot 11% en dat bij temperaturen van 35 graden.
De zweetmachine begint weer te werken. Drie kilometer lijkt niet veel, maar het is lopen en duwen aan de fiets. De campingeigenaar gaat met mij mee naar het plekje voor de tent. Hij maakt duidelijk dat er nog een Nederlander met fiets is.
Ik kom naast hem te staan, vlak bij het zwembad. Eerst ga ik douchen in het toiletgebouw.
Als ik later in de middag nog eens naar de wc moet ontstaat er iets waar ze later
allemaal nog plezier om hebben. En ik hoor ze de situatie met Clara aan elkaar uitleggen.

Carla.
Wat is er gebeurd?
We staan tegen een berg aan. Mijn overburen hebben feest. Ze hangen vlaggetjes op
en veel visite komt, zo ook Clara, een oud, klein, krom, vrouwtje van ver in de tachtig.
Als ik over het grindpad berg af naar de wc loop, loopt Clara daar ook.
Ze is duidelijk bang om te vallen. Ik geef haar een hand, maar dat vindt ze nog
gevaarlijk. Dus ik pak haar door de arm en zo lopen we stapje voor stapje naar beneden. Een medemens helpen.
Onderweg heeft Clara hele verhalen. En of ik nu Nederlands, Duits of Engels praat,
Clara praat gewoon Italiaans door. Ze is blijkbaar stokdoof.
Bij de wc komen we een vrouwelijk familielid tegen.
Onze gearmde afdaling is ten einde. De vrouw helpt Clara op de wc. Had ik dat anders ook moeten doen? Als ik uit het toilet kom kijk ik of Clara soms nog terug moet. De vrouw die Clara hielp staat buiten. Blijkbaar heeft deze hulp wat los gemaakt, want als ik s avonds in de bar een kijkje neem hoor ik ook weer Clara en Olanda noemen.
Clara had een jong vriend aan de haak geslagen. Ik krijg van de campingeigenaar een glas wijn. Of het vanwege Clara of het grapje van vanmiddag bij de inschrijving is weet ik niet. Op een briefje schreef hij 10,00 euro voor de persoon en euro 6,00 voor de tent. Ik heb er toen een streep onder gezet en daar een bedrag van 10 euro onder geschreven en rabat gezegd. Hij kon er om lachen, maar het lukte niet.
Toch hebben ze wel bewondering voor de opa uit Olanda, die op de fiets de berg op komt. Mijn buurman Fred, hij is architect en woont in Amsterdam. ‘s Middags hebben we een tijd over zijn werk gepraat. Hij fietst een rondje Italië.
———————————————————————————–

29e Dag, donderdag 13 augustus 2009
Citta di Castello-Assisi
Vertrektijd: 07.10 uur Aankomst: 14.30 uur
Temperatuur Maximum: 41 graden, Wind: Bft, Windrichting:
Weerbeeld: zeer warm.
Dagafstand: 74,7 km, Tijd 5:35:57 uur, Gemiddelde: 13,3
Totaal gereden: 2032 km

Slechte wegen.
Het is ‘s morgens nog heerlijk koel met 16 graden. Bij een bakker koop ik een half
stokbrood en in een klein dorpje vind ik een picknicktafel.
Bij een woning loopt een man te drentelen. Hij wil wel naar mij toe komen, maar heeft
de durf nog niet. Zijn nieuwsgierigheid wint! Hij praat een beetje Duits en moet
natuurlijk weten waar ik vandaan kom. Hij wenst mij een goede reis.
Het landschap veranderd , ik ben de bergen uit en rijd op de ‘lichte route’
van Reitsma. Onderweg zie ik heel veel tabaksteelt. Toch zitten er weer een paar
klimmetjes in. Ik concentreer mij op de weg. De weg zit vol gaten en scheuren.
Aan het begin van de weg stond een bord met tekst, slechte weg. Nou in Nederland ken ik dit soort slechte wegen niet. Ik maak er maar een aantal foto‘s van. Gaten van 50 cm breed en bijna 10 cm diep zijn heel gewoon. Als je daar met je wiel in komt, kun je zo onderuit gaan, of je wiel kapot rijden.

100_4193

Op weg naar Assisi

De Mis.
In Assisi moet ik weer een besluit nemen; welke camping? Of 5 km buiten Assisi een luxe camping of ander halve kilometer van de stad, maar dan moet ik wel 2,7 km omhoog met 10 tot 18%. Dam maar weer omhoog. De zweetmachine werkt bij temperaturen van 41 graden in de zon, weer prima. Ook nu haal ik het weer. Het plekje het dichtst bij de receptie is mij goed genoeg. Rondom staan kleine tenten. Het is een groep. Om 19:00 uur zie ik een aantal Franciscanesmonniken naar een grote tent gaan. Ik wil meer weten. De broeders niet veel ouder als de jongeren van de groep, rond de 20 jaar, zijn volop in gesprek. Hun kleding is geheel in stijl van Franciscus. Donker habijt, koord met kruis en sandalen. Op de rug een soort capuchon in een driehoek.
Deze jonge broeders hebben daar in een plasticbeker. Of het hoort weet ik niet.
De tent vult zich met jongeren, die met gitaarmuziek zingen. Dan komen 3 broeders die de mis gaan vieren en de voorbereidingen treffen. Dit wil ik mee maken.
Een man naast mij spreekt mij aan. In het Engels probeer ik wat uit te leggen.
Dan zegt hij; “sprechen Sie Deutsch”. Ik schakel om. Hij is met zijn vrouw een Italiaanse.
Hij komt uit Bremerhaven. Hij is 22 jaar geleden in Modena in Italië komen wonen,
omdat het daar warmer was. Zijn dochter is vandaag jarig en wordt 22 jaar.
Ze komen op bezoek. Hij kan mij verschillende dingen uitleggen.
De dochter is een week met een religieuze groep jongeren in Assisi. De mis kan ik qua opzet volgen. Dan houdt de hoofdbroeder een preek.
Ik versta niks, maar zijn opzet is weergaloos. Hij loopt voor het geïmproviseerde altaar, kijkt naar de jongeren, spreekt ze aan en maakt opmerkingen waar ze allemaal om lachen.
Hij daagt uit. Ze geven antwoord. Hij blijft heen en weer lopen om iedereen te pakken. Hij heeft wat in zijn hand, hij praat er over, laat het zien.
Een plastic dopje van een fles. Hij bouwt zijn verhaal erop.
Dan gooit hij het dopje achteloos naar een van de jongeren. Zijn intonatie wordt anders. Hij brengt de boodschap. De jongeren hangen aan zijn lippen,
zoals Gods woord in een ouderling gaat. Deze fase duurt ca. 5 min.
Hij eindigt weer ontspannen. Hij lacht, zelfs de jongeren lachen.
Het is een heel goed verpakte boodschap. Ik heb er niets van verstaan, maar van de
opzet heb ik wat geleerd. Ik bedank mijn Duitse tolk en vraag hem omdat hij goed
Italiaans spreekt of hij de broeder wil vragen wat in mijn pelgrims paspoort te schrijven. De broeder voldoet aan het verzoek met een persoonlijke boodschap. Een bijzonder avond!
———————————————————————————-


30e Dag, vrijdag 14 augustus 2009
Assisi (rustdag)
Temperatuur Maximum: 41 graden, Wind: Bft, Windrichting:
Weerbeeld: regen en bewolkt
Dagafstand: 109,2 km, Tijd 7.41:23 uur, Gemiddelde: 14.2
Totaal gereden 2032 km

Josephe.
Ik heb al een pen leeg geschreven, maar het is geen enkele moeite om van dit land,
de landschappen en de mensen te schrijven. Met volle teugen doe ik indrukken op,
zoals vanmiddag in de groentewinkel in Assisi. In de lange rechthoekige winkel staan bij de deur mandjes, achter in de zaak is de kassa. Je vult je mandje met groente en loopt naar de kassa. Voor mij staat een man van ca. 50 jaar; korte broek, T shirt en een petje,
in alle kleuren van de regenboog. Hij is in dagen niet geschoren, maar blijkbaar kennen ze hem allemaal als , Josephe. Je kunt in deze winkel alles zelf pakken,
of het nu é én wortel of een steel bleekselderij is. Bij de kassa roept Josephe de prijs van de groenten per kilogram. Autistische mensen hebben vaak een feilloos geheugen voor prijzen. Josephe kent alle prijzen. Als de man achter de kassa roept; “Totale”, dan is de kennis van Josephe beperkt. Dat kan hij niet.

100_4273

Franciscus van Assisi

Een andere bijzonderheid zijn de voordringende dames uit Assisi. Hoe ouder, hoe meer ze voordringen. Dat doen ze heel handig. Ze zetten het mandje bij de kassa en halen dan nog allerhande dingen, maar het mandje is bepalend voor de volgorde.
Naast mij staan twee nonnen. Ze spreken Duits en ik spreek ze aan. “daaraan moet men wennen”, zegt een van hen: “Het gaat altijd zo.”
De nonnen leven in Assisi. Bij het kopen van een fles wijn geeft een van hen advies. Ik volg het advies op. “Ik zal aan U denken”, zeg ik: ” Niet de hele dag,
maar als ik de wijn drink.” Ze bloost. Dat gebeurt mij.
Breng ik een non in verlegenheid Ik reken af. 80 cent groente en 6 euro voor de wijn. Ik moest aan Henk Blom, de gemeente secretaris van Duiven, denken,
wijnkenner bij uitstek. Met veel handgebaren kan hij wijn omschrijven. Ik ken maar twee soorten;’Lekker en niet lekker’. ’s Avonds denk ik aan de blozende non.
De wijn is lekker! Heeft de non nog aan mij gedacht, of voor mij gebeden?

Vermoeide mensen.
Assisi is een langgerekte, ommuurde stad. Als ik op de fiets de stad ga verkennen merk
ik direct dat het een bijzondere stad is. Met behulp van de TomTom kom ik bij de
basiliek waar de heilige Franciscus en Clara zijn gedoopt.
Een niveau lager ligt een ander stadsdeel. Je moet met de fiets trapjes af.
Bij temperaturen boven de 35 graden is dat per voet zeer vermoeiend.
Overal zie ik weer vermoeide mensen lopen. Ik fiets lekker rustig.
Het lager liggende stadsdeel heeft weer een eigen karakter met terrasjes en souvenirwinkeltjes met de souvenirs “made in China” met de stikker Assisi. Franciscus en Clara zorgen hier voor de handel.
Bij het uitrijden van de stad kom ik Fred, de psycholoog uit Groningen, weer tegen.
We wisselen de laatste ervaringen uit. Zo kom je elkaar op de route naar het
Sint Pietersplein in Rome weer tegen.
Van avond kook ik weer spaghetti met paprika en naar een couquette. Het blijkt echter
een komkommer te zijn. Maakt niks uit, toch weer een heel andere smaak.
’s Avonds na 20:00 uur gaan de Italianen eten. Dat duurt tot 22:00 uur.
Bij camping is een zelfservice restaurant. Het vlees wordt op een houtvuur gebraden.
De mensen bij het vuur zweten als gekken. Het eten is in de buitenlucht.
Er is binnen wel wat ruimte, maar nooit genoeg om 100 tot 150 mensen bij slecht weer binnen te laten eten.
Italië is een prachtig land om de was te drogen en buiten te eten kan ook bijna elke avond.
———————————————————————————–


31e Dag, zaterdag 15 augustus 2009
Assisi rustdag
Temperatuur Maximum: 37 graden, Wind: 4 Bft, Windrichting: Z.W.
Weerbeeld: zonnig
Totaal gereden: 2032 km

Ontbijt.
Uitslapen op een rustdag is een probleem. De biologische wekker werkt prima.
Om 6.00 uur ben ik wakker. Ik moet mij dwingen om te blijven liggen. Om 8:30 uur ga ik naar het openlucht zelfservice restaurant voor het ontbijt. Gistermorgen was ik daar ook.
Heerlijk, broodjes, boter, vleeswaren, kaas, koffie en vruchtensappen.
Een eitje kennen ze niet. Je kunt pakken wat je wilt. Na afloop vraagt de vrouw aan de
kassa wat ik gehad heb. “Ja sorry, dat weet ik niet meer precies. Het was lekker.”
“Drie euro”, zegt de vrouw. Geen geld, morgen kom ik terug. Dus nu zit ik aan de zelfde
tafel met mijn broodjes. Ook nu moet ik weer drie euro betalen, terwijl op een bordje
staat ‘ontbijt vijf euro.’ Toch ga ik eens in de spiegel kijken of ik er zo
armoedig of hulp behoevend uit zie?
’s Morgens te veel eten en niks doen geeft slaap. Nou het is een rustdag.
Nog even slapen, daarna de fiets nakijken en dan, nogmaals de stad in. Ik denk er over na;
ga ik lopen of weer op de fiets. Vanaf de stad naar de camping moet ik toch lopen.
Het is bergop met een stijgen van 5 tot 12 %. Ik besluit toch maar weer met de fiets te gaan.
Ik ken de weg al een beetje en fiets rustig door de stad. Ik stal de fiets voor de Dom en bekijk de bijzondere kerk met het doopvont waar zowel Franciscus als Clara zijn gedoopt.
Naast de kerk is een tentoonstelling met schilderijen van de vorige paus.
Beschrijven van de schilderijen is ondoenlijk. Alle schilderijen zijn goed getroffen.
Vooral de schilderijen van de Paus in zijn laatste levensfase; een gebroken mens, maar sterk in zijn geloof. Je leest het uit de schilderijen.

100_4284

De kerk met het graf van de heilige Franciscus van Assisi.

Ik wil ook het graf van de heilige Franciscus bezoeken in de basiliek aan de andere
kant van de stad. Ik zie weer vermoeide mensen naar het ander einde van de stad lopen.
Ik fiets er lekker rustig heen. De basiliek is een kerk in twee lagen.
De fiets moet ik ca 100 m van de kerk laten staan.” Met Gods zegen” staat
mijn fiets er straks nog. In de bovenkerk vraag ik een stempel voor mijn pelgrimspas.
Nee zegt de Franciscaner monnik. Ik moet in de onderkerk zijn.
Daar wijst mij een bewaker de weg naar een poort waar een monnik zit die een prachtige
stempel in de pas zet. Ik krijg de zegen mee.

De pas begint al weer leuk vol met stempels te komen. Ik fiets de hele stad door en zie nog
meer vermoeide mensen die bij de parkeergarage naar geld zoeken. Het heeft lang geduurd maar nu denk ik toch; Blij dat ik fiets. Nadeel is dat ik nu weer omhoog naar de camping moet fietsen en lopen. De zweetmachine werkt weer op volle toeren.
Een soort apko (alle poriën kunnen open) Na een flinke koude douche ben ik weer opgeknapt.
Assisi zal ik niet snel meer vergeten. De stad van Franciscus en Clara.
Morgen weer verder. Nog drie dagen en dan ben ik in Rome.
———————————————————————————–

32e Dag, zondag 16 augustus 2009
Assisi-Narni
Vertrektijd: 07.00 uurAankomst: 16.45 uur
Temperatuur Maximum: 40 graden, Wind: 4 Bft, Windrichting: Z.W.
Weerbeeld: onbewolkt zonnig
Dagafstand: 109,2 km, Tijd 7.00:43 uur, Gemiddelde: 13,4
Totaal gereden: 2137 km

De druiven.
Bij mijn vertrek om 07:00 uur is het nog lekker koel. Ook de jongeren vertrekken vandaag.
Het is zondag en ik had gedacht dat ze ook vandaag nog wel zouden blijven.
De taxichauffeur die de jongeren komt halen vraagt of ik ook mee moet. Nee, ik ga weer op
de fiets. De camping ligt op een hoogte van ca. 500 m. Het dal ligt op 250 m, dus ik ga lekker de eerste kilometers naar beneden. Gisteren op zaterdag heb ik geen winkel kunnen vinden om mijn eten voor vandaag aan te vullen. Het is zondag en dan moet je maar afwachten of ergens een winkel open is. Gisteren heb ik in het buitenrestaurant op de camping twee broodjes mee kunnen nemen. Of het genoeg is betwijfel ik, want er zijn nog een aantal flinke beklimmen te doen. Onderweg, na de afdaling, heb ik een trosje druiven gepikt; als ik Rome haal krijg ik mijn testimonium en zijn al mijn zonden vergeven. De blauwe druiven zijn best lekker. De witte druiven zijn niet te pruimen.

Maar voor een probleem is altijd een oplossing. In Bevagne hebben ze feest. De bakker is om 8:00 uur open en ik koop een brood en een lekker uitziende koek. Ik heb weer vulling in de maag om te fietsen. Wegens het feest is de stad voor het verkeer afgesloten. Het leuke is dat ze van fietsers geen probleem maken. Na Bevagne begint het klimwerk weer, 2,7 km met 5 % stijging. Op zich niet zo heftig, maar de temperatuur zit om 8:30 uur
al rond de 25 graden. Het is niet de enige berg in deze etappe. Het gaat permanent
op en neer. Ik moet nog ergens eten halen, maar vooral drinken. Na aankomst van weer een bergetappe zijn de flessen met water leeg. Er zit een jonge vrouw buiten.
Ik laat de veldfles zien en vraag aqua. Ze roept naar haar moeder, die komt met een fles koud water naar buiten. Ik vul de fles en de rest mag ik opdrinken. Ik bedank ze.
Water kun je overal vragen. Ik zeg nu maar voor het gemak dat ik van Amsterdam
naar Rome fiets. Amsterdam kennen ze allemaal .
Met bewondering zwaaien ze mij uit. Met dankbaarheid voor het heerlijke water zwaai ik terug.

Water,water,water.
Mijn etensvoorraad is nog steeds beneden peil, maar ook daar komt een oplossing voor.
In Massa Martana zie ik mensen met plastictassen lopen en even later een echte supermarkt. Gewoon op zondag open. Wat een heerlijkheid. Normaal ben ik niet zo een fan van boodschappen doen, maar nu, prachtig. Ik kan weer kilometers maken. Bij Tostaccio is een camping. Dat wordt mijn doel. ‘s Middags is de temperatuur al snel boven de 35 graden.
Eerst moet ik nog naar Narni. Heel hoog op de berg kan ik de stad al zien.
De stad lijkt wel tegen de berg aangeplakt. Je denkt dan, dat zal het wel niet zijn; zo hoog. Ja hoor, zo hoog kom ik ook met de fiets. Je hijgt, puft als bij een bevalling. De mond wordt droog.
Niet aan denken, door trappen of lopen. Het lichaam schreeuwt om water.
Na de stadspoort is een bron er komt water uit de muur. Koel water.
Je denkt niet meer na drinkbaar of niet drinkbaar, ‘portable of non portable’
Een keer kun je het altijd drinken. Een klein uur later kom ik op de camping.
Het lichaam vraagt nog steeds water. Weer drink ik. Ik schat dat ik vandaag 4 tot 5 liter
heb gedronken, maar het komt er niet allemaal aan de voorkant uit.
Het meeste zweet je uit. Op de camping krijg ik een mooie schaduwrijke plek.
Er is een zwembad, maar het lichaam wil rust en water en bij het eten wil ‘de
geest’ een glaasje wijn. De vochtbalans is weer op peil.
Een heftige dag met veel inspanning nog twee dagen naar Rome, dan zijn de inspanningen weer snel vergeten.
———————————————————————————–


33e Dag, maandag 17 augustus 2009
Nari-Prima Porta
Vertrektijd: 07.00 uur
Temperatuur Maximum: 22 graden, Wind: 4 Bft, Windrichting: Z.W.
Weerbeeld: regen en bewolkt
Dagafstand: 89 km, Tijd 5:54:06 uur
Totaal gereden: 2226 km

De apotheek.
Vandaag is net als gisteren. Zwaar werk. Heuvels op en af. Ik heb gisteren een SMS gehad van Jan Mollen en Marja Jans. We zullen maar zeggen, Jan de handbiker.
Ze staan op camping Tiber bij Rome op 18 km van de stad. En dan krijg je het gedonder.
Zou ik daar vandaag nog kunnen aankomen? Het is een leuk stel en ik heb bewondering
voor beiden. Jan, omdat hij met zijn verlamming vanaf het middel toch een prestatie
neerzet als voorbeeld voor jongeren in de gehandicaptensport. Marja is de begeleider van Jan, ze rijdt het busje en zorgt dat Jan zijn verzorging krijgt.
Marja is getrouwd maar helpt Jan om de prestatie te kunnen maken. Ze praat ook altijd over, ‘WIJ’. Bij Fiano Romana bekijk ik de TomTom. De kortste route naar Prima Porta is ca 20 km. Ik heb al 70 km gereden en de temperatuur zit al weer ver boven de 35 graden.
Ik doe het! Ik ga ze opzoeken.

De weg naar Prima Porta is een verzoeking voor een pelgrim.
Over een afstand van 8 km staan, meest zwarte dames hun lichaam aan te prijzen.
Wat wel gek is dat ze voor mij geen enkele belangstelling hebben.
Ik fiets voorbij zonder dat ze mij aankijken. De mannen in de auto’s kijken altijd
de andere kant op. Op een plaats is een deal gesloten. Zij loopt de olijvenboomgaard in,
hij volgt. De rest heb ik niet gezien, maar dat loopt zeker ‘gesmeerd’ in de olijvenboomgaard.

Het weerzien met Jan en Marja is hartelijk. Ik kan met mijn tent naast hen staan.
Toch probeer ik wat ‘afstand’ te houden. Zij zijn samen en ik hoor daar niet in te dringen.
Toch zijn we zo weer een. Jan heeft onderweg aan een been wondroos gekregen. Het been is vuurrood en opgezwollen. Ze zijn de hele morgen in het ziekenhuis geweest.
Vanmiddag kunnen ze medicijnen bij de apotheek halen. Dat wil zeggen dat ze weer met de bus weg moeten. Ik wil wel naar de apotheek, kan Jan zijn been met ijs blijven koelen.
Op de TomTom staan ook apotheken. Ik programmeer de dichtst bij zijnde in.
Om 16.00 uur fiets ik weg met het recept en het paspoort van Jan.
De TomTom brengt mij feilloos voor de deur van de pharmacia. Op een briefje staat dat ze pas om 16:30 uur open gaan. Ik ga rustig zitten, het is nog maar een kwartier. Dan lees ik de tekst boven de apotheek. ‘Pharmacia Veterinaria’.

100_4317

Apotheek

100_4319

De apotheker.

Vetarinaria?
Dat is toch een dierenarts? Zit ik bij de dierenarts te wachten?
Heb ik dadelijk medicijnen en begint Jan van nacht te blaffen of te hinniken.
Ik kijk door het raam van de winkel en zie een vrouw en stel de vraag in het Engels:
“Alleen voor dieren of ook voor mensen“ Ze begrijpt het. Het is ook voor mensen.
Om Jan en Marja van dit voorval te overtuigen maak ik een foto van de buitenkant
van de apotheek. De apotheker is zeer vriendelijk.
Ik maak foto’s en vraag zelfs een stempel in mijn pelgrimspas.
Hij zet de stempel met een lachend gezicht.

100_4341
Ik krijg mijn zoveelste complimentje en een schouderklopje. Na terugkomst neemt Jan
direct zijn medicijnen. Zijn doel is om met de handbike op het Sint Pietersplein aan te komen. Het einddoel. Nu is zijn been zo dik dat het niet meer in de beugel van de bike past. Zo kort voor het doel en dan dat laatste stukje niet kunnen doen. Dat doet pijn.

De val.
Het had mij ook kunnen gebeuren. Vanmorgen ging ik op een grasveld bij een bron water halen. Ik vulde flessen en wilde weglopen. Blijkt er naast de bron een gat te zitten waar ik met een been in kom. Ik val en kom op mijn rug terecht.
In een flits merk ik dat alles nog werkt. Ik heb wel pijn maar ik kan nog fietsen.
Mijn doel is ROME. Gelukkig kan ik de laatste kilometers nog maken.
Ik begrijp het gevoel van Jan en Marja.
Die laatste kilometers naar het Sint Pietersplein wil je ook maken!
Ik ga morgen naar het plein om mijn tocht af te sluiten.
———————————————————————————–


34e Dag, dinsdag 18 augustus 2009
Prima Porta-Roma
Vertrektijd: 09.30 uur Aankomst: 11.00 uur
Temperatuur Maximum: 30 graden, Wind: 4 Bft, Windrichting: Z.W.
regen en bewolking
Dagafstand: 18 km.
Totaal gereden: 2248 km

Laatste etappe.
Volgens mijn TomTom is het van de camping Tiber in Prima Porta, 18 km naar het Sint Pietersplein in Rome. In Prima Porta is het een wir war van wegen en ik roep de hulp van mijn TomTom in.
Ik fiets op vierbaans wegen en toch mag je daar fietsen. Het is druk.
Ik geef duidelijk aan wat ik wil. Een vrouw in een camper begint, bij een verkeerslicht
waar we moeten wachten, te lachen als ze mijn TomTom ziet. Lach maar, Ik vind de weg wel. De route volgens het boekje ben ik volledig kwijt. Pas in Rome kom ik weer op de route, maar dan is het alleen nog maar rechtdoor.
Vanaf het metrostation lopen duizenden mensen richting Vaticaan; allemaal maar het Sint Pietersplein. Het plein is indrukwekkend, omsloten door een galerij met zuilen. Ik fiets rustig tussen de toeristen door. Ook de laatste meters tot het midden van het plein wil ik fietsen.
Dan hoor ik, tuut tuut. Ik kijk en zie een politieagent met de vingers een loopbeweging maken. Ik stap af mijn einddoel is bereikt. Het is 11:00 uur en ik ben op de plaats van bestemming. Ik geniet van het immense plein. Ook de man en vrouw uit Antwerpen die ik eerder ontmoette, komen op het plein. Ook zij hebben hun doel bereikt. We bewijzen elkaar diensten door foto’s van onze aankomst te maken.

100_4333

Het doel is bereikt.

Aan de zijkant van het plein staat wel een rij van 200 m met mensen die de Sint Pieter willen bezoeken. Ik wil eerst rustig op het plein zitten en mijn pelgrimstocht overdenken. Dat lukt echter nog niet, want ook Fred uit Groningen komt op het plein aan.
Florance, Assisi en nu weer gelijk in Rome op het Sint Pietersplein.

Dan komt het moment van rust. Ik zit meer dan een uur, heerlijk in de schaduw
bij de fiets. Pijn, zweet, vermoeidheid, hoge temperaturen, regen, bergen en dipjes heb ik
moeten overwinnen. Ik stond verbaasd over mijn lichaam wat dit allemaal aan kon.
Het bleef feilloos werken bij 10 tot 45 graden in de zon. Je bent gezegend met zo een lichaam. Ik heb het gehaald, met dank aan mijn vrouw, familie en vrienden die mij steunden met telefoon, SMS of via het gastenboek. Je merkt wel dat als je langer weg bent de telefoongesprekken langer worden. Je bent alleen en mist het contact. Er is meer behoefte om ervaring met anderen te delen.

HERK.
Terwijl ik op het plein zit wordt de rij wachtende voor de basiliek niet kleiner.
Dan merk ik dat er ook mensen links van het plein naar binnen gaan. Ik herinner mij dat
je als pelgrim daar de Zwitserse garde kunt vragen om een testimonium, een bewijs
dat je de tocht hebt gemaakt. Met dat bewijs worden ook je zonden vergeven.
Ik probeer het. De eerste bewaker herkent het paspoort en verwijst mij naar de
Zwitserse garde. Ook hij herkent het pelgrimspaspoort en verwijst mij naar de
sacristie in de basiliek. Na een tocht door de Sint Pieter en allerhande gangen
kom ik in de ronde zaal van de sacristie. De man achter het tafeltje kijkt in het
pelgrimspaspoort en begint het testimonium te schreven. Ter afronding zet hij een stempel in mijn pelgrimspaspoort en op het testimonium. Dit is het werkelijke einde van de pelgrimstocht.
Emoties en gevoelens komen los. Een aantal Engelse jongeren merken het en vragen wat het formulier is. Ik geef ze uitleg over mijn pelgrimsreis. Ze zijn vol bewondering. Buiten de basiliek zie ik ze weer en ze vragen of ze met mij op de foto mogen. Weer laten ze hun bewondering merken. Ik begin het al weer gewoon te vinden.

Als ik mijn testimonium wat beter bekijk blijkt mijn voornaam verkeert geschreven.
Ik heet nu Herk Nijland. Nou, ik weet zeker, dat Henk naar Rome is gefietst. Hij heeft elke meter gelopen of gefietst.
Duiven-Rome 2248 km
———————————————————————————–

35e Dag, woensdag 19 augustus 2009
Prima Porta- Rome
Temperatuur Maximum: 38 graden, Wind: Bft, Windrichting: .
Weerbeeld: zon, warm
Totaal gereden: 2215 km

Bezoek aan Rome.
Ook vandaag ga ik op de fiets naar Rome. Ik neem een zijtas met eten en drinken mee. De drukke route
over de vierbaansweg naar Rome begint te wennen. Ik weet hoe en waar je moet rijden.
Toch blijft het uitkijken. Ik heb mijn helm met achterknipperlicht op. Ze moeten mij goed kunnen zien.
Op weg naar de stad kom ik langs het olympisch stadion. Eind juli tot begin augustus waren daar de wereldkampioenschappen zwemmen. Men is nu de tribunes aan het afbreken. Een ander voordeel van zo een kampioenschap is, dat men de wegen rond het stadion netjes asfalteert. Voorbij het stadion zijn de wegen direct weer in slechte staat. Het is dan weer uitkijken. De regenputten liggen in de zijkant van de weg, waar je moet fietsen.
Omdat ze steeds nieuw asfalt opbrengen en de putten niet omhoog halen, komen de deksels steeds dieper te liggen. Je duikt zo maar 10 tot 15 cm dieper.

Het laatste stukje naar het Vaticaan is fietspad. Het loopt rechttoe rechtaan naar het Vaticaan; alhoewel, halverwege het fietspad ligt een terrasje en een rolschaatsbaan weer men het fietspad maar om heen heeft gelegd.

Ondanks dat ik gisteren al op het St. Pietersplein was ga ik er weer heen. Gisteren heb ik de basiliek echter onvoldoende bekeken. Maar ook vandaag staat een enorme rij wachtende om in de basiliek te mogen.
Ik kijk naar de bewakers aan de linkerkant en zie dat er andere mensen staan.

100_4413

De sleutel van de Hemelpoort in de deuropening van de Sint Peter in Rome

Ik stal mijn fiets bij de bewakers, laat mijn pelgrimspaspoort zien en mag door. Zo, dat scheelt zeker 45 minuten wachten.
Uitgebreid bekijk ik de basiliek, raak de tenen van het bronzen beeld van Petrus aan en doe indrukken op.
Als ik later weer op het plein loop komen Jan en Marja met de rolstoel het plein op.
Ze zijn van de camping met de bus en de trein gegaan. Wel een probleem, want zowel de bus als de trein zijn niet voor rolstoelen aangepast. Nu willen ze graag hun testimonium halen. Ik weet de weg en zal ze helpen. Via de Zwitserse garde moeten we naar een achteringang van de basiliek voor rolstoelen.
In de kerk breng ik ze naar de sacristie. Jan en Marja krijgen ook hun testimonium, daarna ga ik mijn eigen weg.

Op het plein is een groep Spaanse pelgrims aangekomen. Ze hebben met ezelskarren, met beelden erop en zijn van Assisi naar Rome gelopen. Dus er waren meer pelgrims onderweg. Nu ga ik op de fiets de rest van de stad verkennen. Ik fiets overal! Heerlijk, soms fiets ik in straten waar het voor al het verkeer verboden is, of tegen het eenrichtingsverkeer in, maar politieagenten reageren niet.
Van de St. Pieter fiets ik over de Engelenbrug richting Colosseum. De temperatuur zit al weer boven de 35 graden. Je ziet overal vermoeide toeristen lopen. Ik fiets, daar word je niet direct moe van!
Bij het Colosseum wordt een oudere vrouw in een ziekenwagen afgevoerd. Blijkbaar bevangen door de hitte.
Na het Colosseum ga ik op zoek naar de Spaanse trappen.
Ik fiets door kleine straatje. De TomTom zegt welke kant ik op moet. In een paar uur tijd bekijk ik de meeste bezienswaardigheden. Musea bezoeken heb ik niet gedaan, het gaat mij meer om de indrukken van een stad. Op een plein wordt er aan mijn fiets geschut. Nee hé, zo een grote stad en toch zie je weer bekenden.
Het zijn Chris en Leonie. Ze zijn op hun tandem naar Rome gefietst,
maar vandaag met de trein. Ze zullen Jan en Marja op de terugweg helpen.

15.30 Uur fiets ik de 18 km terug. In de volle zon haalt de temperatuurmeter 45 graden. Toch fiets ik lekker ontspannen. Ik moet wel veel water drinken. Op de camping ga ik douchen, kook mijn potje en drink mijn glaasje wijn.
Ik heb van de stad genoten, maar ook van mijn glaasje wijn en mijn kookkunst.
In de stad had ik een vreemde ontmoeting, Chris en Leonie op een tandem vanuit Nederland, zagen mij op het plein zitten. Chris schut aan mijn fiets.
———————————————————————————–

36e Dag, donderdag 20 augustus 2009
Prima Porta-Rome
Temperatuur Maximum: 38 graden, Wind: 0 Bft, Windrichting: z
Weerbeeld: zon
Dagafstand: 42,5km, Tijd 3:12:15 uur, Gemiddelde:
Totaal gereden: 2268 km

De ontmoeting.
Vanmorgen kom ik van de douche lopen, zegt een man; “Jij bent toch Henk Nijland“.
Ik ken hem niet. Het blijkt Ad te zijn. Hij is samen met zijn vrouw Willemien van Nederland naar Rome gefietst.

Onderweg hebben we elkaar al eens een SMS gestuurd. Ik lag echter te ver op hen voor om ze onderweg te ontmoetten. “ Maar hoe weet je dan dat ik het ben?“
“Ik herken je van de foto van de website“, zegt Ad.
We spreken af vanavond eens verder te praten.
Als ik ‘s avonds bij hun tent kijk zijn ze niet aanwezig. Ik vermoed dat ze in het restaurant zijn en daar vind ik ze ook.
Ik loop recht op Willemien af, geef haar een hand en zeg,
“Jij bent toch Willemien.“
Ze is totaal verbaast. Ad zit te lachen. Ik ken Willemien helemaal niet.
“Maar ik ken je niet“, zegt ze.
Ik leg uit hoe het vanmorgen ging.

100_4556
Ad en Willemien met Jacobsschelp.

Ad en Willemien zijn vorig jaar naar Santiago de Compostela gefietst. We maken vergelijkingen van de twee tochten. We zijn het er over eens; De tocht naar Santiago de Compostela is veel meer een pelgrimstocht omdat je elke dag veel pelgrims ontmoet. Ad werkt in het onderwijs en Willemien in de zorg. We praten de gezellig vol over allerhande onderwerpen, maar fietsen is toch onze passie. Met het verschil dat zij nog moeten werken. Nu fietst Ad wel elke dag van Beugen naar Groesbeek. De langere tochten worden in de vakantie gereden.

Vandaag stond weer een bezoek aan Rome op het programma. Vandaag wil Marja graag mee fietsen. Jan zijn been is nog steeds dik en moet blijven rusten. Wat zou Jan graag op zijn handbikestappen en naar Rome meefietsen. Helaas, het kan niet. Marja vindt het wel eng met het verkeer. Ze wil graag achter mij rijden.
Bijna direct na de camping moeten we al de vierbaans weg op. De auto‘s racen langs je op. Ik heb het knipperlichtje achter op de helm aan. Ik kijk goed in mijn spiegeltje en zie dat Marja goed kan volgen. Onderweg stoppen we even en Marja geeft aan dat ze het wel eng vindt.
We gaan verder, want er is geen alternatief. We bekijken het Olympisch stadion,
waar we helaas niet in kunnen en zo zijn we een uur later op het Sint Pietersplein.
We verbazen ons weer over de ruimte, de gebouwen en vele beelden. Grotendeels maken daarna de zelfde route die ik gisteren heb gereden. Toch zie ik weer andere dingen.
Marja vindt de archeologisch opgravingen heel mooi. We bekijken het van boven af omdat we de fietsen niet alleen willen laten. Daarna rijden we rond het colosseum en via de TomTom naar Trevi-fontein.
We rijden weer kris kras door de stad en ineens staan we op een plein vol mensen.
De fontein is prachtig. Het was in de film “ La dolce vita“ dat Anita Ekberg in de fontein baadde. Dat is er nu niet meer bij. Wie zijn voeten in het water steekt of nog verder gaat kan rekenen op een snerpend fluitje van de altijd aanwezige politie.

100_4528

Een muntje in de fontein.

100_4525

Gebruik is dat je met de rug naar de fontein gaat staan en een munt over je schouder in het water gooit. Dat brengt geluk en dan kom je nog eens terug in Rome. Dus, dat doen we dan maar. De terugtocht naar de camping verloopt goed. Eerst hebben we op het terrasje van de bar gezeten waar het fietspad omheen loopt. De eigenaar spreekt wat Duits en zo is hij ook weer op de hoogte.
Wat ons opviel is dat het vandaag veel minder druk dan voorgaande dagen. Blijkbaar zijn de vakanties voorbij en zijn veel mensen al op de terugreis.
Tijdens onze terugtocht naar de camping moeten we even schaduw zoeken. Marja krijgt het te warm.
Dat kan goed want op de fiets in de volle zon is het om 16.00 uur bijna 45 graden. Een mooi land om de was te drogen en het weer te voorspellen.
Ik kan dat voor de komende dagen ook.
———————————————————————————–

37e Dag, vrijdag 21 augustus 2009
Prima Porta- Rome
Temperatuur Maximum: 27 graden, Wind: Bft, Windrichting: .
Weerbeeld: Fijne zomeravond
Dagafstand: 47,4 km, Tijd 4:03:08 uur, Gemiddelde: 11.6
Totaal gereden: 2401 km

Goudvis.
Ik heb ik de reisgids gelezen dat de Rome bij avond zo mooi is. Mijn ervaring met het fietsen in de stad naar de stad is nu dusdanig dat ik het wel aan durf.

Maar eerst even over de terugkomst ‘s avonds rond 22:30 uur.
Ik heb bij een zomerhuisje een witte plastic stoel geleend. Die staat nu naast mijn tent. Het is toch 40 km fietsen, dus ik plof in de stoel. Shit, direct is mijn broek zeik nat. Ik sta op, maar het is al te laat. Het water druipt uit mijn broek. Wat is dit? Op de stoel ligt een plastic zak en een briefje.

Henk!
We hebben in de Tiber een goudvis gevangen.
Wil je hem meenemen naar NL, hij was zo alleen.
PS. Als hij er niet meer in zit, dan heeft de kat……
Marja en Jan.

Die grap is dus volledig geslaagd, maar wat hindert dat.
Italië is een mooi land om de was te drogen!
En zo sta ik midden in de nacht naast mijn tent met een natte kont te lachen.

Ik fietste vanavond om 19:00 uur van de camping. Vooraf had ik alle verlichting nagekeken. In het voorlampje heb ik nieuwe batterijen gedaan. Dan heb ik voor een knipperlicht. Achter op de fiets en op de helm een rood knipperlicht. Een soort rijdende kerstboom. Ik fiets dus nog bij licht naar Rome. De trek is toch weer naar het Sint Pietersplein. Ik weet niet waarom; dit plein heeft een ongekende aantrekkingskracht.
Het is 20:00 uur en nog steeds zijn er mensen op het plein.
Een groep jongeren zit geknield in een kring, de handen ineen. Ze zingen en bidden.

100_4478

Het oude Rome

Op het plein lopen twee priesters. Ze maken een avond wandeling.
Een van de priester, in het zwart, spreek ik aan. Zo maar, ik zie wel. Hij spreekt Duits en woont al 62 jaar in het Vaticaans.
Dan moet jij al over de 80 jaar zijn. Het gesprek is kort hij komt uitTsjechië .
Hij maakt zijn avondwandeling en loopt bepaalde patronen op het plein.
Zal hij elke avond wel doen. De politie komt ook nu nog even vertellen dat ik niet
op het plein mag fietsen. Ik maak met de vingers een loopbeweging. Hij knikt.

Volgens de reisgids is Piazza Novana de ontmoetingsplek bij avond.
Het is inmiddels 21:15 uur en donker. Het plein is een groot theater met
kunstenaars. Fonteinen en terrasje zijn het decor.
De sfeer bij avond is sprookjesachtig romantisch. De fonteinen zijn verlicht.
Voor de terrasjes lopen obers de klanten naar binnen te praten. Voor mij hebben ze
geen belangstelling. Blijkbaar vermoeden ze daar geen of onvoldoende geld.
Ik fiets over het plein, luister naar een accordeon spelende jonge dame.
Zo hier en daar wordt een portret getekend. Bij de fontein maken mensen foto�s.
Ik doe dat ook zonder flits. Ik wil de sfeer pakken. Een prachtig langgerekt plein
met rondom paleizen. Jammer dat aan een van de wanden een meters hoge, moderne,
reclame hangt.
Ik fiets door kleine straatjes en steegjes naar de Trevifontein.
Ook hier is de sfeer sprookjesachtig. Het is een zwoele avond en honderden mensen
zitten rond de fontein. Indiase verkopers hebben de verkoop aangepast. Overdag verkopen
ze zonnebrillen en parasols, nu zijn het verlicht kubussen of verlichte vliegende schotels.
De handel past zich aan de omstandigheden aan.

100_4636

Tevifontein.

100_4650

Colosseum.

Ik hoop de sfeer in de foto‘s te kunnen pakken. Het Colosseum is al op een bepaalde
manier uitgelicht. Ook als de foto‘s het niet weergeven, dan blijft dit een van de
onvergetelijke momenten.

De reis schiet door mijn hoofd er zijn veel onvergetelijke momenten geweest.
Langs de Rijn, Swaben, Bodenmeer, de bergen in Oostenrijk en de Italië
Zweet en vermoeidheid. Dit is de beloning. Rome bij avond is het toefje slagroom op de taart.
Dit is genieten. Ik fiets terug naar Piazza Novana. Nog steeds is het plein een totaalbeeld
van het Italiaanse avondleven. Men zit op bankjes te praten, kinderen lopen rond.
Ik maak foto‘s van een man met een bijzondere fiets. Naast zijn voorwiel zit een houder
met een fles wijn. De waterflessen zijn vervangen door bierflessen. Een soort alcoholfiets.
Op het stuur heeft hij een radio met kleine boxen.
Dan is mijn fiets maar kaal. ideale fiets.

Dan hoor ik iemand zeggen; “Dat moet een Nederlander zijn met een Gazelle“.
Ja het is Henkopweg in “Rome by Night.“ De terugreis verloopt perfect, tot ik naast mijn tent op de plasticstoel ga zitten. Weer een onvergetelijke evaring.
Jammer voor de Goudvis, hij had graag eens in Nederland gezwommen.
———————————————————————————–


38e Dag, zaterdag 22 augustus 2009
Prima Porta-Rome
rustdag Temperatuur Maximum: 35 graden, Wind: 4 Bft, Windrichting: Z.W.
Weerbeeld: zon
Dagafstand: 10 km,

100_4723

Boodschappen doen in Rome.

Mijn dag voor het vertrek wil ik als echte rustdag gebruiken.
Vandaag fiets ik niet naar Rome. Wel doe ik in de loop van de middag boodschappen
in een plaats ca. 5 km van de camping. De dag wordt verder doorgebracht met rusten slapen en het praten met de buren.
Een echte dag niks doen om uitgerust aan de terugtocht te beginnen.
———————————————————————————–


39e Dag, zondag 23 augustus 2009
Prima Porta-Weeze
Vertrek 11:00 uur Aankomst: 19:30 uur
Temperatuur Maximum: 38 graden, Wind: 4 Bft, Windrichting: Z.W.
Weerbeeld: zon
Dagafstand: 40 km
Totaal 2540 km

Naar het vliegveld.
Het is dan eindelijk zo ver dat ik vandaag met het vliegtuig naar Nederland kan gaan.
Ik ga de tassen inpakken en ordenen zodat ik straks op het vliegveld niet
te veel meer hoef over te pakken.
Ik neem afscheid van Jan en Marja die nog tot woensdag blijven en dan op auditie bij
de Paus gaan. Voor hen het hoogtepunt van hun pelgrimstocht. Ik ga eerst nog maar eens
naar het Sint Pietersplein. Ik heb dat elke dag na mijn aankomst gedaan en ik heb voldoende tijd als ik tegen 15:00 uur op het vliegveld wil zijn.
Mijn gebruikelijke route naar de stad is rustig op zondagmorgen. De temperatuur is wel weer als alle dagen in de morgen rond de 25 graden. In Rome drink ik eerst een koffie in de kleine bar die ook vandaag op zondagmorgen al weer open is. Een cappuccino kost hier maar een euro. De eigenaar groet mij als een bekende.
Na twee cappuccino’s geef ik hem een hand en zeg dat ik vandaag vertrek.
Het Sint Pietersplein heeft weer die niet te beschrijven uitstraling. Het enorm grote plein
wat door de zuilengalerij toch weer een besloten karakter heeft. Er zijn al weer de nodige
bezoekers op het plein. De grote TV schermen staan aan en er is een opname te zien van de toespraak die de Paus eerder heeft gehouden.
Tegen 12:00 uur vertrek ik. Ik zal nog vaak terugdenken aan dit mooie plein.

Nu moet nog wat te eten halen omdat ik niks kan koken of klaarmaken. Ik had eerder deze week al een Spar winkel in het centrum gezien. Deze winkel blijkt ook gewoon open te zijn. Ik haal wat te eten en moet dat nog voor vertrek met het vliegtuig opmaken.
Bij het Colosseum maak ik weer een rustpauze en eet een koude macaronischotel.
Ook maak ik gebruik van de toiletten aan de achterkant van het Colosseum.
Nu begint het laatste deel van de tocht door Rome naar het vliegveld Ciampino.
Het is nog een tocht van ca 20 km.
Het eerste stuk fiets ik op de TomTom. Achter het Colosseum kom ik langs de Renbaan,
dat in de eerste eeuwen na Christus 300.000 toeschouwers kon bevatten. Er is niet meer
over dan een langwerpige kuil waarop gras groeit.

100_4738

De fiets klaar maken voor vertrek.

Net buiten de stadsmuren van Rome kom ik op de Via Appia Antica, die op zon- en feestdagen is gesloten voor gemotoriseerd verkeer. Ik merk wel dat er ook buiten de stad nog veel te zien is. De oude Romeinen begroeven hun doden buiten de stad. Aan de Via Appia Antica zijn de catacomben van Calixtus, een van de ruim vijftig catacomben waar de eerste christenen hun doden begroeven. Het is zondag en op verschillende plaatsen staan agenten en controleren dat er geen auto’s op de weg komen.
Na ca 12 km moet ik van de Via Appia Antica naar de Via Appia Nuova de nieuwe weg die parallel aan de Via Appia Antica loopt. Hier passeer ik de restanten van een aquaduct.
Het vliegveld staat goed aangegeven. En zonder problemen kom ik om 14.30 uur bij de vertrekhal.
Na een eerste verkenning vind ik de vluchtgegevens en de balie waar ik moet inchecken.

Nu moet ik de fietstassen als bagage gaan inpakken. De tent, slaapmat en slaapzak gaan in de grote Ortlibe achtertas. Een van de voortassen gaat in de andere grote achtertas en dan heb ik nog een kleine voortas als handbagage. Ik controleer het gewicht bij een niet in gebruik zijnde balie. De twee tassen blijven onder de 15 kg.
De fiets pak ik in huishoudfolie wat ik de dag ervoor heb gekocht. Het is meer symbolisch, maar ik kan nu de helm en mijn stoeltje op de bagagedrager inpakken.
De dame bij het inchecken heeft geen enkel commentaar op de ingepakte fiets en ze zegt alleen dat ik naar Gate 20 moet. Hoe nu verder met de fiets weet ik niet. Ik loop gewoon met de fiets in de hand naar de controle. Daar komt een man naar mij toe die de fiets over neemt. Na de controle is het wachten voordat ik om 16:50 uur het vliegtuig in mag.
De stewardessen tellen de aanwezigen passagiers wel vier keer. Dan roept men om dat het vliegtuig naar Duitsland gaat. Daarop staan twee dames op, die zaten in het verkeerde toestel.
Met veel gelach van de overige passagiers verlaten ze het toestel.
Met ca 15 minuten vertraging kunnen we vertrekken.
In twee uur vliegen we naar Weeze waar mijn vrouw zwager en schoonzus mij ophalen.
Het is nog wat onwerkelijk.
De pelgrimstocht naar Rome zit er op.

100_4750

Aankomst in Weeze.